3 2020
info
JAARGANG 29
VAKBLAD VOOR VEILIGHEIDSPROFESSIONALS
Wat doen die lassers
in de laadpijp? NUDGEN VAN VEILIG GEDRAG
KOSTENEFFECTIEVE TEGENDRUK
KEN DE WERKPROCESSEN
HET
NVVK Kennisportal
BETROUWBARE VAKINFORMATIE VAN DESKUNDIGE AUTEURS!
www.veiligheidskunde.nl Inloggen kan op de website via MijnNVVK
info
Van de redactie
H
et werk veiliger maken, dat is de oneindige taak van de veiligheidskundige. De grote hamvraag in elk nummer is: ‘Hoe kun je dit het beste doen?’ Sturen we op gedrag? Verbeteren we de cultuur? Passen we de procedures aan? Veranderen we de regels? Elke kwartaal leren we er met zijn allen een heleboel bij. Over hoe mensen zich gedragen. Hoe we beslissingen nemen. Welke regels werken en welke niet. In dit nummer krijgt u een breed scala aan veiligheidsinzichten mee. Zo leren we wat nudging kan doen in het beïnvloeden van meer veilig gedrag. We leren dat mensen niet altijd beslissingen nemen op rationele gronden. Dat zij zich vaak onbewust laten sturen door andere belangen, prioriteiten, overtuigingen en drijfveren. Super interessant om te lezen hoe we door heel kleine aanpassingen in onze werkomgeving toch getriggerd worden ander gedrag te vertonen. Veel van de beslissingen die we nemen gaan natuurlijk een beetje op de automatische piloot. Regels zijn er wel, maar dit wil niet altijd zeggen dat iedereen zich eraan houdt. En dat is nu juist vaak het probleem. Want pas als iedereen zich aan de regels houdt, hebben die regels ook effect. Hoe groter de groep die zich er niet aan houdt, hoe minder effectief de regel. Een beetje een kip-en-ei-verhaal. Een lastige situatie waar geen kant-en-klaar antwoord op is. Begrijpelijk dus dat er in dit nummer wordt gepleit voor dynamische regels. Iets wat we al vaker hebben geroepen: moeten we mensen niet meer doelof waardegericht sturen? Een heel strakke regel die we niet altijd overal tot op de letter kunnen volgen, is misschien ook niet houdbaar. Nuttige discussies om te voeren. Het uiteindelijke doel van ons allemaal is om het werk veiliger te maken. Hoe kritischer we daar met zijn allen naar kijken, hoe meer we erover discussiëren, hoe meer we van elkaar leren en hoe beter de beheersmaatregelen worden. Zo zet Christian Bredewoud terecht vraagtekens bij de effectiviteit van de inzet van waterschermen bij een toxische wolk. Een maatregel die tijdens uitvoerig onderzoek niet onder elke omstandigheid effectief genoeg blijkt te zijn. Een interessante uiteenzetting van diverse onderzoeken en praktijkexperimenten die tot nieuwe inzichten hebben geleid. Veel van deze beheersmaatregelen hebben maar één doel en dat is gedrag een duwtje in de gewenste richting geven. Veilig werken is niet altijd makkelijk. Soms heeft dit te maken met gedrag, soms met hoe we het werk samen organiseren. Mijn meest effectieve maatregel is blijven communiceren. Samen discussiëren en schrijven over inzichten, aanpakken en beheersmaatregelen. Kritisch blijven en iedereen stimuleren om zich uit te spreken en mee te doen aan de discussie. Want elke inbreng is even waardevol. Veel leesplezier! Q
Orly Polak
Colofon® NVVKinfo is het informatieblad voor leden van de Nederlandse Vereniging voor Veiligheidskunde en hét vakblad voor veiligheidskunde in Nederland. Het blad verschijnt vier keer per jaar in een oplage van 3000 exemplaren. Redactie Robert-Jan Bannink, Wilfred Blaauw, Carsten Busch, Frank Guldenmund, Dirk de Knecht, Orly Polak, Jacqueline Joosten (hoofdredacteur) en Inge Mulder (eindredacteur) Uitgever Vakmedianet, Thijs van Pinxteren NVVK algemeen NVVK Secretariaat Weegschaalstraat 3, 5632 CW Eindhoven T 040 - 209 43 55 E nvvk@veiligheidskunde.nl Vormgeving en opmaak colorscan, www.colorscan.nl Druk Wilco BV, Meppel Advertentie-exploitatie Advertentiewinkel, Janneke Reijseger Postbus 174 3760 AD Soest T 035-6936776 E info@advertentiewinkel.nl Copyright Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande toestemming van de NVVK. Disclaimer Hoewel aan de inhoud van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden uitgever, redactie en auteurs geen enkele aansprakelijkheid voor de gevolgen van eventuele fouten of onvolledigheden. Kopij Redactieadres: nvvkinfo@veiligheidskunde.nl Verschijningsdata 2020 21 februari, 22 mei, 18 september, 18 december ISSN 0928-4923
info– September 2020 nr. 3
3
NR 3 | SEPTEMBER 2020
10 Interview Ken de werkprocessen
14 Risicomanagement Kosteneffectieve tegendruk
18 Human factors Nudgen van veilig gedrag
22 Opleiden Appels en peren of fruitsalade?
26 Professionele ontwikkeling
18
Samen sterk
34 Onderzoek Over water en wolken
38 Arbowetgeving Er was eens ...
6 17 25 29 30 33 41 42 44 45
4
Nieuws De veiligheidsbril van Ed Column YoungNVVK Mentale valkuilen Juridisch bekeken Prikbord Carrière Boekbespreking Nieuwe dingen Verenigingsnieuws
September 2020 nr. 3 –
info
14
38
34
26
10 info– September 2020 nr. 3
5
Nieuws
Staat van de veiligheid niet best Onlangs verscheen weer het jaarlijkse rapport ’Staat van de Veiligheid BRZO-bedrijven’. Daarin staat in hoeverre de BRZObedrijven in ons land zich houden aan de regels.
D
e Staat van de Veiligheid Brzobedrijven 2019 is opgesteld door het ministeries van IenW, SZW
De Staat van de veiligheid Brzobedrijven 2019 biedt bepaald geen rooskleurig beeld
en JenV. Het rapport is gebaseerd op de rapportages van verschillende overheden en het bedrijfsleven. Het beeld is niet erg rooskleurig. Er zijn 484 inspecties uitgevoerd bij 381 Brzo-bedrijven. Het percentage Brzo-bedrijven dat in 2019 een overtreding heeft begaan (67%) ligt 10 procent hoger dan in 2018 (57%). Het aantal overtredingen is gestegen van 755 in 2018 naar 813 in 2019. De toename is te zien in de categorieën zware en middelzware overtredingen. Het aantal lichte overtredingen is afgenomen. In 2019 zijn 8 zware overtredingen geconstateerd; in 2018 was dit er 1. De Inspectie SZW heeft bij deze overtre-
dingen direct ingegrepen en het onmiddellijke gevaar weggenomen. Ook blijkt dat zich meer incidenten hebben voorgedaan met persoonlijke schade van werknemers tot gevolg. Het gaat om een stijging van maar liefst 54 procent ten opzichte van 2018. De Wet Milieubeheer verplicht bedrijven om ongewone voorvallen te melden. Het aantal bedrijven dat geen melding deed is nog steeds laag: in 2019 deden 51 procent van de Brzobedrijven een melding. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/ rapporten/2020/07/01/bijlage-1-staat-vande-veiligheid-brzo-bedrijven-2019
Nieuwe richtlijn Nachtwerk en gezondheid Nachtwerk kan allerlei gezondheidsproblemen opleveren voor de werkende mens. Daarom is er nu de nieuwe richtlijn ‘Nachtwerk en gezondheid’. emand die 40 jaar nachtwerk heeft verricht, heeft een geschat verhoogd risico op diabetes of een hart- of vaatziekte van respectievelijk 7 en bijna 8 procentpunten vergeleken met iemand die geen nachtwerk heeft verricht. Daarom moeten werkgevers geen of zo min mogelijk gebruikmaken van nachtwerk. Denk bij beperking van nachtwerk ook aan het aanpassen van aanvangstijden van diensten, het inroosteren van parallelle ploegen in dagdiensten, nagaan of voor alle functies nachtwerk noodzakelijk is en of ’s nachts een gelijke bezetting nodig is als overdag. Houd rekening met de individuele belasting als nachtwerk over een kleine groep werkenden wordt verdeeld. Financiële compensatie van de ongemakken van nachtwerk is geen maatregel ter beperking van gezondheidsrisico’s en geen rechtvaardigingsgrond voor nachtwerk.
I
6
September 2020 nr. 3 –
info
In de nieuwe NVAB-richtlijn ‘Nachtwerk en gezondheid’ staat welke onderwerpen ten aanzien van preventie in de RI&E thuishoren, welke preventieve organisatorische maatregelen geadviseerd kunnen worden en welke preventieve adviezen er zijn voor individuele werkenden. Verder staan in de
richtlijn ook individuele begeleiding en interventies beschreven. Dit is uitgewerkt in vijftien gerichte vragen aan nachtwerkers. https://nvab-online.nl/sites/default/files/ bestanden-webpaginas/RL_nachtwerk_ def_200814.pdf
ISO 45003: aanpak werkdruk en ongewenst gedrag Onlangs verscheen in concept de richtlijn ISO 45003. De norm is een leidraad voor een structurele aanpak van werkdruk en ongewenste omgangsvormen op de werkvloer. Het betreft een aanvulling op ISO 45001.
E
lke organisatie kent risico’s in relatie tot werkdruk en ongewenste omgangsvormen. De aanpak van de risico’s verschilt sterk per organisatie. Vaak ontbreekt een proactieve en gestructureerde aanpak
en hobbelt een organisatie van incident naar incident. ISO 45003 helpt bedrijven en instellingen hier verandering in te brengen. De norm biedt, in samenhang met ISO 45001, een handvat voor een systematische aanpak van psychosociale risico’s. De leden van de Nederlandse normcommissie – ISO 45001 OHS-managementsysteem kunnen tot 1 november suggesties ter verbetering aanleveren. Meer informatie: NEN.
Toekomstvisie op arbeidsomstandigheden Welke uitdagingen staan ons de komende twintig jaar te wachten als het gaat om ons werk en onze arbeidsomstandigheden?
T
NO heeft op verzoek van het ministerie van SZW een reactie opgesteld op de startnotitie Arbovisie 2040 over arbeidsomstandig-
heden in de toekomst. In het rapport staan kansen, uitdagingen en oplossingsrichtingen voor de politiek, wetenschap en praktijk. De visie wordt samen met de input van anderen meegenomen in de Arbovisie 2040. https://www.tno.nl/media/16517/tno2020-arbovisie.pdf
Oplossingen, uitdagingen en kansen voor politiek, praktijk en wetenschap
Veiligheidsregio’s beter voorbereid op crisis De 25 veiligheidsregio’s zijn beter voorbereid op crises en rampen dan in 2016 maar moeten blijven werken aan hun taakuitvoering. Dit blijkt uit het periodiek beeld Rampenbestrijding en Crisisbeheersing van de Inspectie Justitie en Veiligheid.
