Dagkrant 10/9/2014

Page 1

The Great Downhill Journey Of Little Tommy

Jonas Vermeulen & Boris Van Severen

woensdag 10 september 2014


Jonas Vermeulen Boris Van Severen

The Great Downhill Journey of Little Tommy

Boezemvrienden Jonas Vermeulen en Boris Van Severen werden met hun bijzondere afstudeervoorstelling – even ademhalen – The Great Downhill Journey of Little Tommy geselecteerd voor Circuit X. Boris en Jonas kan je kennen van hun rolletje in de tv-reeks In Vlaamse Velden of van hun artistieke families, maar na volgende zomer vast en zeker ook door de internationale veroveringstocht van kleine Tommy die start op het Edinburgh Fringe Festival.

— Filip Tielens en Marijke Van Geel

2

Jullie zaten samen in de klas op het Conservatorium in de richting Kleinkunst. Was er al van in het begin een klik tussen jullie? Boris Van Severen: “We vonden elkaar al gauw leuk en konden goed lachen samen.” Jonas Vermeulen: “Al na drie maanden samen in de klas vroeg Boris of ik twee weken mee wou op vakantie naar Sicilië.” Boris: “Langzaamaan stelden we vast dat we ook artistiek op dezelfde lijn zaten.” Jonas: “Ik zat al een jaar op die school omdat ik mijn eerste jaar had gedubbeld. In die twee klassen heb ik veel mensen zien passeren die echt voor kleinkunst wilden gaan. Toen Boris bij ons in de klas kwam, zaten we opeens met een rocker (lacht). Dat vond ik tof.”

© Basiel Debrock

Twee rockers on the road

Tommy was de masterproef van jullie allebei. Wie kwam er op het idee om samen te werken? Boris: “Jonas had het idee voor Tommy en vroeg mij om mee te spelen. Ik wou dat heel graag doen, maar dan zou ik zelf geen masterproef meer kunnen maken omdat die in dezelfde periode zou vallen. Ik stelde Jonas dan maar voor om de voorstelling samen te maken. Daar heeft hij even over moeten nadenken.” Jonas: “Het idee zat al vrij uitgewerkt in mijn hoofd en ik vond het aanvankelijk griezelig om dit deels uit handen te geven. Algauw dacht ik: ‘Doe niet kinderachtig, het is alleen maar een cadeau om te kunnen samenwerken met iemand als Boris met wie je op dezelfde golflengte zit.’ Als je een voorstelling met z’n twee kan doen,

heb je meteen ook een klankbord.” Boris: “Pieter-Jan De Wyngaert werkte ook mee aan de voorstelling.” Jonas: “We schreven geuten tekst. Pieter-Jan was degene die dingen schrapte en commentaar kon geven. Hij is echt een puzzelaar en vindt het leuk om met woorden te spelen en goede zinnen in elkaar te schuiven.” Wanneer kwam het idee om met tekeningen te werken in de voorstelling? Boris: “Dat kwam redelijk laat. We wilden heel graag iets visueel doen om zo in het decor een beeld te kunnen schetsen van wat Tommy meemaakt tijdens zijn dwaaltocht. Eerst vroegen we iemand om tekeningen te maken die we zouden projecteren en waarbij we de personages in de verf konden


zetten. Bij de figuur van de dronkenlap bijvoorbeeld wilden we geen blikje bier of een fles whiskey, maar een beeld dat iets anders vertelde over dat personage.” Boris: “Uiteindelijk beseften we dat het veel leuker zou zijn om de tekeningen live te laten ontstaan op de scène. We vroegen Sarah Yu Zeebroek erbij. Ik kende eigenlijk enkel haar broer Boris omdat we elkaar vaak in Gent tegenkwamen, maar ook met Sarah klikte het meteen goed. Zo kwam ze meteen met ideeën van bijvoorbeeld Picasso die op een glas schildert in een deuropening.” The Great Downhill Journey of Little Tommy wordt omschreven als een rockopera. Wie zijn jullie muzikale inspiratiebronnen? Jonas: “We hebben er verschillende. Puur muzikaal doet de harde openingsmuziek mij bijvoorbeeld denken aan Rage against the Machine. Het onbezorgde lied dat het personage Tommy zingt, moest dan weer iets hebben van The Beach Boys.” Boris: “Ook Beasty Boys en de oude Red Hot Chili Peppers zijn een invloed voor het rapnummer in de voorstelling.” Jonas: “Nick Cave was ook een belangrijke inspiratiebron, maar dan vooral door zijn manier van vertellen. Ik heb op aanraden van Pieter-Jan The death of Bunny Munro, Nick Caves tweede boek, gelezen. Het gaat over een seksverslaafde verkoper die van deur tot deur gaat en zijn leven niet op orde krijgt. Er zijn ook scènes waarin het personage neervalt op het asfalt, de hemel plots openbreekt en de hele passage mythische proporties aanneemt. Dat zit ook in Caves muziek. Het gaat over kleine mensen, maar ook over het grotere geheel. Daarnaast zie je ook dat Cave, net als Tom Waits, heel goede oneliners kan schrijven.”

3

Ik ga twee stellingen poneren die jullie mogen bevestigen of ontkrachten. Boris, ik vind jou vooral een testosteronacteur. Ik denk dan naast Tommy ook aan voorstellingen als Romeo en Julia en Über-Ich waar je in speelt, allemaal energiebommen. Boris: “Ja, dat klopt ergens wel. Ik hou ervan om te onderzoeken hoe je een tekst vertaalt naar beweging, wat je met je lichaam doet, hoe je in de ruimte staat…” Jonas: “Het is vooral door je fysieke voorkomen dat je die testosteron­ indruk krijgt. Als je zo’n lijf hebt als jij… (lacht)” Boris: “Anderzijds probeer ik wel al-

