In dit eerste deel uit een serie collectie boeken worden specifieke secties van de welbekende etnografische collecties uit Indonesië geïnterpreteerd als koloniale collecties. Als zodanig vertegenwoordigen deze objecten en beelden een bijzondere cultuur van kolonialisme, waarbinnen etnografie en (toegepaste) kunst uit Europa en Zuidoost-Azië in elkaar overlopen.
Meer dan een eeuw lang, en vrijwel onopgemerkt, hebben deze objecten en beelden een dynamische rol gespeeld in de totstandkoming van een samenhangende etnografische collectie. Via deze nieuwe interpretatie worden de contouren van uiteenlopende en dikwijls tegengestelde sociale relaties, zoals ze voorkwamen binnen de koloniale samenleving, zichtbaar.
In een aantal uitdagende essays geeft een aantal auteurs hun visie vanuit deze benadering en dagen ze het Tropenmuseum uit nog verder te gaan en een internationale discussie te voeren over cultureel erfgoed en de erfenis van koloniale cultuur.