D
e regio’s tonen voortgang op het gebied van de vakbekwaamheid van hun crisisfunctionarissen. Anders dan in 2016 beschikken alle
Veiligheidsregio’s werken al beter samen, maar de crisisstructuur is punt van aandacht
veiligheidsregio’s inmiddels over een visie op vakbekwaamheid van hun crisisfunctionarissen. Zij moeten nog wel werken aan een goede borging daarvan. Verder heeft ruim de helft van de veiligheidsregio’s de operationele prestaties – van melding van een incident tot overdracht in de nafase – op orde. Hoewel veiligheidsregio’s beter zijn gaan samenwerken, is de crisisstructuur nog een punt van aandacht. De Inspectie JenV wil dat regio’s afspraken met elkaar maken als hun crisisstructuur onderling verschilt, zodat ze bij een ramp wel samen kunnen optrekken. Ook vindt de Inspectie JenV dat de veiligheidsregio’s lessen moeten trekken uit het Inspectieonderzoek van juni 2019 naar de onbereikbaarheid van het noodnummer 112.
Dat onderzoek laat zien dat veiligheidsregio’s bij crises met landelijke impact veroordeeld zijn tot samenwerken met elkaar en daar dus op moeten zijn voorbereid.
info– September 2020 nr. 3
7
Meer NVVK info? Bezoek onze website.
www.veiligheidskunde.nl
Cartoon
Bedrijven nalatig met updates Hackers legden de Twentse bandenfabriek Apollo Vredestein redentelijk plat. Door gebruik van apparatuur die al meer dan tien jaar niet was bijgewerkt, was het bedrijf weerloos tegenover de cybercriminelen. Bovendien stond de gebruiksaanwijzing waardoor hackers konden binnenkomen gewoon op internet.
De gebrekkige beveiliging bij Apollo Vredestein is exemplarisch voor de situatie bij Nederlandse bedrijven, stellen experts tegenover het FD. Bedrijven zijn volgens hen nalatig met het doorvoeren van updates van programma’s en beschermen de toegang tot hun netwerken onvoldoende. “Het was wachten op een aanval”, zegt
Arwi van der Sluijs, managing director bij NFIR. Dit cyberveiligheidsbedrijf was onder meer verantwoordelijk voor de veiligheidscontrole van de Nederlandse corona-tracingapp.
‘Het was wachten op een aanval’
Zo herkent u bombrieven Begin dit jaar werd bij diverse bedrijven in Nederland een bombrief bezorgd. De aanslagpleger loopt waarschijnlijk nog steeds vrij rond en het is zeer goed denkbaar dat hij de draad weer oppakt.
D
aarom is er een speciale website gelanceerd met informatie hoe je een bombrief herkent: www.bombrieven.nl. Via deze website kunnen bedrijven en overheidsorganisaties een gratis poster downloaden. Op die poster staan de 20 kenmerken van dreigbrieven, met een korte instructie over wat te doen als een verdacht pakket wordt gesignaleerd. Hiermee kan 95 procent van de dreigbrieven als zodanig worden herkend.
De website is een initiatief van Rob van Dijk, eigenaar van Cocoon risk management. Voor de totstandkoming ervan is samengewerkt met specialisten van de brandweer, Defensie en de Rijksoverheid. De poster is afgestemd op politie, brandweer, de Explosieven opruimingsdienst (EOD) en bedrijfshulpverlening. https://www.bombrieven.nl/
Op de poster voor bedrijven staan de 20 kenmerken van dreigbrieven info– September 2020 nr. 3
9
Interview Frits de Koning: ‘Zorgcontinuïteit borgen is cruciaal’
Ken de
werkprocessen De coronacrisis toont hoe vitaal de positie van ziekenhuizen in de samenleving is. De pandemie is voor de zorgsector een uitdaging zonder precedenten. Om de zorgcontinuïteit én de arbeidshygiëne voor medewerkers te handhaven. Frits de Koning, voormalig voorzitter van de NVVK-vakgroep Veiligheid in de zorg, volgt het met aandacht. Ook al is hij juni 2019 als veiligheidskundige overgestapt van de ziekenhuiswereld naar de Nederlandse Spoorwegen.
TEKST ROB JASTRZEBSKI
D
e coronacrisis verbindt beide vakgebieden wel. Ook het openbaar vervoer moet immers als vitale voorziening overeind blijven. Al is het maar om de honderdduizenden zorgmedewerkers dagelijks op hun werk te krijgen. Als HSE-adviseur bij de NS is De Koning overigens maar beperkt betrokken bij de veiligheids- en gezondheidsmaatregelen rond het coronavirus. En ook in zijn vorige functie in het Arnhemse ziekenhuis Rijnstate was infectiepreventie op de werkvloer niet zijn métier. Maar hij weet wel alles van de kwetsbaarheid van ziekenhuizen voor noodsituaties met een interne of externe bron.
Zorgcontinuïteit Frits de Koning begon zijn loopbaan in 1990 bij de Bedrijfsgezondheidsdienst Zwolle, na een HTS-studie milieutechnologie en arbeidshygiëne. Een jaar later volgde hij ook een HVK-opleiding, om zijn takenpakket te verbreden. “Arbeidshygiëne en veiligheid zijn sterk verweven taakvelden voor bedrijfsartsen en arbo-adviseurs”, stelt hij vast. “Die beroepsgroepen kregen in de afgelopen decennia te maken met steeds meer veiligheids- en gezondheidsthema’s. Van werken met gevaarlijke stoffen en asbest tot risico’s van fijnstof en geluid, maar ook sociale veiligheid
10
September 2020 nr. 3 –
info
op de werkvloer. Mijn ervaring is dat pakweg een derde van het ziekteverzuim onder werknemers voortkomt uit sociale arbeidsaspecten. Zoals een onveilige werksfeer of de omgang van managers met hun personeel.” De fusie van enkele bedrijfsgezondheidsdiensten tot de huidige ArboUnie was voor De Koning aanleiding om van baan te wisselen. Hij trad in dienst bij ziekenhuis Rijnstate en werd daar adviseur veiligheid en hoofd BHV. Onder zijn leiding maakte het ziekenhuis grote stappen in het interne veiligheidsbeleid. Het bedrijfsnoodplan bleek verouderd en had dringend een update nodig. Het plan was onvoldoende scenariogericht en er was weinig aandacht voor borging van de zorgcontinuïteit. Die aspecten kregen in de aanpak onder leiding van De Koning hoge prioriteit. “Kort voor mijn komst had het ziekenhuis te kampen gehad met een grote stroomstoring. Daardoor wist iedereen welk effect zo’n incident kan hebben op de zorgcontinuïteit. En welke inspanning je als organisatie moet leveren om die continuïteit te waarborgen. Die gebeurtenis maakte duidelijk dat het bij bedrijfshulpverlening en crisismanagement in een ziekenhuis niet alleen draait om een tijdige respons door BHV’ers en het ontruimen van een afdeling. Ook het waarborgen van de zorgcontinuïteit is van cruciaal belang.”
info– September 2020 nr. 3
11
Ken de processen Het vertrekpunt voor het nieuwe bedrijfsnoodplan was een grondige risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) in het ziekenhuis. Welke verstoringen kunnen zich voordoen op de diverse afdelingen en hoe beïnvloeden die de zorgcontinuïteit? In een later stadium heeft De Koning de afdelingen en hun taken en werkprocessen beschreven. Belangrijk om de kwetsbaarheden van elk organisatieonderdeel te leren kennen. Want een ziekenhuis is een ketenorganisatie, waarin uitvoerende schakels sterk zijn verweven en afhankelijk zijn van elkaar. “Het risicoprofiel is op elke afdeling anders. Een paar voorbeelden. Als ten gevolge van een incident de IC uitvalt, moeten grotere risico’s worden genomen. Een groep patienten kan dan niet worden geholpen en de overlijdenskans stijgt. Bij uitval van een min of meer zelfstandige afdeling, de dialyse bijvoorbeeld, kan een, weliswaar kleine, groep in acuut gevaar komen. En bij uitval van het klinisch lab stokt de hele zorgketen, omdat goede diagnoses stellen niet meer mogelijk is. Die kwetsbaarheden en hun impact hebben we voor alle organisatieschakels in Rijnstate in beeld gebracht. Vervolgens hebben we die vertaald in een bedrijfsnoodplan en een scholings- en trainingsplan. Niet alleen voor de BHV-organisatie, maar voor al het personeel. Want in een noodsituatie in een ziekenhuis heb je alle handen nodig. We hebben scenario’s beschreven en per scenario acties benoemd, functies vastgesteld en daar prestatie-indicatoren aan verbonden. Voor een ziekenhuis is het wezenlijk om snel op te schalen in een noodsituatie. Want een grote populatie deels zeer kwetsbare patiënten is afhankelijk van onbelemmerde zorg.”
Eenmansfunctie De Koning deelde het nieuwe bedrijfsnoodplan met zijn collega’s via het netwerk van hoofden bedrijfshulpverle-
Zo’n NVVK-platform voor vakgenoten kan een toetsende en normstellende functie hebben ning in de zorg. Een essentieel netwerk, vindt hij, net als de NVVK-vakgroep Veiligheid in de zorg. “Veiligheidskundige professionals in de zorg moeten het van deze netwerken hebben voor het delen en verrijken van hun kennis. En ook om hun kwaliteit en professionaliteit te spiegelen aan vakcollega’s. Als veiligheidskundige of arbeidshygiënist ben je in een ziekenhuisorganisatie vaak een eenpitter. Budgetten in de zorg staan enorm onder druk. Dat zie je terug in bezuiniging op functies die niet met het primaire zorgproces te maken hebben. In sommige ziekenhuizen zijn helemaal geen veiligheidskundigen of arbeidshygiënisten. Hun taken zijn dan bijvoorbeeld ondergebracht bij de HR-afdeling. Net als de inbedding van veiligheidskundige adviezen in de organisatie, wisselt ook het niveau van de risico-inventarisaties sterk. Veel ziekenhuizen zien een RI&E als een verplichting in de vorm van het invullen van een checklist. Niet als een tool om actief te sturen in de arbeidsveiligheid en zorgcontinuïteit.” Daarom heeft de vakgroep Veiligheid in de zorg volgens De Koning een belangrijke rol voor deze groep meer of minder ‘ondergeschoven’ veiligheidskundigen. “Zo’n platform voor vakgenoten kan een toetsende en normstellen-
Frits de Koning: “Een veiligheidskundige in de zorg is vaak een eenpitter.”