tijd te zoeken naar de kleine en kwetsbare kanten van mijn personages.” Een andere boude stelling: Jonas, jij bent vooral een komediant-acteur. Boris: “In Tommy zitten er heel wat woordgrapjes die Jonas heeft uitgevonden. Jonas heeft sowieso heel veel humor en die speelt hij ook graag uit.” Jonas: “Het zou kunnen dat je die indruk krijgt, maar ik probeer niet enkel op die laag te spelen.” Boris: “Je bent wel de sfeermaker van de bende. Als we spelen, ben jij altijd lol aan het maken.” Jonas: “Niet moeilijk. Toen we met Tommy op Theater Aan Zee speelden, gaf Boris iedere keer een speech voor de voorstelling. Dat was zalig, want op die laatste momenten ben ik altijd aan het stressen.” Boris: “Ik vind dat heel belangrijk. Met die speeches wil ik gewoon dat iedereen even nadenkt over de intentie die nodig is om de voorstelling te kunnen spelen. Je moet het voelen in je lijf. Bovendien creëer je ook een eenheidsgevoel. Dat vind ik belangrijk.” Jullie komen allebei uit een artistieke familie (Boris is de zoon van meubel­ ontwerper Maarten Van Severen en Jonas van muzikant Geert Vermeulen, bekend van De Nieuwe Snaar, red.). Beïnvloedt dat jullie pad? Boris: “In mijn jeugd was er veel muziek om mij heen, maar weinig theater. Daar heb ik zelf voor gekozen. Ik werd er wel in aangemoedigd. Zolang ik maar een passie had, was het goed.” Jonas: “Op een bepaalde leeftijd kreeg ik veel interesse voor de instrumenten die thuis te vinden waren. Door het beroep van mijn vader was elk instrument beschikbaar en kon ik alles uitproberen. Daardoor zijn er nu best wat instrumenten waar ik mijn plan mee kan trekken. De Nieuwe Snaar heeft ook bijna alle voorstellingen bij ons in het tuinkot gemaakt. Ik heb alle ruzies meegemaakt, maar ook alle vondsten en uitprobeersels. Dat werkte erg aanstekelijk voor mij.” Boris: “Jouw vader is een heel fysiek persoon hé, in dat opzicht lijk je ook op hem.” Jonas: “Mijn vader kan echt blijven werken en ideeën aanbrengen, daar kregen zijn collega’s het soms van op de heupen. Ik weet niet of ik dat in die mate heb, maar ik heb ook wel een grote werklust.” Boris: “Jij bent niet kapot te maken, jij hebt maar drie of vier uur slaap nodig.” Jonas: “Bij Boris moet je er gewoon rekening mee houden dat je één uur moet vrijmaken om goed te gaan eten.

Dan kun je lang doorwerken met Boris (lacht).” Boris: “Goed eten vind ik superbelangrijk, anders word ik gewoon knorrig.” Volgend jaar staan jullie in het Big in Belgium-luik tijdens het Edinburgh Fringe Festival. Van Hof van Eede, die er deze zomer stonden, weten we dat het best moeilijk is om publiek te strikken op dit megafestival. Schrikt jullie dat niet af? Jonas: “Ik ken Edinburgh ook alleen maar van de verhalen die ik anderen er over hoor vertellen. Zo kon Hof van Eede pas een uur op voorhand in de zaal en moesten ze ook meteen weer afbreken.” Boris: “Het gaat sowieso pittig zijn en hard werken.” Jonas: “We moeten zien dat de voorstelling er goed staat en zelf ook veel mensen durven aanspreken om te komen kijken.” Boris: “Wij mogen zeker niet verwachten dat we er elke avond voor volle zalen zullen spelen zoals op Theater Aan Zee het geval was.” Jonas: “Wat vaak gebeurt in Edin­ burgh is dat een show die in het begin maar voor vijftien mensen speelt, tegen het einde van de speelreeks stampvol zit omdat het rondging en iedereen de voorstelling wou zien. Hopelijk gaat het voor ons ook in stijgende lijn, want het kan ook omgekeerd gaan...” Boris: “Ik ben er wel van overtuigd dat we een sterke voorstelling hebben, maar ze moet dan nog aanslaan bij dat publiek.” Jonas: “Eigenlijk moeten we gewoon profiteren van het netwerk dat onze voorgangers opgebouwd hebben en hun eerdere successen uitbuiten (lacht).” Waar zijn jullie op dit moment mee bezig? Jonas: “Ik repeteer momenteel voor de nieuwe voorstelling van Dimitri Leue, De zaak van de dieren tegen de mensen, die op 24 september in première gaat in HETPALEIS.” Boris: “Ik heb even vakantie omdat ik net voor de tweede keer vader ben geworden. Jonas is trouwens de peter van mijn kindje! Daarna begin ik te repeteren met Het KIP voor De slimme, de domme, de gladde en de dode. Ik speel de gladde (lacht). Jonas en ik broeden ook op iets nieuws samen, maar dan moeten de agenda’s mee willen.”


Jef Van gestel Leeghoofd

In Leeghoofd zien we de ontdekkingstocht van een man met een ontzettend groot piepschuimen hoofd. Met stickers plakt hij ogen op zijn gezicht en is hij klaar om overdonderd te worden door een wereld die nieuw voor hem lijkt te zijn. De voorstelling werd gemaakt door Tuning People-man Jef Van gestel en gespeeld door Roel Swanenberg.

Tomorrowland voor kinderen

— Mitch Van Landeghem en Filip Tielens

© Clara Hermans

4

Wat was het eerste uitgangspunt voor Leeghoofd? Jef Van gestel: “Toen ik afstudeerde, speelde ik in de voorstelling Paars van Don Duyns. Tijdens een repetitie liet ik een foto van mezelf maken met een lampion op mijn hoofd. Een jaar of twee geleden kwam ik die foto opnieuw tegen. Ik bedacht me dat het wel interessant zou zijn om eens een voorstelling te maken over een man die niets kan zien of horen. Wanneer ik met Roel Swanenberg aan de open haard aan het bespreken was wat er allemaal zou kunnen gebeuren met die figuur, bedachten we een plastic zakje waarmee het personage zou moeten opkomen en waar zijn zintuigen in zouden zitten. Dat idee zit ook in de uiteindelijke voorstelling, maar in plaats van zintuigen zit er in het zakje een cakemix (lacht).” Had je deze voorstelling met iemand anders dan Roel kunnen maken? “Roel is de enige persoon die ik ken die zot genoeg is om vijftig minuten met een piepschuimen bol op zijn hoofd te

spelen. Hij zag dit ook als een uitdaging. Gelukkig is Roel heel sterk in het aanbrengen van materiaal tijdens de repetities, want er was geen tekst of andere houvast bij aanvang. We hebben de voorstelling echt from scratch gemaakt. Roel en ik zijn tussen de spullen beginnen wandelen en spelen. Als we iets leuks gevonden hadden, toonden we dat aan elkaar.” Heb je overwogen om zelf mee te spelen en twee Leeg­ hoofden op de scène te plaatsen? “Nee, we wilden graag een solo maken. We konden niet met ons tweeën op scène gaan staan met een grote bol over ons hoofd, want dan was er niemand meer om te zien hoe dat er uit zag! Roel maakt op het einde wel een vriendje van een grote plastic zak. We hadden ook een tijdje het idee om een pop op de scène te leggen die voortdurend gereanimeerd moest worden en waar vervolgens confetti uit zou sproeien… Misschien moet ik die pop eens in een andere voorstelling stoppen.”


