
4 minute read
n Gaillac
Gaillac
De négrette dankt zijn naam aan zijn donkere schil. Hij is perfect aangepast aan de warmte en de arme, onvruchtbare grond van Fronton. De druif is wel veeleisend: hij heeft een dunne schil, kan slecht tegen vocht, is gevoelig voor oxidatie en heeft een lage zuurgraad. Hij levert doorgaans zeer fruitige, slanke, soepele wijnen op, die wat structuur missen en nauwelijks rijpingspotentieel hebben. Het karakter van de rode wijnen uit Fronton varieert overigens sterk door hun druivensamenstelling (variërend van 40 tot 100 procent négrette bijvoorbeeld) en de bodems waarop de stokken aangeplant staan. Met name de arme en sterk kiezelhoudende bodems in het dal van de Tarn vormen een interessant terroir.
Advertisement
De regio is behoorlijk dynamisch; het beplante oppervlak stijgt gestaag en er wordt volop geëxperimenteerd door nieuwkomers in de regio. Niettemin wordt wijn uit Fronton hoofdzakelijk in de omgeving van Toulouse geconsumeerd. De ‘slobberwijnen’ uit Fronton worden ook wel de ‘Beaujolais van Toulouse’ genoemd.
n Gaillac Gaillac ligt langs de rivier de Tarn, ten noordoosten van Toulouse, en is vernoemd naar het plaatsje Gaillac. De grootste plaats in het gebied is Albi. Gaillac wordt wel genoemd als een van de oudste wijnstreken van Frankrijk. De Romeinen maakten er in elk geval al wijn in de eerste eeuw na Chr., maar sommige bronnen lijken aan te tonen dat er hier al voor de komst van de Romeinen wijncultuur was. Ook in de middeleeuwen genoten de wijnen van Gaillac een reputatie die tot ver over de
grenzen reikte. De export slonk met de opkomst van de Bordeaux als wijnproducerend gebied. Er is hier zo’n 2.400 ha wijngaard aangeplant. Gaillac is beduidend warmer dan de regio’s die dichter bij zee liggen. In Gaillac wordt rood, rosé en wit geproduceerd. De witte wijnen verwierven een AOC-status in 1938, de rode en rosé wijnen in 1970.
Gaillac kent een grote verscheidenheid aan aangeplante druivenrassen en wijnstijlen. Er staan wel vijftien verschillende rassen aangeplant en vrijwel alle denkbare wijntypen worden hier geproduceerd. Rode Gaillac maakt ongeveer de helft van de productie uit. De wijngaarden met blauwe druiven liggen vooral op de linkeroever van de Tarn, waar de bodem veel kiezel en zand bevat. Rode wijnen uit Gaillac zijn – ondanks het warmere klimaat en de ietwat andere druivensamenstelling – het best te karakteriseren als kruidige versies van een Bordeaux. De beide cabernetrassen en de merlot spelen hier een beduidend kleinere rol dan in de Bordeaux. De lokale variëteiten duras en fer servadou (die hier braucol heet) vormen de structuurbepalende rassen in een klassieke Gaillac. De duras geeft de wijn een goede zuurgraad en tanninestructuur. Rode Gaillac bevat daarnaast ook vaak syrah, die de wijn een zekere kruidigheid verleent. Duras, fer servadou en syrah zijn de cépages principaux. Er bestaat ook een rode Gaillac Primeur. Die wordt gemaakt van uitsluitend gamay. De aanplant van gamay, die bedoeld was om Gaillac ook toegang te verschaffen tot de markt van primeurwijnen, wordt inmiddels door velen betreurd.
Witte wijnen uit Gaillac zijn er in vele soorten: stil, parelend en mousserend, in verschillende graden van zoetheid. De voornaamste witte druiven voor de stille wijnen zijn mauzac (die we ook uit Limoux kennen), len de l’el (een lokaal ras) en muscadelle. Daarnaast staat in de wijngaarden ook sauvignon blanc aangeplant. Het lokale ras ondenc ten slotte wordt vooral voor zoete witte wijnen gebruikt. Zoete witte Gaillac gaat door het leven als Gaillac Doux. Deze kan stil zijn of mousserend. In het laatste geval gaat het om een wijn die geproduceerd is volgens de méthode ancestrale. Witte Gaillac Primeur heeft dezelfde druivensamenstelling als ‘gewone’ witte Gaillac.
De naam van de druif len de l’el is een verbastering van De naam van de druif len de l’el is een verbastering van loin de l’oeil loin de l’oeil (ver van het oog); de (ver van het oog); de druiven groeien op erg lange stelen en zijn dus ‘ver van het oog’ (de knop) van de twijg. Het druiven groeien op erg lange stelen en zijn dus ‘ver van het oog’ (de knop) van de twijg. Het druivenras fer of fer servadou, dat aan de basis staat van veel stoere wijnen, ontleent zijn druivenras fer of fer servadou, dat aan de basis staat van veel stoere wijnen, ontleent zijn naam volgens sommigen aan het harde hout van zijn druivenstok: naam volgens sommigen aan het harde hout van zijn druivenstok: fer is ‘ijzer’ in het Frans. fer is ‘ijzer’ in het Frans. Maar waarschijnlijker is het een afl eiding van het Latijnse woord Maar waarschijnlijker is het een afl eiding van het Latijnse woord ferus, dat ‘wild’ betekent. Fer ferus, dat ‘wild’ betekent. Fer servadou heeft vele aliassen, waaronder mansois (Marcillac), braucol (Gaillac) en pinenc servadou heeft vele aliassen, waaronder mansois (Marcillac), braucol (Gaillac) en pinenc (Madiran). (Madiran).
Ongeveer een derde van de witte druiven in Gaillac wordt gebruikt voor de productie van mousserende wijn. Die is er in vele soorten. Gaillac Perlé, die bestaat in een droge en een lichtzoete variant, is een ‘gewone’ witte wijn, maar bij het bottelen wordt een beetje koolzuurgas behouden, wat een licht parelende wijn oplevert, een soort vin bourru. Daarnaast bestaat er mousserende Gaillac