12
September 2020 nr. 3 –
info
de functie hebben. Van collega’s leer je wat best practices zijn voor het aanpakken van bepaalde risico’s. Ik heb mij er in de vakgroep en ook binnen het ziekenhuis altijd sterk voor gemaakt om arbobeleid, safety en zorgcontinuïteit op een kwalitatief hoger niveau te brengen. Als veiligheidskundige moet je met je risico-inventarisatie aansluiten bij de belangrijkste zaken die het management als probleem ervaart. Ik ga het liefst in gesprek met de mensen, om te horen wat ze echt bezighoudt en waar ze mee aan de slag willen. Adviezen die daarbij aansluiten, motiveren het management om echt te gaan werken aan arbeidsveiligheid.”
Veiligheid NS-kantoororganisatie Voor die opgave staat De Koning sinds juni 2019 in zijn nieuwe werkomgeving bij de Nederlandse Spoorwegen. Ook een vitale organisatie waarin bedrijfscontinuïteit ertoe doet. De continuïteit van het reizigersvervoer zit echter niet in zijn portefeuille. De Koning is aangesteld als HSEadviseur, met de opdracht om de arbeidsomstandigheden voor het kantoorpersoneel goed te regelen. Zijn nieuwe afdeling heeft ook de taak de brandveiligheid en bedrijfshulpverlening voor de gehele NS te coördineren. “Door de jaren heen heeft de beleidsfocus van NS op veiligheidsgebied heel sterk gelegen op aspecten van spoorwegveiligheid. Nu wil het bedrijf ook de veiligheid en gezondheid van mensen in de kantooromgeving gestructureerd op een hoger plan brengen.” Een van de projecten die De Koning onder handen heeft, is het recent verbouwde Utrechtse hoofdkantoor. De NS heeft het concept ‘flexibel werken’ ingevoerd. Daarbij hebben eigen werkplekken in kleine kantoorruimten plaatsgemaakt voor flexplekken in een grote kantoortuin. “Dat levert aandachtspunten op voor veilig en gezond werken. Hoe is het bijvoorbeeld gesteld met de ergonomie van die nieuwe werkomgeving? En kunnen mensen zich er goed concentreren?” De kantoortuin in het hoofdgebouw is een bruggetje naar de huidige coronacrisis, waardoor toch weer wat zorgaspecten in de nieuwe werkomgeving van De Koning doorsijpelen. “De maatregelen rond de corona-uitbraak hebben ook consequenties voor gebouwbeheer en veiligheid. Net als de meeste bedrijven hanteert NS een thuiswerkbeleid om het besmettingsrisico te beperken. Maar voor sommige mensen is het toch noodzakelijk om naar kantoor te komen. Hoe doe je dat veilig onder deze omstandigheden? Welke afdelingen blijven wel open en welke
Veiligheidskundigen moeten met hun RI&E aansluiten bij de belangrijkste zaken die het management als probleem ervaart
De Koning op zijn thuiswerkplek in coronatijd.
niet? Hoe zorg je ervoor dat mensen die alleen in een gebouw of kantoorruimte werken toch in contact staan met iemand die waakt over hun veiligheid? Dat moet je wel goed organiseren. En nu 80 tot 90 procent van het personeel langere tijd op thuiswerken is aangewezen, moet er ook oog zijn voor de arbo-aspecten van die ongebruikelijke werkplekken. In de kantooromgeving zijn de werkplekken qua arbo en ergonomie helemaal ingericht op gezond en veilig werken, zoals de werkhouding. Thuis is dat niet ook automatisch zo. Daarover adviseren we de thuiswerkende medewerkers dan ook. Ten slotte: op de plekken waar gewerkt wordt, is uiteraard ook schoonmaak belangrijk, om besmettingsrisico te beperken. Dat geldt bijvoorbeeld ook op de standplaatsen waar treinpersoneel de dienst begint of eindigt en pauzeert.” De Koning voelt op zijn nieuwe werkplek in deze tijd toch nog een link met zijn voormalige job in de ziekenhuiswereld. De zorg en het openbaar vervoer hebben immers een sterke relatie met elkaar. “De Nederlandse zorgsector telt bij elkaar meer dan een miljoen medewerkers. Die moeten allemaal dagelijks naar en van hun werk. Veel mensen doen dat met het openbaar vervoer. In dat verband is het ook in deze tijd essentieel dat treinen en andere vormen van openbaar vervoer in bedrijf blijven.” De Koning heeft de vakgroep Veiligheid in de zorg formeel nog niet helemaal losgelaten omdat er nog geen opvolger is voor zijn functie als voorzitter. Daarom blijft hij voorlopig nog actief binnen de vakgroep. Hetzelfde geldt voor de vakgroep Brandpreventie waarvan hij ook lid is en die hij nieuw leven wil helpen inblazen. “Ik zie de vakgroepen als essentiële contactpodia voor veiligheidskundigen in de diverse vakgebieden. Onderken de kracht van die collegiale netwerken. Zoek elkaar, leer van elkaar en deel ervaringen. Daar heb je veel profijt van als je voor een vraagstuk komt te staan waar je zelf niet goed uit komt.” Q In deze serie interviewen wij NVVK-leden met een verhaal. Wilt u ook geïnterviewd worden en vertellen over uw discipline of vakgroep? Stuur dan een mail naar: nvvkinfo@veiligheidskunde.nl.
info– September 2020 nr. 3
13
Risicomanagement Efficiënt én zorgvuldig werken in crisistijd
Kosteneffectieve
tegendruk
Door de Covid-19-crisis hebben verschillende sectoren moeite om financieel het hoofd boven water te houden. Wat zijn de mogelijke consequenties van die economische druk op veiligheid? De auteur bespreekt deze vraag in dit artikel aan de hand van Rasmussens migratiemodel. Daarnaast laat hij zien welke maatregelen mogelijk zijn om kosteneffectieve ‘tegendruk’ te organiseren. TEKST RON BOURS
D
e coronacrisis raakt enkele sectoren hard. Hoewel het nog onduidelijk is hoe lang de crisis zal duren, is het aannemelijk dat veel organisaties besparingen overwegen. Enkele kenmerkende maatregelen bij economische tegenwind zijn: - ontslag of vervroegde pensionering van (deskundig) personeel; - minder inhuur van kwalitatief goed personeel of ondersteunende diensten; - lagere investeringsbudgetten. Dit alles kan invloed hebben op belangrijke werkprocessen en werkafspraken. Zoals een goede werkvoorbereiding, een optimale ‘span of control’ van teamleiders, tijd voor toezicht en ondersteuning, aandacht voor opleiding van nieuwkomers en preventief onderhoud en renovatie.
Safety first Veel organisaties hebben ‘safety first’ als uitgangspunt bij alle activiteiten. Het effect van de crisis op veiligheid zal bij deze bedrijven klein of misschien wel nul zijn, mits deze cultuur goed verankerd is in alle lagen van de organisatie. Maar hoe zit dat in bedrijven waar leidinggevenden dit uitgangspunt niet samen met de medewerkers hebben ontwikkeld? Daar zal een veranderende context van het werk (tijd, middelen, materiaal, ondersteuning, omstandigheden) door crisismaatregelen van invloed zijn op veiligheid. In die situaties gaan medewerkers eerder een weg zoeken om het werk binnen de verwachtingen van de organisatie gedaan te krijgen. Zij zullen er dan steeds vaker voor kie-
14
September 2020 nr. 3 –
info
zen om efficiënt te werken in plaats van zorgvuldig (volgens de procedure). Eric Hollnagel ¹,² beschrijft dit fenomeen met zijn ETTO-principe (Efficiency-ThoroughnessTrade-off). Daarin beschrijft hij dat veranderende omstandigheden leiden tot het maken van andere keuzes tussen efficiëntie en zorgvuldigheid in werken.
Drift to danger Het gevolg hiervan kan zijn dat een organisatie ongemerkt wegglijdt als het om veiligheid gaat. Jens Rasmussen ³
In bedrijven waar leidinggevenden geen safety first hebben ontwikkeld, zullen medewerkers er steeds vaker voor kiezen om efficiënt te werken in plaats van zorgvuldig
heeft dit omschreven als drift to danger en uitgebeeld in zijn ‘migratiemodel’. Dit model visualiseert de gevolgen van financiële druk op een organisatie in relatie tot de kans van falen in het behalen van doelstellingen (bijvoorbeeld veiligheidsdoelstellingen). Rasmussen beschrijft dat in elke organisatie de doelstellingen en beperkingen waarmee medewerkers worden geconfronteerd het menselijk gedrag bepalen. Het geheel van activiteiten van medewerkers wordt in zijn model weergegeven middels een werkpunt, ingekaderd binnen drie systeemgrenzen (zie figuur 1). Als het werkpunt zich binnen deze grenzen bevindt, voldoet de organisatie aan de eis dat 1) de bedrijfsvoering winstgevend is, 2) de werkzaamheden geen onacceptabele werkdruk veroorzaken en 3) de organisatie niet faalt in het behalen van de doelstellingen (bijvoorbeeld veiligheid). Indien de financiële druk en de werkdruk steeds groter worden (weergegeven door de rode pijlen), kan het werkpunt richting de faalgrens worden ‘geduwd’. Het is dus zaak dat er voldoende tegendruk (groene pijl) wordt gegeven om het werkpunt op voldoende afstand van de faalgrens te houden. Omdat niet altijd helder is waar de faalgrens zich bevindt, hebben organisaties afspraken gemaakt over welke activiteiten/waarnemingen zij zien als een waarschuwing (alarm). Deze grens heet de margegrens (zie figuur 2). Als er veel druk op een organisatie staat, zal het werkpunt richting deze margegrens verschuiven en deze mogelijk
soms overschrijden. Wat gebeurt er als de organisatie niet de capaciteit of veerkracht (resilience) heeft om zo’n overschrijding te herkennen, ervan te leren en erop te anticiperen? Dan bestaat de kans dat zij de margegrens veelvuldig overschrijdt en uiteindelijk ook de faalgrens, met een ongeval als resultaat.
Alarmbellen bij de margegrens Het niet meer volgen van procedures en regels of een hoger aantal ‘bijna-ongevallen’ zijn duidelijke alarmbellen dat de margegrens is bereikt. Maar zo eenvoudig ligt het meestal niet. Vaak gaat het om een samenloop van omstandigheden waarin elke afzonderlijke afwijking het incident niet zou veroorzaken. Een incident gebeurt bijvoorbeeld tijdens onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd door een nieuwe collega bij een klus die deze keer slecht is voorbereid, met beperkte kennisoverdracht door een ervaren collega, terwijl de ervaren chef Onderhoud die vaak toezicht hield, met pensioen is. Rasmussen heeft met het migratiemodel aangegeven dat de variatie van de context waarin mensen werken een belangrijk aspect is in veiligheid. Hiermee heeft hij een gewaardeerde bijdrage geleverd aan het resilience-denken dat zich in de zorg en industrie in een steeds grotere populariteit mag verheugen. Deze filosofie, gebaseerd op het versterken van de veerkracht van de organisatie (mede-
info– September 2020 nr. 3
15
3 Grens van acceptabel functioneren: er is sprake van een ongewenste resultaat/ ongeval als het werkpunt van de organisatie voorbij de geaccepteerde faalgrens gaat.