Lag het meteen vast dat Leeghoofd een woordeloze voorstelling zou worden? “Ik vond woorden niet nodig. Taal kan een verbeeldingswereld die je probeert te creëren soms kapot maken. Het personage uit de voorstelling stoot wel klanken en losse woorden uit waar je zelf associaties bij kan maken. Ik heb niets tegen taal, maar ik vind het boeiend te zoeken naar hoe een beeld ook taal kan zijn.” Dient het hoofd in Leeghoofd als een metafoor voor iets? “Volgens mij is het een manier om verwonderd in het leven te staan, maar ook om jezelf af te kunnen sluiten en op die manier gevoeliger te zijn voor andere dingen. Als de bol op het hoofd van Roel staat, zit hij volledig in zijn eigen wereld. Gaan de kinderen soms volledig uit de bol? “In de voorstelling komt een scène met een feest. Op een dag speelden we in een zaal waar het podium niet verhoogd was en waar de kinderen van de eerste rij dus zo goed als op het speelvlak zaten. Tijdens die feestscène stonden alle kinderen plots recht en begonnen ze te dansen. Toen Roel vervolgens zijn hoofd afnam, leek hij wel in een Tomorrowland voor kinderen beland te zijn (lacht)!” Reageren volwassenen anders dan kinderen? Zien ze andere lagen in de voorstelling? “Iedereen vindt andere dingen grappig. De jongsten lachen op het moment dat Leeghoofd een bananenschil opeet en de banaan zelf weggooit. Wanneer Leeghoofd een pluk haar op zijn kin steekt en op tafel gaat dansen, leggen volwassenen de link met ZZ Top (een Amerikaanse rockband uit de jaren zeventig, red.). De moeders reageren dan weer opvallend wanneer Roel zijn hemd uittrekt en in zijn marcelleke staat. Die verschillende laagjes zijn er. Maar anderzijds is er ook de laag dat ouders hun kind zien genieten. We proberen met Tuning People steeds op zoek te gaan naar een manier waarop je via theater iets met je kind kan ervaren, waardoor je samen iets meemaakt. Elke keer als we dat kunnen bereiken, voelt dat bijzonder aan in de zaal.”

5

Terugblikkend op de voorbije tien jaar merken we op dat Tuning People kindervoorstellingen is gaan maken, terwijl de eerste voorstellingen donker, bijna obscuur waren. “Ik hoop dat we dat nog steeds een

beetje zijn. Zoveel theater voor volwassenen hebben we trouwens niet gemaakt. Ik vind het bizar dat er een onderscheid moet worden gemaakt tussen volwassen- en kindertheater. Wij vragen ons altijd eerst af wat we willen maken, en daarna bepalen we pas de doelgroep. Ik voel wel dat ik verder kan gaan in jeugdtheater. De druk dat je theater voor volwassenen inhoudelijk interessanter moet maken, vind ik vervelend en beperkend. Theater moet niet altijd een hoog intellectueel niveau hebben. Zo zie ik soms tijdens onze ‘kindervoorstellingen’ volwassenen in de zaal genieten, en dan denk ik: ‘Kijk, ik maak ook theater voor volwassenen.’” Jouw stijl is heel erg anders dan die van je Tuning People-collega’s Karolien Verlinden en Wannes Deneer. “Ja, maar wat ons bindt is een zeker absurdisme en onze liefde voor interdisciplinair theater. Als je bijvoorbeeld dUb, de productie die Karolien het afgelopen jaar bij fABULEUS maakte, vergelijkt met Leeghoofd zie je veel overeenkomsten: beide voorstellingen spelen met de verwachtingen van het publiek, er zit in allebei enorm veel humor en een soort schuring tussen abstractie en extreme anekdotiek. Ik zie soms meer overeenkomsten dan verschillen.” Zie je die dan ook met het werk van Wannes? “Wannes is vooral geïnteresseerd in installaties. Hij werkt ook een stuk abstracter, maar net als Karolien en ik probeert Wannes een andere wereld te creëren. Wannes vertrekt steeds vanuit geluid. Ook voor Karolien en mij is geluid een belangrijke factor in onze eigen projecten.” Bestaat er een typische Tuning People-stijl? We zien een aantal zaken geregeld terugkeren: veel props, fluokleuren, tape, … “En het dadaïsme! Ja, na tien jaar begin je wel zoiets als een ‘stijl’ te zien. Daarom gaan we Dadakaka maken in 2015. Dat is onze jubileumvoorstelling. Mensen noemen ons soms neo-dadaïsten. Grappig, want daar waren we ons eerst totaal niet van bewust. Vroeger sloegen wij kunstboeken open op willekeurige pagina’s in een zoektocht naar mooie prenten die vaak een link naar het dadaïsme hadden. Ondertussen hebben we voor Dadakaka reeds wat onderzoek verricht naar het dadaïsme en naar stront. Waarschijnlijk komt dat laatste niet

