3
Woorden met au en auw
Kwade leeuwen snauwen en poezen miauwen. Tijgers hebben scherpe klauwen. Ze willen kluiven om te knauwen. Beesten in een driesterrenrestaurant, met als koks een giraf en een olifant. Een augurk, bah … lusten ze niet. Alleen de panda lust bamboe of riet. Beren lusten kabeljauw het liefst rauw. De melk mag een tikkeltje lauw. Apen klauteren op het speelplein. Dat vinden kangoeroes uit Australië fijn. Papa fronst de wenkbrauwen. Wat doen die fiere pauwen met hun staart in violet en blauw? Ze roepen ‘LEEEEOOOOOOO’ voor dag en dauw. Maar als het regent, schuilen ze flauw. Voor hun veren is dat hokje te nauw. Maar van iedereen krijgen ze applaus: van de koning, de keizer en zelfs van de paus. Die wil bij zijn vis wel een lepeltje saus. Het is augustus en vakantie. Vlug een fotootje van opa als chauffeur in zijn gloednieuw autootje. De auto ziet grauw, dus dat wordt poetsen. Waar is de tijd van de blinkende koetsen? Nu is het tijd om te pauzeren. We gaan met z’n allen kamperen. De auteur maakt graag een rijmpje. Dat weten we, dat is geen geheimpje.
Ik onthoud een stukje.
43