3 Geaccepteerde faalgrens. Druk om afstand te nemen van economisch falen
Werkpunt Tegendruk om afstand te nemen van falen
1 Grens van economisch falen
1 Grens van economisch falen: als het werkpunt over deze grens heengaat zal de activiteit verliesgevend zijn.
Druk om afstand te nemen van economisch falen Druk om afstand nemen van te grote werkbelasting
Werkpunt Tegendruk om afstand te nemen van falen
Druk om afstand nemen van te grote werkbelasting
2 Grens van onacceptabele werklast 2 Grens van onacceptabele werklast: als het werkpunt over deze grens heengaat is de werkbelasting voor
Figuur 1 – Migratiemodel van Rasmussen
werkers) bij complexe werkzaamheden, heeft verschillende namen. Safety II, New view on safety, HOP (Human Operational Performance) en Safety differently zijn de bekendste. Centraal in deze filosofie en de bijbehorende programma’s staat het signaleren van het verschil tussen Work As Done (WAD) en Work As Imaged (WAI). Als WAD (zoals het werk daadwerkelijk wordt uitgevoerd) en WAI (zoals het werk is gepland) sterk van elkaar gaan verschillen, overschrijdt een organisatie waarschijnlijk vaker de margegrens. In de programma’s worden derhalve vaak analysemethoden aangereikt om het verschil in WAI en WAD te visualiseren. Denk aan FRAM (Functional Resonance Analysis Method) van Hollnagel of formats voor post jobs-discussies om operational learning te versterken (Todd Conklin 4).
Figuur 2 – Margegrens van Rasmussen
-
-
-
Rol veiligheidskundige KPI’s als het aantal veiligheidsobservatieronden, het aantal LMRA-kaartjes, de achterstand van acties uit incidentonderzoek en het aantal toolboxen kunnen een indicatie zijn van demotivatie of tijdsgebrek door taakverzwaringen. Het is dan niet altijd verstandig om deze systemen in volle omvang te handhaven. Tenminste niet zonder een waardeoordeel over de kwaliteit van belangrijke, niet kwantificeerbare activiteiten als werkoverleg, mate van toezicht, start-meetings, professionele ondersteuning op de werkplek en intercollegiaal overleg voorafgaand aan de klus. Deze laatste activiteiten zijn voor veiligheid minstens zo belangrijk als de meer systeemgestuurde activiteiten. Achterhalen welke oplossingen medewerkers kiezen als er problemen zijn, kan alleen succesvol uitpakken als die medewerkers erbij betrokken worden. Want zij en de teamleider hebben het beste zicht op veranderde werkwijzen veroorzaakt door de nieuwe (crisis)omstandigheden. Zij weten dan ook het best of de margegrens regelmatig wordt overschreden.
-
-
-
volgen van regels, maar ook gesprekken voeren met medewerkers over afwijkingen van het geplande werk of veranderde werkomstandigheden. Train managers in het herkennen van belangrijke signalen van het bereiken van de margegrens. Bespreek met teamleiders en medewerkers welke observaties ze hebben met betrekking tot gewijzigde omstandigheden en uitvoering van het werk. Let vooral op veranderingen bij hoogrisico-activiteiten. Doe regelmatig een korte post job review (debriefing) om te bespreken wat onverwachts nodig was om de klus klaar te krijgen en welke risico’s van tevoren niet waren erkend. 4 Maar bespreek ook waarom de aanpassingen van de werkzaamheden goed waren. Maak video’s van frequente hoogrisicowerkzaamheden en bekijk in de teams het resultaat met aandacht voor WAD en WAI. Probeer de gemakkelijkste manier van werken en de veiligste manier van werken zo dicht mogelijk bij elkaar te brengen. Help teamleiders in het maken van afspraken in de teamstartmeeting over ondersteuning bij afwijkende situaties. Laat de teamleider af en toe samen met een medewerker het werk uitvoeren. Zo is er zicht op hoe er dagelijks wordt gewerkt. Bespreek met de medewerkers de bestaande risico-inventarisaties en -evaluaties. Laat de medewerkers aangeven op welke onderdelen deze RI&E’s niet meer de werkelijke werkzaamheden beschrijven en welke risico’s er daardoor in ontbreken. Q
Literatuur [1] Eric Hollnagel: The Etto principle 2009 [2] Eric Hollnagel: https://erikhollnagel.com/onewebmedia/ETTO. pdf [3] Rasmussen: Drift to danger 1997 [4] Todd Conklin: Pre-accident investigations 2012
Kosteneffectieve aanpakken Welke kosteneffectieve aanpakken staan de veiligheidskundige nu ter beschikking in de praktijk? Hieronder staan er een aantal, geïnspireerd op het migratiemodel: - Instrueer managers dat ze tijdens werkplekbezoeken niet alleen oog hebben voor risicovolle situaties en het
16
September 2020 nr. 3 –
info
Veiligheidsadviseur Ron Bours is eigenaar van Bours Consulting bv en adviseert verschillende, vaak internationale, organisaties in industrie en zorg op het gebied van (patiënt)veiligheid.
De veiligheidsbril van Ed
Het met-de-kennisvan-nu syndroom
H
et is 20 maart 2003. The Coalition of the Willing valt Irak aan. Nederland doet officieel niet mee en verleent slechts politieke steun, zo heet het. Later blijkt dat echter niet helemaal waar te zijn. Er werden ook Nederlandse commando’s en F-16’s ingezet. De Tweede Kamer volgt het allemaal met argusogen. Uiteindelijk zwicht het kabinet-Balkenende voor de politieke druk en stelt de commissie-Davids in, teneinde een parlementaire enquête te voorkomen.
TEKST ED OOMES
Davids concludeert in zijn rapport dat “een adequaat volkenrechtelijk mandaat” voor de inval in Irak ontbrak. Dat is een niet gering verwijt aan het adres van de regering. Op 13 januari 2010 is er in de Tweede Kamer een debat over het rapport, waarin Femke Halsema vraagt aan Balkende of hij nu weer dezelfde beslissing zou nemen. Zijn antwoord is inmiddels legendarisch: “Als je met de inzichten van nu terug zou kijken, denk ik dat je het anders zou hebben gedaan.” ‘Met de kennis van nu’ is sinds die tijd de reddingsboei van velen die forse kritiek kregen. Geen marinierskazerne naar Zeeland, discriminatie bij de Belastingdienst, burgerslachtoffers na bombardementen op Hawija? Met de kennis van nu hadden we het niet gedaan. Het met-de-kennis-van-nu syndroom is een general disclaimer. Mensen maken fouten, dat klopt. Maar mensen nemen ook bewust risico’s die ze achteraf toedekken met zogenaamd nieuwe kennis en inzichten. Of ze wisten het wel, maar hadden geen zin om er iets aan te doen. Of namen aan dat het zo’n vaart niet zou lopen. Of hadden slechte afspraken gemaakt over wie er verantwoordelijk was. Of het kon ze misschien niet eens schelen. We zullen het nooit weten en we zullen er ook niks van leren, dankzij het met-de-kennis-van-nu syndroom. Dat syndroom is niet slechts voorbehouden aan de politiek. Op 9 januari 2018 suist BMX’er Jelle van Gorkom van de startschans op Papendal, waar hij zich een fractie later met zestig km/u kapotrijdt op een ketting. Die was daar gespannen om onbevoegd gebruik van de baan tegen te gaan. Van Gorkom ligt weken op de intensive care en zal nooit meer herstellen van zijn verwondingen. Tegenwoordig gaat hij gehandicapt door het leven. Toen ik hier voor het eerst van hoorde, was ik kwaad. Wat voor bedrijf ben je als je onderaan zo’n schans, buiten het zicht, een ketting spant om illegaal gebruik tegen te gaan? Dan weet je toch dat je mensen in gevaar brengt? Vanuit de kranten doemt over die vraag een mist op aan onduidelijke procedures en verantwoordelijkheden, de kroniek van een aangekondigd ongeval. Daar heb je geen kennis van nu voor nodig, dat zag je toen ook al, als je echt had gekeken. Maar met de kennis van nu hadden ze die ketting niet aangelegd, vast niet. Wat ik me nu al heel lang afvraag: zouden ze er op Papendal echt ook wat van geleerd hebben? Of hebben ze alleen die ketting weggehaald? Hébben ze die ketting wel weggehaald?
info– September 2020 nr. 3
17
Human factors Aandacht voor onbewuste processen bij de mens
Nudgen
van veilig gedrag
Menselijke fouten ontstaan vaak doordat mensen geen rationele keuzes maken. Zij worden zonder dat zij zich daar bewust van zijn beïnvloed door allerlei andere zaken. Nudging is een strategie die helpt om hier meer zicht op te krijgen. TEKST RICHARD VAN DER WEIDE EN DIRK DE KNECHT
E
én van de hoofddoelen binnen het vakgebied van human factors is het minimaliseren van foutieve beslissingen in veiligheidskritische situaties. Om dit te bereiken worden omgevingen ontworpen vanuit een human-centred perspectief, waarin de kans op het maken van een fout zo klein mogelijk is. Binnen deze ontwerpen staan de volledige mens en zijn eigenschappen centraal. Toch lijkt het alsof het vakgebied zich tot nu toe voornamelijk focust op de rationele mens; de emotionele mens is vaak onderbelicht. Menselijke fouten ontstaan echter vaak vanuit het feit dat mensen geen rationele keuzes maken, maar onbewust beïnvloed worden door allerlei andere, schijnbaar irrelevante factoren (Hansen & Jespersen, 2013). Om een blikveld te creëren waarin ook deze onbewuste processen worden meegenomen is een nieuwe, aanvullende strategie nodig binnen veiligheidsmanagement. Nudging met het bijbehorende achtergrondkader zou hier een van de oplossingen kunnen zijn.