in de voorstelling. Misschien dansen Karolien of ik wel in drie verschillende kleuren verf die als gevolg dan bruin wordt om die suggestie te maken, maar daar houdt het dan ook op (lacht).” Kan je ons uitleggen waar het dadaïsme voor staat? “Op een humoristische wijze tegen de schenen stampen . Er zit ook veel simpliciteit in dadaïstische werken: aan de hand van eenvoudige dingen toch proberen te verbazen. Of mensen op een andere manier naar een object laten kijken. Het dadaïsme houdt ook het vervormen van dogma’s in die we voor onszelf hebben gemaakt.” Afgelopen jaar heb jij Leeghoofd gemaakt, Karolien dUb en Wannes Utopia. Was het tijd om aan afzonderlijke projecten te werken? “We merken dat we ook een persoonlijk traject nodig hebben naast Tuning People. Je sluit hoe dan ook compromissen als je samenwerkt. Soms moet je elkaar even loslaten. We zijn heel trots dat we voorstellingen samen kunnen maken omdat je dan dingen maakt die je alleen nooit zouden lukken. Maar we kijken alle drie op een heel verschillende manier en het is soms verschrikkelijk vermoeiend om telkens moeilijke beslissingen te moeten maken. Ik denk dat we na deze individuele projecten respectvoller zijn voor elkaars materiaal en elkaar wat meer ruimte gunnen.” Het eerste project waar jullie nadien weer samen aan begonnen was Wijland, een voorstelling in open lucht met een grote groep spelers. Hoe verliep dat proces? “Zeer moeilijk. Omdat wij alle drie een heel andere manier van kijken hebben, kregen de andere mensen die met ons meewerkten geen heldere focus. We hadden onszelf op voorhand toegestaan dat Wijland een experiment zou zijn. In elke voorstelling die we maken, zit een uitdaging. In Wijland zaten er wel heel erg veel: participatief theater maken, op locatie werken én externe medewerkers inschakelen. Dat was er gewoon eentje te veel. We hebben wel ontzettend veel geleerd van dit maakproces en zijn van de uiteindelijke voorstelling ook erg tevreden. Gelukkig zegt ons publiek dat onze voorstellingen altijd anders zijn. Dat moeten we proberen vol te houden om niet in een veiligheid te vervallen.”


Ineke Nijssen Marijke Pinoy

Exact tien jaar geleden won Achter ’t eten (het KIP, LOD Muziektheater, Theater Zuidpool) de Grote Achter ‘t eten Theater­festivalprijs. Ter gelegenheid van dit jubileum en als eerbetoon aan de in 2010 overleden theatermaker en regisseur Eric De Volder wordt de voorstelling dit jaar op Het Theaterfestival hernomen. Ineke Nijssen en Marijke Pinoy geven op onnavolgbare wijze gestalte aan een moeder en dochter die moeten omgaan met wat er achter ‘t eten is gebeurd. De muziek van Dick van der Harst ondersteunt en snijdt, bijt van zich af en zalft.

6

Wat was jullie reactie toen Het Theaterfestival vroeg om Achter ‘t eten opnieuw te brengen? Ineke Nijssen: “Bij het KIP waren we al een tijdje aan het nadenken hoe we met de erfenis van Eric De Volder zouden omgaan. We speelden ook met het idee om een stuk van Eric te hernemen en dan zou onze voorkeur toch uitgegaan zijn naar Achter ‘t eten. Wanneer Marijke en ik elkaar zagen, verzuchtten we wel eens dat we dat stuk misschien te weinig hadden gespeeld en het graag nog een keer wilden spelen. Toen de vraag van Het Theaterfestival kwam, was dat een bevestiging van onze eigen plannen en gaf het net dat extra duwtje in de rug.” Marijke Pinoy: “Ik heb wel getwijfeld. Er is sowieso een extra geladenheid over de voorstelling gekomen door het overlijden van Eric. Toch wisten we dat Eric supertrots was op deze voorstelling en dat bevestigde zijn weduwe Tania Desmet ook tijdens de try-out die we maandag in Gent hielden. Ineke: “Er gingen ook kritische stemmen op die vonden dat we van dat stuk moesten afblijven. Zonder pathetisch te willen zijn, durf ik toch zeggen dat we tijdens onze try-out ‘compleet’ waren. Mensen gaven achteraf ook aan dat het leek alsof Eric er bij was.” Het moet niet gemakkelijk geweest zijn om zonder Eric opnieuw met dit stuk aan de slag te gaan. Marijke: “Ik had aanvankelijk schrik om de voorstelling los te koppelen van het intense creatieproces dat er destijds aan vooraf was gegaan. Dat was zo uniek voor mij. Maar anderzijds voelt het nu ook juist aan dat we dit doen. Ineke en ik zijn ondertussen

© Tania Desmet

— Rini Vyncke

“Eric gunde het zijn personages om elke voorstelling opnieuw te geloven dat het dit keer wel goed zou aflopen”

een aantal jaar ouder geworden, maar wanneer we samen met Dick van der Harst (componist, red.) liederen staan te zingen tijdens de repetities van Achter ‘t eten, werkt dat nog steeds even helend. Terwijl Eric aan het schrijven was, hebben wij vroeger uren liederen staan zingen met Dick. Eric zei ook: ‘Wanneer je emoties te groot worden, moet je ze zingen.’ Dat werkte louterend. Ook nu nog steeds.” Ineke: “We hebben de afgelopen weken tijdens het repeteren gemerkt hoe belangrijk het was dat Dick er de volledige periode bij was. Terwijl wij op de vloer staan, was hij ons extern oog en vooral oor.” Hebben jullie hard moeten repeteren of was het meer zoals een oude jas die je opnieuw aantrok? Marijke: “Tekstueel zat het ver. Het is zo’n complexe partituur.” Ineke: “Ik dacht ook: ‘Lap, dat is helemaal terug opnieuw beginnen.’ Maar

nadat ik er dan even aan had zitten ‘kneden’, kwam het ineens weer in een stroomversnelling terecht.” Marijke: “We merkten ook op de vloer dat je plots iets doet waarvan je je dan herinnert: ‘Dat zat ergens.’ Alsof dat heel organisch terugkomt.” Ineke: “Erics personages brachten door hun groteske vorm altijd een grote transformatie met zich mee. In die transformatie, als personage, herinner je je dingen die je puur rationeel aan een tafel niet zou kunnen bedenken. Het stuk is ook op de vloer gemaakt en niet aan een tafel uitgedacht.” Een voorstelling is nooit twee keer precies hetzelfde, maar zoeken jullie er toch naar om het zoveel mogelijk te spelen zoals toen? Ineke: “Achter ‘t eten is op zich al een voorstelling die vrij vast ligt. De belichting is bijvoorbeeld heel belangrijk en toont je bijna waar je naartoe moet. We hebben wel vrijheid, maar we heb-