Wat is nudging? Een nudge betekent letterlijk ‘een duwtje in de juiste richting’ en maakt gebruik van onze psychologische eigenschappen (Thaler & Sunstein, 2008). Dat kunnen bijvoorbeeld van nature ingebakken gedragspatronen zijn, bijvoorbeeld het feit dat mannen graag op iets mikken. Eén van de bekendste en eerste voorbeelden van een nudge is de afbeelding van een vlieg in urinoirs op Schiphol. Deze afbeelding zorgt er onbewust voor dat mannen beter mikken, wat veel schoonmaakkosten kan besparen. Maar ons gedrag wordt ook beïnvloed door bepaalde,
18
September 2020 nr. 3 –
info
meestal onbewuste, biases en heuristieken die tot suboptimale beslissingen leiden. Biases zijn vooroordelen: een constructie van de werkelijkheid die vaak gebaseerd is op een enkele waarneming. Heuristieken gaan over informatieverwerking: onze hersenen leren om snel effectieve besluiten te nemen. Dat is meestal erg prettig, want anders zou je voor de eenvoudigste zaken veel tijd kwijt zijn. Tegelijkertijd zijn deze mechanismen ook valkuilen. Die kunnen we plaatsen binnen de dual-system theorie van ons denken. Die theorie stelt dat wij een snel, onbewust en automatisch systeem 1 hebben en een langzamer, bewust en reflectief systeem 2 (Kahneman, 2011). Het snelle systeem Plan the human-centred design process
Designed solution meets user requirments
Understand and specify the context of use Iterate, where appropriate
Evalvate the designs against requirements
Specify the user requirements
Produce design solutions to meet user requirements
Figuur 1 – Human-centred design
1 is het makkelijkst te beïnvloeden. Autoverkopers leren dit door te benadrukken dat het duurdere model u slechts 3 euro per dag meer kost. Daarbij wijzen zij vooral niet op de totale meerkosten. Uw snelle systeem vindt dit een acceptabel bedrag en uw emotionele deel was allang overtuigd. Het rationele en nadenkende systeem 2 is lastiger te beïnvloeden. Dit vereist bijvoorbeeld langdurige en kostbare opleiding en training. Omdat een nudge vaak gemakkelijk en tegen lage kosten te implementeren is, snel resultaat kan hebben en de keuzevrijheid van een individu niet in de weg staat, lijkt het
Eén van de eerste en bekendste voorbeelden van een nudge is de afbeelding van een vlieg in urinoirs op Schiphol
een ideale tool voor gedragsverandering die in elke denkbare situatie is toe te passen. Niet voor niets is nudging de laatste jaren zo populair geworden. Er zijn zelfs over de hele wereld diverse Nudge Units opgericht.
De omgeving ontwerpen De toepassing van psychologische kennis in het ontwerpen van omgevingen binnen human factors is niet nieuw. Daarbij brengen de ontwerpers alle relevante karakteristieken van gebruikers in kaart, zoals hun kennis, gewoontes en skills, en nemen die mee in het ontwerp van een omgeving. Figuur 1 laat duidelijk zien dat niet alleen de karakteristieken van gebruikers, maar ook de context in kaart worden gebracht. Aan de hand hiervan ontwerpt men een omgeving die tegemoetkomt aan de behoeftes van de gebruikers. Zo is in een goed human factors-ontwerp van een dashboard bijvoorbeeld rekening gehouden met onder andere kleurcontrast, betekenis van kleuren (groen = veilig; geel = let op; rood = gevaar) en lettergrootte. In trainingen is er daarnaast aandacht voor het belang en de achtergronden van de veiligheidsregels. Je zou zelfs kunnen zeggen dat er al in beperkte mate gebruik wordt gemaakt van nudges. Zo maken ontwerpers een noodknop extra groot en rood en geeft een markering op de weg aan dat de bestuurder zich in een gevaarlijke zone bevindt. Dit soort maatregelen neemt een groot deel van het risico
info– September 2020 nr. 3
19
Tabel – Categorisatie voor de keuze van een nudge Priming (activering)
Priming maakt gebruik van het snelle systeem 1-gedrag door onbewuste aanwijzingen die het bewustzijn stimuleren. Bijvoorbeeld veel planten en kruidige geuren in een kantine die mensen moeten aanzetten tot gezonder eten.
Default (standaard)
Defaults sluit via systeem 1-gedrag aan op de menselijke behoefte aan makkelijke besluitvorming. Onder andere door de voorkeurskeuze meer nadruk te geven dan het alternatief. Een voorbeeld hiervan is het veranderen van het systeem van donorregistratie naar ‘nee-tenzij’. Geen donor zijn kost iemand nu meer moeite.
Social norms
Het feit dat mensen erg gevoelig zijn voor sociale beïnvloeding is ook te vertalen naar een nudge. Dan gaat het om mededelingen over hoeveel mensen iets doen. In hotels zie je bijvoorbeeld vaak bordjes dat 80% van de gasten hun handdoek twee dagen gebruikt.
Commitment
Commitment maakt ook gebruik van ‘sociale instincten’ en deels ook van motivatie. Mensen vinden het belangrijk hun beloftes na te komen of om iets terug te doen. Het opschrijven van een belofte kan zo een gedragsverandering teweegbrengen. Denk aan het formuleren van de voornemens aan het eind van een motivatiesessie en die vervolgens door iedereen laten ondertekenen. Handig: uit de eventuele weerstand maak je meteen op of iedereen echt meent wat hij zegt. Zo niet, dan is er nog werk te doen.
Salience (opmerkelijk)
Deze nudge is gebaseerd op het feit dat mensen letten op nieuwe, toegankelijke, simpele signalen in hun directe omgeving. Die kunnen de risicoperceptie beïnvloeden. Een voorbeeld is een rood licht of een knipperlicht.
Feedback
Feedback heeft een relatie met diverse biases, zoals de beschikbaarheidsbias, en sociale invloed. Feedback zorgt voor minder fouten. Mits op het juist moment gegeven, voorzien van concrete toelichting en context (op moment x deed je y met x als effect). Een voorbeeld van feedback zijn de smilies die aangeven of je te hard rijdt of niet.
Framing (opstelling)
Framing heeft betrekking op de presentatie. Die kan helpen biases en heuristics uit te schakelen. Vermijd negatieve boodschappen, want die blijven in het hoofd van mensen hangen (je krijgt geen ijsje). Formuleer liever het gewenste gedrag (ik heb allerlei lekker fruit meegenomen waar je uit mag kiezen). Framing kent verschillende verschijningsvormen, maar een goed voorbeeld is om iets als winst te beschrijven en niet als verlies. Bijvoorbeeld: de veiligheidsmaatregel is voor 95% effectief. In plaats van: hij werkt in 5% van de gevallen niet.
Emotion
Verhoog de emotionele respons (welbevinden) op een goede actie door een positief signaal (smiley) of een schouderklopje.
Structuring
We doen het liefst zo min mogelijk moeite en dat is de basis van structuring, net als bij Default. Zijn er meerdere alternatieven, dan helpt structureren. Een mogelijke manier is om mensen te informeren over de keuzes van vergelijkbare groepen mensen. ‘Anderen kozen voor …’ is een bekend reclamevoorbeeld.
Gamification
Gamification doet een appèl op het bewuste gedrag. Pas het toe wanneer motivatie en attitude een belangrijke rol spelen. Bruikbaar als tool om gedragsverandering en een gewenste houding te bewerkstelligen. Inspelen op zowel extrinsieke als intrinsieke motivatie is nodig en die doorgronden is dus belangrijk (AlMarshedi, Wanick, Wills, & Ranchhod, 2017). Gamification behoort niet tot het framework van Lindhout & Reniers (2017). Maar het heeft zeker potentieel, omdat het als enige gebruikmaakt van motivatie. Bovendien zijn er veel succesvolle voorbeelden beschikbaar. Zo is er een app waarmee je de verveling tijdens een autorit tegengaat. En wie kent er niet het positieve effect van liedjes zingen tijdens een lange reis?
20
September 2020 nr. 3 –
info
weg. Er is echter nog steeds ruimte voor foutieve beslissingen die minder makkelijk te beïnvloeden zijn. We kunnen mensen namelijk wel bewust maken van alle regels en proberen een zo veilig mogelijke omgeving te creëren. Maar we kunnen niet per se voorkomen dat men zich in de gevarenzone begeeft of garanderen dat iemand daadwerkelijk een noodknop indrukt. We kunnen dus nog een stapje verder gaan en mensen actief sturen naar veilig gedrag door middel van nudges vanuit een human factors-perspectief. Dit vereist wel een systematische aanpak. Anders creëer je een omgeving die eerder verwarring oproept. Een aantekening is hierbij op zijn plaats: een nudge biedt geen garantie en is daarom nooit een echte barrière.
Step1: Assess the current situation
Step 2: Categorize behaviour
Step 3: Select a nudge
Een nudge toepassen Overwegen we om een nudge toe te passen in een veiligheidskritische situatie, bijvoorbeeld omdat het ontwerp nog ruimte overlaat? Pak het dan systematisch aan. Dat is belangrijk omdat een nudge verschillende effecten kan hebben in verschillende situaties. Daarnaast werkt een nudge niet bij elk gedrag even goed. Ook zijn er verschillende typen nudges en is in sommige situaties een combinatie nodig. Door een systematische aanpak houdt u met al deze aspecten rekening en komt u niet voor verrassingen te staan. U kunt daarbij zes stappen volgen (zie figuur 2). Dit stappenmodel vertoont veel overeenkomsten met een standaard empirische cyclus. Analyseer en definieer eerst grondig het huidige probleemgedrag en het doelgedrag. Bepaal daarbij of het gedrag bewust of onbewust is en welke onderliggende psychologische factoren een rol spelen. Daarna kunt u het gedrag categoriseren en op basis hiervan een bijpassende nudge kiezen uit de tien opties (Lindhout & Reniers, 2017) in de tabel. Aan de hand hiervan kunnen verschillende opties worden ontworpen en getest, waarna vervolgens één of meerdere nudges kunnen worden geïmplementeerd. In deze design fase is het ook van belang om na te denken over ethische vraagstukken. Ondanks dat een nudge bedoeld is om mensen te helpen, blijft het een vorm van manipulatie
Een noodknop is extra groot en rood en een markering op de weg geeft aan dat de bestuurder zich in een gevaarlijke zone bevindt
Step 4: Design & Pretest nudge
Step 5: Implementation
Step 6: Evaluation
Figuur 2 – Systematische aanpak in zes stappen
waar mensen zich meestal niet bewust van zijn. Het is dus altijd van belang om bij het kiezen van een nudge de kosten en baten tegen elkaar af te wegen en een nudge te kiezen die het grootste voordeel biedt met een zo klein mogelijke inperking van keuzevrijheid. Een ‘transparante’ nudge voorkomt dit dilemma: een afbeelding van spelende kinderen op de weg is volstrekt duidelijk in zijn doel en appelleert aan ons snelle systeem 1: kinderen moet je beschermen. De laatste stap en wellicht één van de belangrijkste, is de evaluatie. Omdat een nudge niet in elke situatie hetzelfde effect heeft en de langetermijneffecten wellicht anders zijn dan de effecten op korte termijn, is het van belang om een gedegen evaluatie-onderzoek uit te voeren.