Kwartier voor aanvang

© Veerle Eyckermans

Op deze foto zie je Ineke Nijssen een kwartier voor aanvang van Meesternacht van Toneelgroep Ceremonia. Deze en andere acteursfoto's van Veerle Eyckermans zijn op groot formaat te bewonderen in het festivalcentrum.

ben toch geprobeerd de voorstelling in zijn oorspronkelijke staat te bewaren.” Marijke: “Het zit ook in ons gebeiteld.” Ineke: “Al merk ik toch dat ik bepaalde dingen nu anders zeg of dat ze een andere geladenheid krijgen dan vroeger. Wat ik ook heel ontroerend vond na de try-out die we maandag deden, waren reacties als: ‘Waren jullie vroeger niet met veel meer? Er was toch die hele processie? En droeg jij als vader geen jas?’ Dat was niet zo, maar dat is wel wat mensen onthouden hebben van wat ze destijds in hun verbeelding gezien hebben. Dat vond ik een ongelofelijk compliment voor dit stuk.” Marijke: “Er waren na de try-out ook mensen die zeiden: ‘Het is zo gerijpt.’ Dat komt omdat wij tien jaar ouder zijn, wat afstand genomen hebben van het stuk en er inmiddels zoveel gebeurd is, waaronder Erics overlijden.” Ineke: “Ik denk dat dit misschien wel een geval van ‘goede wijn’ is, die wordt ook beter met de jaren.”

7

Deze voorstelling is tien jaar oud. Is het een tijdloos stuk? Marijke: “Wij hebben Achter ‘t eten nooit bewust aan de actualiteit gekoppeld. Wat wij vertelden waren eerder de donkere kanten van een familie tegenover de onbegrepenheid van de maatschappij. De moeder en de dochter in het stuk zakken steeds meer in de modder weg.” Ineke: “Voor mij is Achter ‘t eten zeker tijdloos. Zo zit er bijvoorbeeld een zinnetje in: ‘We kijken toe en het gebeurt.’ In die fractie van een seconde dat ik dat zei op de try-out moest ik onmiddellijk denken aan Syrië. En als jij dat denkt, zijn er zeker ook mensen in het publiek die hetzelfde denken. Ook al vertel-

len we eigenlijk alleen maar iets over deze specifieke familie, toch vertelt de voorstelling ook zoveel meer.” Mogen we Achter ‘t eten een moedeloze voorstelling noemen? Ineke: “Het rare is dat er heel wat gelachen wordt door het publiek, want de situatie van de personages op scène is zo erbarmelijk dat het bijna grappig wordt wanneer ze hun eigen leed relativeren. Het publiek voelt zich dan dikwijls meteen schuldig omdat ze hebben moeten lachen. Maar of het stuk moedeloos is? Het eindigt wel niet erg hoopvol, dat klopt.” Marijke: “Achter ‘t eten is een donkere tekening van de mensheid, maar ik herinner me ook dat Eric ooit tijdens een interview zei: ‘Waar moeten we het anders over hebben? Wanneer je theater maakt moet je toch net dieper kunnen gaan en moet het niet altijd oppervlakkig blijven?’” Ineke: “De stukken van Toneelgroep Ceremonia waren nooit luchtige of vrijblijvende stukken. Er zijn altijd al veel personages in gestorven. Ik herinner me dat Eric daar een bewuste visie over had: hij gunde het de personages om elke voorstelling opnieuw te geloven dat het dit keer wel goed zou aflopen. Iedereen wist natuurlijk hoe het stuk zou eindigen, maar het was net zijn passie om vreselijke dingen op scène te zetten vanuit een hoop dat het deze keer wel goed zou aflopen.” Zijn er plannen om nog verder te gaan met het erfgoed van Eric? Marijke: “We hopen dat Achter ‘t eten ook na Het Theaterfestival nog verder mag toeren. Je opnieuw vastbijten in zo’n stuk vraagt veel van je als

acteur. Het zou jammer zijn als het dan bij deze twee opvoeringen op Het Theaterfestival zou blijven.” Ineke: Met het KIP zijn we van plan om een nieuwe voorstelling te maken ter nagedachtenis van Eric. We gaan enerzijds aan de slag met woordmateriaal dat er nog is van hem en anderzijds wil ik graag een kist of een koffer vol spullen gebruiken, zoals een stapel brieven. Ik wil ook omgaan met dat materiaal zoals Eric dat deed. Het is dus geen stuk over Eric of een ode aan hem, maar hij is wel het uitgangspunt. Doordat we nu Achter ‘t eten hernemen, heeft dat project ook opnieuw een ander perspectief meegekregen.” Wat is jullie beste herinnering aan Achter ‘t eten? Marijke: “Voor mij is dat het begin van het creatieproces. Ineke en ik die op die vloer verschillende personages uitprobeerden, Eric die schetste en dan Dick erbij met de bandoneon. Het vertrekpunt met die initiële elementen raakte voor mij iets fundamenteels aan. Dat had ik voordien en dat heb ik nadien niet meer meegemaakt.” Ineke: “Ook voor mij is Achter ‘t eten een heel persoonlijke herinnering als speler. Je gaat altijd op zoek naar de stem van je personage. Soms is dat een heel frustrerend proces en kan dat lang duren. De stem van mijn moederrol had ik vrij snel gevonden. De geboorte van dat personage is mij altijd bijgebleven.” Marijke: “Er kwamen heel veel elementen samen in dit project. De voorstelling zit erg strak in elkaar en alles klopt er aan. Het gebeurt niet vaak in je carrière dat alle puzzelstukjes zo goed samenvallen, zoals toen met ons Eric, Dick, Ineke en mij gebeurd is.”


Summerschool Kunstkritiek Van den vos

Het hele festival lang ploeteren tien beginnende critici zich onder de vleugels van cultuurtijdschrift rekto:verso en journalist Wouter Hillaert door een hele reeks voorstellingen van Het Theaterfestival. Vandaag en morgen wordt er een kleine parel uit die Summerschool Kunstkritiek in deze krant gedropt. Zo blijft u goede hoop koesteren voor de toekomst van het recensentendom.