Hoe verder? Als we mensen actief willen stimuleren tot veilig gedrag, kunnen we nudges inzetten om een tegengewicht te bieden aan irrationeel gedrag. Op die manier kunnen we de laatste gaten in veiligheidsprocedures en -management dichten. Hoewel nudges zich tegenwoordig overal om ons heen lijken te bevinden en iedereen aan ‘nudging’ lijkt te doen, is het belangrijk om dit op een systematische manier aan te pakken. Bekijk daarbij goed of een nudge geschikt is in de gegeven situatie. En vergeet niet dat een goede evaluatie van groot belang is. Om het stappenplan gedegen te doorlopen, kan de hulp van experts worden ingeschakeld. Geïnteresseerd in een voorbeeld van de evaluatie van een nudge? In het vakblad Human Factors NL staat een artikel over de introductie van de ‘gele val’ bij bediende bruggen in Zaanstad. Q Drs Richard van der Weide EurErg, Intergo en Drs Dirk de Knecht, hoger veiligheidskundige
info– September 2020 nr. 3
21
Opleiden IVK, MVK en HVK in de veiligheidszorg
Appels en peren of fruitsalade? Pakweg honderd geïnteresseerden in een MVK- of HVK-opleiding zijn aanwezig op de voorlichtingsavond van een opleidingsinstituut. De vertegenwoordiger begint zijn pitch. Op enig moment vraagt hij: “Zitten hier nog IVK’ers?”. Drie handen gaan omhoog. “Goed dat jullie er zijn. Want bij IVK leer je alleen om zelfreflectieverslagen te schrijven. Bij ons leer je echte veiligheidskunde!” Deze anekdote is tekenend voor de terugkerende discussie in het vakgebied veiligheid: hoe verhoudt de IVK’er zich tot de MVK’er of HVK’er? TEKST ERIC SPLINT
I
n dit artikel staan we stil bij een aantal vragen in deze discussie. Hoe is IVK ook alweer ontstaan en met welke bedoeling? Hoe verbeteren we de samenwerking tussen de MVK- en HVK’er enerzijds en de IVK’er anderzijds? En hoe zouden de opleidingsinstituten hieraan een bijdrage kunnen leveren? Laten we eerst eens kijken naar de ontstaansgeschiedenis van de opleiding IVK zoals we die nu kennen. Dat is een vierjarige hbo-opleiding bij hogescholen met een significant deel praktijkonderwijs die inmiddels een jaar of vijftien wordt aangeboden. De oorsprong van de IVK-opleiding wordt soms in verband gebracht met gebeurtenissen in het begin van deze eeuw, blijkt uit het Wikipedia-artikel over integrale veiligheidskunde. Zoals de Enschedese vuurwerkramp, de nieuwjaarsbrand in Volendam en internationale terroristische aanslagen. Deze gebeurtenissen zijn inderdaad aanleiding geweest voor veiligheidskundige vraagstukken als de toedracht, het optreden van calamiteiten-
22
September 2020 nr. 3 –
info
diensten en herhaling voorkomen. Maar de noodzaak voor het oprichten van de opleiding IVK blijkt niet uit het Wikipedia-artikel.
Integrale aanpak In het Basisboek Integrale Veiligheid schetsen Boutellier en Stol (2006) hoe vanaf de jaren 90 veiligheidsvraagstukken steeds meer een integrale aanpak krijgen, vooral die binnen de openbare orde en rampenbestrijding. Zij geven het voorbeeld van de aanpak van drugsproblematiek door een samenwerkingsverband van onder andere politie, belastingdienst, coffeeshophouders, beleggingsmaatschappijen en woningbouwcoöperaties. Deze aanpak komt volgens Boutellier en Stol voort uit sociale veranderingen (individualisering, informalisering, informatisering, internationalisering en intensivering) enerzijds en de differentiatie van bestuursvormen (New Public Management ¹, procesbenadering en probleemgestuurde aanpak) van overheidsinstellingen in Nederland anderzijds. Daarmee ontstaat een nieuw type veiligheidszorg: integrale veiligheid. In 2010 treedt de Wet veiligheidsregio’s in werking, waardoor politie, brandweer en de geneeskundige hulpverlening in veiligheidsregio’s worden georganiseerd. Dit is een grootschalige verandering van het Nederlandse veiligheidsbestel die naadloos past in de genoemde observaties
van Boutellier en Stol. En bovendien aansluit bij het idee dat de aanpak van veiligheidsproblemen het beste werkt met een gezamenlijke en gecoördineerde aanpak van meerdere betrokken partijen. Er volgen modellen zoals ‘de veiligheidsketen’, waarin we die gezamenlijke en gecoördineerde aanpak gefaseerd kunnen weergeven. Bij de veiligheidsregio’s (in wording) ontstaat daardoor vraag naar (beleids)medewerkers met kennis van het Nederlandse veiligheidsbestel, openbare orde en veiligheid en rampenbestrijding en met de vaardigheden om invulling te geven aan die onderlinge coördinatie.
Inzicht in werkvelden Dit is de dynamiek waarin de opleiding integrale veiligheidskunde ontstaat. Eerst als afstudeerrichting van hbo bestuurskunde, later als autonome opleiding. Een opleiding waarin bestuurskunde de boventoon voert ten opzichte van veiligheidskunde. En precies op dit punt ontstaat de verwarring die de discussie voedt over hoe de IVK’er zich verhoudt tot de MVK’er of HVK’er. Want de IVK’er is niet degene die zelf inhoudelijk veiligheidsvraagstukken analyseert. Nee, hij onderzoekt vanuit bestuurskundig perspectief de aanpak van deze veiligheidsvraagstukken met als doel die te verbeteren. In de praktijk komt het echter voor dat IVK’ers, bijvoorbeeld als stagiair tijdens hun opleiding, in organisaties werkzaamheden verrichten die traditioneel behoren tot het werkveld van de MVK’er en HVK’er. Gelijkenissen in de terminologie (denk aan begrippen als risicoanalyses, veiligheidsbeleid en risicomanagement) van deze opleidingen kunnen gemakkelijk de verwachting wekken dat de een uitwisselbaar is voor de ander. Maar dan ontstaat een situatie waarin we een dakbedekker vragen om badkamertegels te plaatsen. Want: die hebben
Meer wederzijds inzicht in het werkveld van IVK’er, MVK’er en HVK’er zorgt voor betere onderlinge afstemming en samenwerking
toch allebei te maken met werkzaamheden aan de oppervlakte van het huis die waterschade moeten voorkomen? Dus waarin zouden beide vaklieden nu wezenlijk verschillen? Daarom is het van belang te zorgen voor een beter wederzijds inzicht in het werkveld van de IVK’er en de MVK’er en HVK’er. Vooral met het doel de afstemming en samenwerking te verbeteren. In beginsel richt het werkveld van de MVK’er en HVK’er zich op veiligheidsvraagstukken binnen één organisatie (door de lens van de Arbeidsomstandighedenwet). Hoewel bedrijfshulpverlening en bedrijfsnoodplannen ook tot hun domein behoren, ligt de nadruk op ongevallen voorkomen. De IVK’er richt zich juist op veiligheidsvraagstukken die meerdere organisaties betreffen. Daarbij ligt het accent op calamiteiten- en rampenbestrijding (door de lens van de Wet veiligheidsregio’s). Voor veiligheidskundigen en opleidingsinstituten ligt hier een mooie kans om het koppelvlak beter te duiden tussen enerzijds organisatorisch interne en preventieve veiligheidszorg en anderzijds repressieve en intra-organisatorische veiligheidszorg. Idealiter vullen MVK’ers, HVK’ers en IVK’ers elkaar dus aan.
Samenwerking MVK/HVK en IVK Een veiligheidsdomein dat zich goed leent voor samenwerking tussen MVK’ers, HVK’ers en IVK’ers, is security (beveiliging). Ondanks dat safety en security beide risicoidentificerende, risico-beoordelende en risico-beheersende processen kennen, zijn safetymanagement en securitymanagement twee verschillende vakdisciplines. Ondanks dat raken die twee elkaar in de praktijk. Want safety- en securitymaatregelen kunnen conflicteren. Denk maar aan bedrijfsprocessen waarin zulke grote safetyrisico’s spelen dat het evident is om die tegen slechte bedoelingen te beveiligen door securitymaatregelen te treffen (Splint, 2016). Voorbeelden hiervan zijn de luchtvaartsector, nutsbedrijven en bedrijven die (grote hoeveelheden) gevaarlijke stoffen bewerken, opslaan en/of vervoeren. Waar security in MVK- en HVK-opleidingen doorgaans slechts zijdelings aan de orde komt, maakt dit vast onderdeel uit van het IVK-curriculum. Het raakvlak tussen safety en security biedt MVK-, HVK- en IVK’ers dan ook een uitgelezen kans op samenwerking om veiligheid te bevorderen. Een andere mogelijkheid tot succesvolle samenwerking van MVK-, HVK en IVK’ers ligt in die gevallen waar de interne zorgplicht voor veiligheid (van een organisatie) overgaat in een publieke veiligheidszorg (van bijvoorbeeld
info– September 2020 nr. 3
23
Een simpele toevoeging van de IVK’er in het lesprogramma van de MVK en HVK kan een hoop samenwerkingswinst opleveren calamiteitendiensten). Bedrijven met externe veiligheidsrisico’s schieten hierbij als eerste in gedachten, waarvoor deze samenwerking in onder andere het Brzo en de Wet veiligheidsregio’s is verankerd. Maar de praktijk leert dat het zonder een extern veiligheidsrisico voor veel organisaties helemaal niet zo vanzelfsprekend is dat interne en publieke veiligheidszorg op elkaar zijn afgestemd en feilloos functioneren. Denk maar aan de brand in het cellencomplex bij Schiphol. Maar successen zijn er gelukkig ook. Zoals de Gezamenlijke Brandweer: een uniek en toonaangevend samenwerkingsverband waar interne en publieke veiligheidszorg naadloos in elkaar overgaan. En binnen calamiteiten- en hulpdiensten zijn MVK’ers en HVK’ers hard nodig, gelet op de aard en omvang van de risico’s bij deze werkzaamheden.
Verbetermogelijkheden Kortom, kansen voor samenwerking tussen MVK-, HVKen IVK’ers zijn er legio. Toch blijkt die niet gemakkelijk tot stand te komen. Wellicht heeft wederzijdse onbekendheid met elkaars kennis en kunde hier iets mee te maken. Opleidingsinstituten zouden een belangrijke rol kunnen spelen bij grotere bekendheid over en weer. Een eerste verbetermogelijkheid ligt in hoe hogescholen, als aanbieders van IVK-opleidingen, ‘integraal’ interpreteren. In bijvoorbeeld wervende teksten op hun websites en in communicatie naar studenten trekken zij ‘integraal’ al snel gelijk met ‘allesomvattend’. Daarmee ontstaat onterecht het beeld van de IVK’er die elk denkbaar veiligheidsprobleem aanpakt. Daarnaast is het zaak om tijdens het praktische gedeelte van de IVK-opleiding, zoals stages en leer-arbeidsplaatsen, niet het beeld te laten ontstaan dat de IVK’er het werk van een MVK- of HVK’er komt leren. Wel zouden IVK’ers tijdens een stage beeld en kennis moeten krijgen van de rol en werkzaamheden van deze MVK- of HVK’ers. Dan weten zij na de stage wat zij aan elkaar hebben. Want nu ziet de IVK’er de MVK- en HVK’er lang niet altijd als ketenpartner. Verder gaat in MVK- en HVK-opleidingen de meeste aandacht uit
24
September 2020 nr. 3 –
info
naar de andere kerndeskundigen die in de Arbowet staan genoemd; een vermelding van de IVK’er is schaars. Ook daar kan een simpele toevoeging in het lesprogramma een hoop samenwerkingswinst opleveren. MVK/HVK en IVK zijn verschillende vakdisciplines. Zij zouden elkaar meer recht doen door afstemming en samenwerking te zoeken, in plaats van een twijfelachtige rivaliteit te voeden. Nemen we een fruitsalade als metafoor voor het hele spectrum van veiligheidszorg, dan zijn MVK, HVK en IVK drie verschillende vruchten. Maar meng je ze door elkaar, dan krijgen ze samen iets extra's. Q
Noot [1] Enkele kenmerken van New Public Management: streven naar een zo klein mogelijke overheid, zo veel mogelijk marktwerking en het zoveel mogelijk als een privaat bedrijf laten functioneren van het openbaar bestuur (Lynn Jr., 2006, p. 107).
Literatuur Lynn Jr., L. (2006). Public Management: Old and New. New York en Londen: Routledge. Splint, E. (2016). Safety & Security Management. In J. Smit, & R. Nieuwpoort, Jellema Hogere Bouwkunde deel 13 Asseten onderhoudsmanagement vastgoed (pp. 340 - 351). ThiemeMeulenhoff: Amersfoort. Stol, W., Rijpma, J., Tielenburg, C., Veenhuysen, H., & Abbas, T. (2006). Basisboek Integrale Veiligheid. Bussum: Couthino.
Eric Splint Msc is senior medewerker bedrijfsveiligheid bij Logistiek Centrum Woensdrecht (Luchtmacht).
Column
Trillingen, een ondergeschoven kindje
O
m de opleiding tot middelbare veiligheidskundige af te ronden heb ik voor mijn scriptie onderzoek gedaan naar de risico’s van het gebruik van een breekhamer. De focus lag daarbij op hand-armtrillingen. Tijdens de MVK-opleiding kwamen trillingen van diverse gereedschappen aan de orde, met de fysieke risico’s die daarmee gepaard gaan. Mijn onderzoek toont aan dat overschrijding van de actiewaarde binnen 30 tot 60 minuten een feit is bij werkzaamheden met trillend handgereedschap (Arbobesluit 6.11). Mensen die regelmatig met handgereedschappen werken (bijvoorbeeld bij slijpen en hakken) lopen daardoor een verhoogd risico op fysieke klachten, onder meer gevoelloze vingers. Om die reden is de werkgever volgens het Arbobesluit verplicht om een plan van aanpak op te stellen om de risico’s zoveel mogelijk te beperken of weg te nemen. Voor mijn onderzoek heb ik daarom bekeken of het mogelijk is het werk op een andere manier uit te voeren, in lijn met de arbeidshygiënische strategie. Kunnen we bijvoorbeeld gereedschappen vervangen om trillingen te reduceren? Is het haalbaar om de taken met veel trillingen te verdelen onder de werknemers met behulp van taakroulatie? Of kunnen medewerkers – als laatste redmiddel – gebruikmaken van PBM (anti-vibratiehandschoenen)? Helaas luidt de conclusie van mijn onderzoek dat er geen mogelijkheden zijn trillingen drastisch te reduceren. Voor kleinschalige werkzaamheden zijn er op dit moment geen breekhamers op de markt die geschikt zijn voor dagelijks en langdurig gebruik. De genoemde anti-vibratiehandschoenen werken wel, maar leveren maar een tijdwinst van zo’n 15 minuten. Ik vind dan ook dat we de markt moeten stimuleren om gereedschap te ontwikkelen dat minder trillingen overbrengt op de gebruikers.
YOUNG NVVK’ER AAN HET WOORD De YoungNVVK is een werkgroep voor en door jonge veiligheidskundigen. In iedere editie van NVVKinfo deelt een YoungNVVK’er zijn kennis, geleerde lessen en ervaringen binnen ons prachtige vakgebied. Door te delen komen we vooruit met veiligheid! youngnvvk@veiligheidskunde.nl
Wat betekent dit nu voor de medewerker die regelmatig werkt met trillend gereedschap? Werknemers zijn op papier goed beschermd door het Arbobesluit. Maar in de praktijk is dit niet altijd uitvoerbaar. Bij grote bouw- en sloopwerkzaamheden speelt het probleem meestal niet: daar maakt men veelal gebruik van machines, zoals kranen. Dat is niet haalbaar bij kleine werken of op locaties waar kranen niet kunnen komen. Het gevolg: medewerkers worden te veel aan trillingen blootgesteld en krijgen daardoor op lange termijn fysieke klachten. Dit kunnen we als veiligheidskundigen naar mijn mening niet laten gebeuren. Wie helpt mij om dit ondergeschoven kindje opnieuw op de kaart te zetten? Bas de Jong | middelbaar veiligheidskundige
info– September 2020 nr. 3
25
Professionele ontwikkeling Certificeren en registreren vullen elkaar aan
Samen sterk Veel professionals in de veiligheidskunde hechten waarde aan een kwaliteitskeurmerk voor hun kennis en vaardigheden. Net als de overheid, opdrachtgevers of werkgevers. Want die weten daardoor wat ze van een veiligheidskundige kunnen en mogen verwachten. Certificeren en registreren bieden zo’n kwaliteitsstempel. Maar de NVVK pleit ervoor om niet te kijken naar de verschillen van beide methodieken. Want: “De systemen hebben elk hun eigen functie en vullen elkaar juist mooi aan.” TEKST LYDIA LIJKENDIJK
E
lk bedrijf is verplicht een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) te maken en die te laten toetsen door een kerndeskundige. Wie zich als kerndeskundige bezighoudt met het toetsen of beoordelen van de RI&E en het adviseren van de werkgever over eventuele verbeteringen daarin, moet gecertificeerd zijn. Want dat is een wettelijke verplichting volgens artikel 14 van de Arbowet. De professional die deze taken uitvoert, moet voldoen aan de internationale deskundigheidsnorm ISO 17024. Kerndeskundigen zijn de bedrijfsarts, de arbeidshygiënist, de arbeids- en organisatiekundige en de veiligheidskundige. De ‘certificering’ van de bedrijfsarts is de BIG-registratie.
Certificatieschema De overheid heeft certificatie-instellingen of certified bodies aangewezen die mogen beoordelen of een veiligheidskundige voldoet aan de ISO-norm. Met deze norm als uitgangspunt gebruiken de certificatie-instellingen zogenoemde ‘certificatieschema’s’ waaraan zij professionals toetsen. Hierin staan de eisen waaraan een gecertificeerde deskundige moet voldoen om competent te zijn voor zijn werk. Dat wil zeggen: dat de deskundige bekwaam is om de RI&E te kunnen beoordelen en erover te adviseren.
26
September 2020 nr. 3 –
info
Die eisen, dat zijn er heel wat: kerndeskundigen hebben veel bagage en vakmanschap nodig om tijdens een examen aan te kunnen tonen dat zij hun vak verstaan. Zo moeten zij bijvoorbeeld de literatuur kennen en kunnen interpreteren. Ook moeten zij op basis van hun kennis en ervaring een inschatting kunnen maken van de belangrijkste risico’s die er in een bedrijf te verwachten zijn. En dat zijn nog maar enkele competenties uit een hele lange lijst.
Certificatie is verplicht voor veiligheidskundigen die de wettelijke taken rondom de RI&E uitvoeren
Register De bekwaamheid van de kerndeskundige vergt bovendien onderhoud. Met één keer certificeren is hij niet klaar. Wil hij gecertificeerd blijven, dan moet hij voortdurend werken aan zijn ontwikkeling. Bovendien moet hij dat kunnen aantonen. Slaagt de kerndeskundige daar niet in, dan raakt hij zijn certificaat kwijt. Tot zover de wettelijke verplichting van certificering bij het beoordelen van en adviseren over de RI&E. Maar de beroepsvereniging NVVK heeft daarnaast een eigen kwaliteitssysteem: het register. “Dit systeem hebben wij in het leven geroepen zodat onze leden kunnen laten zien dat zij constant bezig zijn met hun professionele ontwikkeling”, verklaart NVVK-voorzitter Kees Roelofs. “Het gaat hier om het hele vakgebied van de veiligheidskundige. Niet alleen
om kennis, maar ook om sociale vaardigheden. Registreren gaat dus veel verder dan certificeren. Certificatie heb je nodig om de wettelijke taken uit te mogen voeren die bij je werk horen. Met registratie toon je aan dat je constant bezig bent met verbeteren.” Het register brengt structuur aan in het vakmanschap van de veiligheidskundige. Daarom is inschrijving in het register een mooie aanvulling op certificering, vindt Roelofs. “Het helpt mensen om steeds bij te blijven in hun vakgebied.”
Voorwaarden inschrijving Tot 2016 was de situatie rondom registreren eenvoudig. Iedereen die lid was van de NVVK, een veiligheidskundig diploma had, zich 400 uur met veiligheid bezighield en de beroepscode ondertekende, kon toetreden tot het register. Maar inmiddels zijn er zwaardere eisen verbonden aan
info– September 2020 nr. 3
27
toetreding. Die nieuwe criteria hebben ook te maken met het vakmanschap van veiligheidskundigen. Dit zijn de voorwaarden: - lidmaatschap van de NVVK; - diploma op havo-, mbo4-, hbo- of universitair niveau; - diploma van een vakopleiding in veiligheid (middelbaar, hoger en universitair); - assessment, afgesloten met een positief resultaat en - ondertekening van de beroepscode.
Assessment Het assessment door een onafhankelijk bureau bestaat uit een capaciteitentest en een toets op competenties (bekwaamheden). Dit assessment stelt vast hoe het staat met de professionele ontwikkeling van een veiligheidskundige. Kennis wordt daarin niet specifiek getoetst. Maar kennis kan wel een rol spelen bij de beantwoording van dilemmavragen die de kandidaat krijgt voorgelegd. Het assessment beoordeelt negen criteria die in het werkveld van belang zijn. Dat zijn, naast capaciteit (IQ) en de competentie rol-zuiver optreden, nog vier zogeheten ‘primaire competenties’ en drie ‘secundaire competenties’.