— Anouk Van de Kelder

8

Van Mariken en Beatrijs naar Van den Vos Reynaerde. Zo ging het in het middelbaar. Een schok die weinigen onder ons ooit te boven zijn gekomen. Hadden we net geleerd dat we, om het leven goed door te komen, vroom en braaf moesten zijn, kregen we Van den Vos Reynaerde voorgeschoteld. Waarin de grote held vrolijk arme drommels in de pan hakt, neemt wat hij pakken kan en er ook nog eens voor wordt beloond. Joleit, joleit, waartoe dient nog moraliteit? FC Bergman ontdoet Van den Vos Reynaerde van het ‘dit zijn allemaal schattige pratende dieren’-jasje dat het zo slecht past. Het Antwerpse collectief kent het verhaal de wreedheid en de diepgang toe die het verdient. Van den vos opent een universum à la Lars von Triers Antichrist en zet er het dekseltje nooit meer op. Fasten your seatbelts voor een tripje

© TKurt Van der Elst

When you gaze into an abyss

naar de donkerste krochten van de menselijke ziel. Josse de Pauw nam het middeleeuwse dierenepos onder handen en houdt enkel een handvol personages over, waarvan meer dan de helft niet meer dan het verhaal dienen. Zo is er het jonge kippetje Coppe, van wie de grootste functie eruit bestaat dood te zijn. Zelfs de vos, die in de originele tekst de hoofdrol heeft, ziet zijn rol hier beperkt tot een louter symbolische. Meer dan wat onguur en mysterieus in het bos ronddwalen hoeft Gregory Frateur niet te doen. Verder zijn er nog de leeuwen Grindel (Viviane de Muynck) en een erg onder de sloef liggende Nobel (Stef Aerts). Zij pleiten voor de schoonheid van de wreedheid en het loslaten van elke moraal, in een semi-filosofische discussie over de gevolgen en bedoelingen, effecten en bijkomstigheden van misdaden. De hoofdmoot komt terecht op het bord van Dirk Roofthooft. Hij

speelt de wolf Ysengrim, die rechtvaardigheid eist en vasthoudt aan moraal: een strohalm die steeds korter wordt. Intussen draagt hij wel de voorstelling, waarmee hij nogmaals zijn enorme kwaliteiten als acteur bevestigt. Het vraagt vaardige schouders om niet te bezwijken onder zo’n symbolisch geladen, visueel grootse voorstelling als Van den vos. Zo wordt Roofthooft ten allen tijde op de huid gezeten door een camera. Elke beweging die hij maakt, vergroot zich podiumvullend uit op een doorzichtige projectiewand. Door de vele close-ups van een Roofthooft die verschrikt en betrapt de camera inkijkt, lijkt de camera wel een monster. Klaar om toe te slaan wanneer haar prooi even niet oplet. Tegelijk wordt de camera ook de controlerende, neutrale, morele instantie die bij de minste misstap klaarstaat om de Wolf te veroordelen.


Wonderschoon beeldgedicht

Garry Davis — Koen Aelterman

Dat de jonge wolven (of vossen?) van FC Bergman het grootse niet schuwen, wisten we al van eerdere voorstellingen zoals Terminator Trilogie. Net als toen krijgt de zoekende en twijfelende mens ook in deze voorstelling een subliem decor om roemloos in ten onder te gaan. Vooraan ligt een heus zwembad, achter de projectiewand wacht een vervaarlijk bos. Samen dragen ze bij aan het duistere en visce­ rale dat over heel deze voorstelling hangt. Elk beeld krijgt ruim de tijd om poëzie te worden. Zo worden de letterlijke verzen van het epos omgezet in een donker, maar wonderschoon beeldgedicht. Onder leiding van Liesa Van der Aa strijkt Solistenensemble Kaleidoskop ons de duisternis in. De vele visuele en auditieve hoogstandjes verbergen echter geen inhoudelijke leegte. Eerst houdt de scheidingswand de ongekende en gevaarlijke natuur nog veilig weg achter de controleerbare beschaving, het rechthoekige zwembad. Voor de wand zijn het enkel de dames van dienst (Marie Vinck en een sublieme Viviane De Muynck) die met hun dierenhuiden om de nek doen denken aan Bacchantes, klaar voor een dionysische dans die de wreedheid en

9

onvatbaarheid van het leven vereert. De wand is echter niet ondoordringbaar. Geleidelijk werkt de natuur zich binnen in de beschaving. Het moreel verval volgt met het aantal blaadjes dat in het zwembad naar beneden komt gedwarreld. En het zijn er veel. Uiteindelijk breekt het water uit zijn grenzen en trekt het iedereen mee in een poel van verderf. Zeer Nietzschiaans wordt moraliteit ontmaskerd als het laatste geloof, het laatste houvast. Goed en kwaad, chaos en orde, apollonisch en dionysisch: alle aanvankelijke tegenstellingen stromen over in een moeras waarin iedereen onherroepelijk wegzakt. Doelloos blijft visnet aan de rand liggen.

Wie is de vos? Toch is het niet al symbolisch wat de klok tikt. Van den vos slaagt erin deze symbolische lading te koppelen aan een heel concreet verhaal. Dat heeft wel wat weg van een whodunit, gefilmd in een rauwe, naturalistische stijl die niet terugdeinst voor een beetje gruwel, zoals we die kennen van Scandinavische series. De wolf stuurt zijn manschappen uit om de verkrachtende en moordende vos te gaan zoeken. Maar wie is de vos? Waarom

doet hij wat hij doet? En waarom gaat de wolf zelf niet? Na een geniale omkering in het verhaal dringt de vraag zich op of de vos überhaupt wel bestaat. Net als in die Scandinavische series is de detective al lang niet meer de onbevlekte superheld die ten strijde trekt tegen het kwaad. De strakke vormgeving en het stevig uitgewerkte dramaturgische concept doen de mindere punten natuurlijk extra hard opvallen. Zo is de rol van het meisje Coppe wat dubieus. Toegegeven, enkele passages met haar leveren prachtige beelden op. Maar het lijkt wel alsof ze er dan ook enkel is in functie van de beeldvorming. Haar handelingen zijn vaak knullig, omdat ze niet inhoudelijk gemotiveerd lijken. Ook het einde, wanneer de vos eindelijk op de voorgrond treedt, valt in het niets bij al de voorgaande visuele grootsheid. Een beetje een anticlimax. Toch is Van den vos een voorstelling die de kracht van theater tot het uiterste benut. De thematiek van goed en kwaad mag dan al door velen zijn aangeraakt, zelden werd ze zo concreet tastbaar gemaakt. De voorstelling trekt de grond onze voeten weg en biedt ons allemaal een kijkje in de afgrond. And when you gaze into the abyss, the abyss also gazes into you.


Afwezig

Het plannen van een groot evenement als Het Theaterfestival loopt niet altijd op rolletjes. Zo konDantons Dood den er dit jaar vier voorstellingen die de jury selecAchterkant teerde, niet hernomen worden omwille van praktische redenen. Twee daarvan – Dantons dood van (Toneelgroep Amsterdam/Johan Simons) en Achterkant (De Warme Winkel) waren van Nederlandse makelij. Een gesprek met jurylid en Nederlands podiumjournalist Robbert Van Heuven.

Theater in de coulissen en acteurs van op de straat — Mitch Van Landeghem

Robbert Van Heuven: “Achterkant is een voorstelling die parasiteert op de voorstelling Lange dagreis naar de nacht van Toneelgroep Amsterdam. Als publiek zit je aan de andere kant van de speelvloer, daar waar het publiek aan de voorkant je niet kan zien. Je kijkt naar twee acteurs die als understudy functioneren voor Lange dagreis naar de nacht en de hele voorstelling wachten tot ze ook een keer mogen meespelen. De spelers van Toneelgroep Amsterdam nemen in Achterkant ook een klein rolletje voor hun rekening, aangezien ze meteen op de scène van Achterkant belanden als ze de scène van Lange dagreis naar de nacht aflopen. Zo masseren de acteurs van De Warme Winkel een actrice en beginnen zodra zij weg is meteen weer te kankeren over Toneelgroep Amsterdam. Maar daarnaast praten ze ook over hoe theater is en wat het kan zijn. Er worden letterlijk twee verschillende theatervormen tegenover elkaar gezet. Het einde is heel bijzonder, maar dat kan ik niet verklappen.” “Voor Dantons dood bewerkte Johan Simons een voorstelling die hij in Duitsland had gemaakt. Deze voorstelling vertelt het verhaal van een aantal revolutionairen die na de Franse Revolutie bespreken hoe het verder moet. Het is een interessante discussie met een hoog theoretisch gehalte over waar we nu met de samenleving naartoe moeten. Wat Dantons dood zo bijzonder maakt, is het moment waarop Adelheid Roosen met een groot aantal amateurs in de voorstelling inbreekt en met ‘echte mensen’ het toneel bezet. Met mensen van op straat in plaats van met acteurs. Zo krijgt de theoretische laag van Dantons dood plots een menselijk zicht: politici praten altijd over mensen, maar vergeten wel eens over wie ze daadwerkelijk aan het praten zijn. Adelheid toont de revolutionairs met deze ‘gewone mensen’ over wie ze eigenlijk aan het spreken zijn en maakt meteen duidelijk dat iedereen even uniek als verschillend is.”

Wat vind je ervan dat Dantons dood en Achterkant niet hernomen kunnen worden op Het Theaterfestival? “Dat is natuurlijk heel erg jammer omdat Dantons dood en Achterkant twee van de meest bijzondere voorstellingen van het afgelopen seizoen waren. Maar ik heb met mensen van Toneelgroep Amsterdam gesproken en het bleek logistiek onmogelijk om dit voor elkaar te krijgen. Het werk van Toneelgroep Amsterdam is dit jaar dan ook ontzettend vaak geselecteerd: op het Nederlands Theater Festival spelen Lange dagreis naar de nacht, De pelikaan en Hamlet vs Hamlet en die laatste voorstelling werd ook geselecteerd voor Het Theaterfestival in Vlaanderen. Het is dus de schuld van de twee festivals dat Dantons dood niet hernomen kon worden: we hadden maar niet zoveel voorstellingen van Toneelgroep Amsterdam moeten selecteren. Ze hebben dan ook de beste voorstellingen van het seizoen op hun naam staan.”

Dantons dood © Jan Versweyveld

Achterkant © Sofie Knijff

10

In het NRC Handelsblad kreeg Dantons dood slechts één ster op vijf. Toch werd de voorstelling geselecteerd voor Het Theaterfestival. “Daar hebben we met collega’s ook over gesproken. Dantons dood is een moeilijke voorstelling waar je als publiek heel actief aan moet deelnemen. Als je er niet in kan meegaan, wordt de theoretische tekst in de voorstelling plots een muur van woorden waar je niet doorheen geraakt. Ron Rijghard, de auteur van het artikel, houdt sowieso niet van Büchner en is dus compleet afgehaakt op een stuk dat hij niet goed vindt. Ik vind dat daar door de ingreep van Adelheid net iets tegenover wordt geplaatst. Zonder die ingreep had ik de voorstelling ook een stuk minder goed gevonden. Maar ik denk dat de meeste recensenten dat volgens mij ook wel gezien hebben.”


fABULEUS stuurt acht moedige, nieuwsgierige jongeren op mysterieuze missie tijdens Het Theaterfestival. Hun opdracht: infiltreer in het universum van een theatermaker. Voor de één eindigt het in een ontmoeting. Voor de ander in een vers voetspoor. Volg alles op blog.fabuleus.be.

— Daniel Verbeek Arnar

Leeghoofd Fragmenten uit de correspondentie tussen Barbaar Daniel en coach Frauke Depreitere Woensdagochtend 20 augustus 2014 Haasrode Beste, (...) U gaf mij de tip om eens kleuters te gaan observeren. Maar de kleuters kwamen naar mij toe, toen ik vandaag op de bus zat. Ze friemelden aan mijn haar en vroegen mij dingen zoals "Heb jij een hond?, "Hoe oud ben jij?", "Met hoeveel ben jij thuis?" Om eerlijk te zijn trok ik alle aandacht in de bus, maar deze kinderen waren waarlijk diamanten, ruwe weliswaar, maar wat is beter? U bent zeker welkom aan mijn tafel ook al is er niet veel te vieren, behalve uw komst. Ik vond het echter spijtig dat ik niet de kans had om u te ontmoeten eergisteren bij de eerste bijeenkomst van de Barbaren. Maar ik hoop dat u mijn blog leest en mij misschien nog kunt bijsturen, want soms lukt het een rivier pas met een beetje hulp om zijn weg verder te zetten, maar hoe dan ook bereikt hij de zee uiteindelijk. Maar nu we alle informaliteiten hebben gehad, wil ik u graag iets vertellen dat mij zwaar op het hart ligt. Het stuk Leeghoofd doet mij denken aan ongelukkige tijden. ik verloor een zus in 2005 toen ze twee jaar oud was. (...) U zult wel begrijpen dat ik leef met een eeuwig litteken op mijn hart. Als ze ooit mijn hart uit mijn borst rukken zullen ze het kunnen lezen gegraveerd in mijn hart. Ik ben een beetje aan het dwalen over wat ik hiermee ga doen. Misschien ­ heeft u een idee, belt u mij anders. Want uw stem is iets waar ik naar gissen kan. Vriendelijk groeten, Daniel Verbeek Arnar

Zondagochtend 24 augustus 2014 Beste Daniel,

11

Om u echt te bellen staat er een tussenschot. Dat moet u zeker niet persoonlijk nemen, want vaker dan nodig (en vanwaar die absurde pudeur?) zal ik mijn naasten niet bellen uit dus een soort timiditeit in die lichtloze, trillende omgeving van louter twee stemmen. Lieve Daniel, ik zou graag diegene zijn die uw hart uit uw borst rukt (...) Dan lees ik de tien jaar oude let-

tertjes, gebeiteld op jouw hart. Stille, ingekerfde slagjes. Een keten is toen gebroken. Jouw zusje die mee aan het begin van je leven stond. En toch is ze nog in zoveel aanwezig. Gewoon al in de manier waarop je je blog 'blogt'. (...) En denkt u niet dat elk stuk (bvb Met mijn vader in bed (wegens omstandigheden)) u in min of meerdere mate zou terugvoeren naar uw zusje? (...) Misschien kan u een heel grote tekening maken of een minimalistische novelle schrijven, dingen waarin u goed bent en u kiest zelf of u uw zusje er al dan niet prominent een plek in geeft. Met opgetogen groet van huis tot huis, Frauke

Woensdagochtend 27 augustus 2014 Haasrode Beste Frauke, Ik vind het grappig dat u over een bepaalde pudeur spreekt, terwijl ik het gevoel heb dat we allebei op een eerder speciale manier spreken. Maar als je met een bepaalde pudeur spreekt, lijken je woorden geen realiteit, maar een hongerige wil naar fantasie. (...) U hebt verder ook gelijk: deze soort van intimiteit, waarbij u en ik elkaar enkel als woorden op een blad kennen geeft mij het gevoel dat ik u vertellen kan wat ik zelfs mijn eigen moeder niet vertellen kan. (...) Ik vraag me ook af of ik wel een barbaar ben, omdat ik toch soms meer geniet van ouderwetse dingen dan van sommige moderne dingen. Maar om eerlijk te zijn moet ik toegeven dat ik toch wel van het gebruik van mijn gsm en mac hou. Ik zou me geen leven zonder internet kunnen voorstellen. Maar toch ben ik een grote fan van stoffige bibliotheken en oude boeken. Maar momenteel werk ik aan een idee waarbij je dus een persoon hebt die steeds voorkomt in de maatschappij, maar steeds zonder hoofd. Dat wijst op zijn nietigheid in de wereld. want wat weten wij nu van de wereld? We draaien hem helemaal naar ons toe en we beseffen niet wat we met hem aan het doen zijn. Hier wil ik dus een kort filmpje over maken. Ik denk dat we allemaal verder moeten gaan en niet in het verleden horen te leven. Smile for the living or you're better off dead. Vriendelijke groeten, Daniel


Wordcloud Agenda

Telex

Toneelgroep Ceremonia (het KIP), LOD Muziektheater & Theater Zuidpool Achter 't eten

Freek Vielen is begripvol. In het nagesprek over Heimat wist hij te vertellen dat alle gecontacteerde mensen aan hun onderzoek wilden mee-

doen, maar dat sommigen niet konden omdat ze al dood zijn. — Uw dagkrant kirde gisterenavond van de pret bij het uittypen van het

dat een barbarie een hele lelijke eend is? Je kan ze onder meer bestellen bij de Chinees of morgenavond op de planken zien in de theaterstudio.

interview met Cie Barbarie. De knotsgekke neerslag hiervan mag u morgenavond verwachten. We geven alvast een voorsmaakje weg: wist je

woensdag 10 september 2014 Expo Kwartier voor aanvang Veerle Eyckermans

deSingel (festivalcentrum)

15:00

Leeghoofd Tuning People & Kinderenvandevilla

20:00

Achter ‘t eten Toneelgroep Ceremonia (het KIP), LOD Muziektheater & Theater Zuidpool

DEStudio

20:00

The Great Downhill Journey of Little Tommy Jonas Vermeulen & Boris Van Severen (

21:10

Nabespreking The Great Downhill Journey of Little Tommy

deSingel (rode zaal)

) deSingel (theaterstudio)

deSingel (naast theaterstudio)

donderdag 11 september 2014 Expo Kwartier voor aanvang Veerle Eyckermans 10:00

deSingel (festivalcentrum)

Reflectiedagkunstensector Een ander gesprek VTI

deSingel (blauwe foyer)

18:00

Infosessie archief en collectie TRACKS-helpdesk (doorlopend tot 20:00)

20:00

The end is dear Compagnie Barbarie (

20:00

Achter ‘t eten Toneelgroep Ceremonia (het KIP), LOD Muziektheater & Theater Zuidpool

20:30

notallwhowanderarelost Benjamin Verdonck / KVS & Toneelhuis

21:30

Nabespreking The end is dear

H O O F D R E DAC T I E R E DAC T I E

Filip Tielens

Marijke Van Geel, Mitch Van Landeghem,

Rini Vyncke, Anouk Van de Kelder T H E AT E R T E K E N A A R VO R M G E V I N G

Koen Aelterman

Mies Van Roy

deSingel (festivalcentrum)

)

deSingel (theaterstudio) deSingel (rode zaal) deSingel (zwarte zaal) deSingel (naast theaterstudio)

WO R D C L O U D R E AC T I E S

Bregt Van Wijnendaele — www.zendelingen.be

filip@theaterfestival.be

F E S T I VA L K E U K E N ONLINE

doorlopend geopend van 18u tot 20u in deSingel

www.theaterfestival.be, www.facebook.com/het.theaterfestival

L E E S A L L E DAG K R A N T E N O P

www.issuu.com/hettheaterfestival


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.