Bijblijven is het devies en daarin spelen certificeren en registreren elk een belangrijke rol de overheid, het tweede door de beroepsvereniging. Petra Scheffers, tot november 2019 ambtelijk secretaris van de NVVK, was nauw betrokken bij de ontwikkeling en realisatie van het register. Zij zegt daarover: “Mijn interpretatie is dat certificeren meer op kennis is gericht. Terwijl bij registratie het zwaartepunt ligt bij de skills die mensen nodig hebben. Kennis is belangrijk, maar je moet ook weten hoe je die kennis moet toepassen. Daarin zit ook het aanvullende van beide systemen.”
Competenties De vier primaire competenties zijn sterk gericht op het vak. Het gaat om: 1) overtuigend adviseren; 2) reflecterend vermogen; 3) kritisch analyseren en 4) omgevingsbewust afwegen. De drie secundaire competenties zijn van meer algemene aard. Hierbij horen: 1) onafhankelijk optreden; 2) sensitief handelen en 3) toegewijd zijn.
Kennis en skills Certificeren en registreren zijn allebei methodes om vakbekwaamheid aan te tonen; het eerste georganiseerd door
Wel of niet registreren? Certificatie is verplicht voor veiligheidskundigen die de wettelijke taken rondom de RI&E uitvoeren. Registratie is geen verplichting, maar zeker niet vrijblijvend. Scheffers: “De veiligheidskundige die in zijn werk alleen bezig is met het opstellen en beoordelen van risico-inventarisaties en -evaluaties, heeft aan certificeren genoeg. Maar gaat iemand aan de slag als veiligheidskundig adviseur, doet hij verschillende type werkzaamheden en vaart hij sterk op zijn adviesvaardigheden, dan is registratie heel waardevol. Daarmee toont iemand aan dat hij zijn persoonlijke ontwikkeling als vakman of -vrouw belangrijk vindt. Ik zou veiligheidskundigen willen aanraden na te gaan waar het zwaartepunt van hun werk ligt. Op basis daarvan kunnen zij dan een slimme keuze maken.”
Blijf bij! Beide kwaliteitssystemen vragen om onderhoud van de kennis en de vaardigheden, zegt Scheffers. “We leven in een snel veranderende wereld. Dat heeft impact op de manier waarop we ons beroep uitoefenen. Het vraagt iets van onze kennis, en vooral van onze vaardigheden. Kijk naar de coronacrisis. Daardoor moet iemand zijn werk inhoudelijk en in bijvoorbeeld gesprekken met klanten ineens anders inrichten. De eisen die het vak stelt, veranderen steeds.” Bijblijven is dus het devies voor professionals in de veiligheidskunde. Certificeren en registreren vervullen daarbij elk een belangrijke rol. En dan niet als systemen die elkaar uitsluiten, maar als methoden die elkaar juist aanvullen. En die ieder voor zich bijdragen aan de kwaliteit van de vakprofessional. Q
28
September 2020 nr. 3 –
info
Mentale valkuilen
Base rate neglect Hendrik-Jans bedrijf doet het enorm goed. Zijn jaarbonus is dermate dat het verleidelijk wordt om een jeugddroom te vervullen, een Ferrari Testarossa. Op de vrijdagavondborrel vertelt hij hierover aan Willem. Die is zo enthousiast dat hij meteen op Marktplaats kijkt wat die bolide zou kosten. In het zoekveld schrijft hij ‘Testa’ en krijgt nul resultaten. “Laat mij maar even”, zegt Hendrik-Jan. Hij gaat naar dezelfde website, schrijft ‘Testarossa’ en drukt op ‘Zoek’. TEKST CARSTEN BUSCH
W
elk resultaat verwacht u voor Hendrik-Jan? Herkenbaar? Bij ons thuis komen dergelijke situaties regelmatig voor als we iets zoeken op Google of in de elektronische televisiegids. De mentale valkuil die hier ongezien aan het werk is, noemen we base rate neglect. De persoon die hieraan ten prooi valt, denkt er niet aan dat algemene informatie een grotere kans heeft om te kloppen dan specifieke informatie. In het bovenstaande voorbeeld is er een grotere kans om ‘iets’ te vinden wanneer we maar een deel van de zoekterm invoeren, dan wanneer we zoeken op de volledige, specifieke term (op Google is het 189.000.000 tegen 19.100.000 hits). Ons brein heeft namelijk de neiging om zich op het specifieke te richten en verliest daardoor het algemene uit het oog. Je zou kunnen zeggen: het let op de bomen, niet op het bos. En dat is misschien best logisch, want het is makkelijker om een relatie te hebben met concrete dingen dan met abstractere materie. Maar dit kan ook leiden tot ernstiger fouten. Bekend onderzoek richtte zich bijvoorbeeld op het inschatten van de uitslagen van medisch onderzoek. Wat is de kans dat je daadwerkelijk een ziekte hebt als de uitslag van een
test positief is? Als de ziekte niet vaak voorkomt, of als u in een bevolkingsgroep zit waar de ziekte zeldzaam is, is de kans dat u de ziekte heeft in de regel klein. Dat geldt zelfs als de test heel erg betrouwbaar is. Veel mensen, medici inbegrepen, vergissen zich echter en geloven dat de uitslag gewoon zegt dat je ziek bent.
Er bestaan manieren om met deze mentale valkuil om te gaan. Bijvoorbeeld door te proberen het probleem te visualiseren en in groepen en deelgroepen te denken. Een gemakkelijke manier om dit te onthouden is door te denken aan het bekende probleem dat een zalm een vis is, maar niet iedere vis een zalm. Q
Covid-maatregelen
Literatuur - Gigerenzer, G. (2014) Risk Savvy. How to Make Good Decisions. London: Allen Lane. - Kahneman, D. (2011) Thinking Fast and Slow. New York: Farrar, Straus and Giroux. - Bar-Hillel, M. (1980) The Base-Rate Fallacy in Probability Judgments. Acta Psychologica, 44 (3): 211–233. doi: 10.1016/0001-6918(80)90046-3.
Recent zag ik een ander voorbeeld. Een arbodeskundige wilde uitleggen hoe diverse Covid-maatregelen het risico op besmetting beïnvloeden. Hij gebruikte daarvoor een afbeelding van twee personen in diverse scenario’s: met weinig of meer onderlinge afstand en met of zonder mondkapje(s) op. Eén van de twee niest. Voldoende afstand houden en allebei een mondkapje op leverde het minste risico op besmetting op, zo luidde de boodschap. Hoewel het plaatje inderdaad het effect van de diverse maatregelen verduidelijkt, is de boodschap over het risico misleidend. Want zelfs in de meest ongunstige situatie, met beide personen onbeschermd en dicht bijeen, is het risico voor de meesten mensen laag. Het risico in het eerste scenario, weinig afstand en geen mondkapjes, is namelijk alleen zeer hoog wanneer de niezer is besmet én de ander in een risicogroep zit. Dat we deze situatie uit voorzorg liever vermijden, is een ander punt.
Ons brein is geneigd op de bomen te letten en niet op het bos info– September 2020 nr. 3
29
Juridisch bekeken
Lassers
30
September 2020 nr. 3 –
info
Twee bemanningsleden verrichten laswerkzaamheden in een laadpijp op een schip. Als een pomp wordt gestart om zeewater het ruim in te pompen, spoelt één man het ruim in en overlijdt. De tweede man overleeft het incident. De rechtbank spreekt de kapitein, de scheepseigenaar en de werkgever van de ingeleende lasser vrij van overtreding van de Arbowetgeving. TEKST ROB POORT
O
p 17 maart 2017 vaart een Nederlandse sleephopperzuiger vanuit Denemarken de Noordzee op om grind te zuigen. Door het zand en grind dat het schip opzuigt, ondervindt de laadpijp van het schip veel slijtage. Hierdoor zijn bijna dagelijks laswerkzaamheden in de laadpijp noodzakelijk. Twee opvarenden voeren in opdracht van de stuurman laswerkzaamheden uit aan de laadpijp. De stuurman neemt aan dat zij het werk van buitenaf doen. Maar later blijkt dat de mannen ook binnen in de laadpijp zijn gaan werken. Als het weer ruwer wordt, besluit de kapitein om water in het ruim te pompen om het schip rustiger te laten liggen. Vlak na het inschakelen van de pomp ziet hij dat met het zeewater één van de lassers het scheepsruim in spoelt. Daarop stopt hij direct de pomp. Ondanks een reddingsactie komt de lasser om het leven. De andere man heeft zich vast kunnen houden aan een laadpijp en overleeft het ongeval.
Tenlastelegging Het Openbaar Ministerie (OM) vervolgt de kapitein (en als medeverdachten de eigenaar van het schip en de werkgever van de omgekomen lasser) wegens ontoereikende instructies over de veiligheidsrisico’s verbonden aan de werkzaamheden. Ook was het toezicht op naleving van de regels onvoldoende. Dit terwijl de kapitein wist of redelijkerwijs had moeten weten dat levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van werknemers zou ontstaan of te verwachten was (art. 32 Arbowet). Het OM eist tegen de kapitein een
taakstraf van 120 uur, waarvan de helft voorwaardelijk. Voor de medeverdachten luidt de eis een boete van 50.000 euro, waarvan de helft voorwaardelijk.
Oordeel rechtbank De rechtbank stelt vast dat er sprake was van een noodlottig ongeval, waarbij een persoon om het leven is gekomen en voor een tweede levensgevaar is ontstaan. Een ongeval dat niemand heeft gewild. De vraag is of de verantwoordelijken hun zorgplicht zijn nagekomen. De lassers voerden werkzaamheden uit in de laadgoot, zonder dat daartoe opdracht was gegeven. Kort daarop besloot de kapitein water in te nemen voor een stabielere ligging van het schip, met de verdrinking als gevolg. De rechtbank oordeelt dat de beide lassers voldoende waren ingelicht over de werkzaamheden en de bijbehorende risico’s. Ook de procedures waren toereikend. Bij het inschepen zijn de mannen voorgelicht over de algemene veiligheidsaspecten aan boord. Voor laswerkzaamheden bestaat een procedure en de stuurman bepaalt waar gelast moet worden. Voordat mensen in een laadpijp gaan werken – bijna dagelijks –, moeten zij de verantwoordelijke persoon op de brug daarover informeren. Ook moeten de lassers de nodige veiligheidsmaatregelen nemen en in radiocontact met de brug blijven. Bovendien moeten zij rapporteren wanneer zij de pijp ingaan en als zij daar klaar zijn. Dat is behandeld in een safety meeting op 31 oktober 2016 waar het slachtoffer bij aanwezig was. Tijdens
info– September 2020 nr. 3
31
Juridisch bekeken
werkzaamheden in de pijp doet de stuurman volgens de procedure een plakker met een waarschuwing op de knoppen van de pompen die te maken hebben met de pijp. Die plakker zit onder de glazen plaat. Daarmee is gehandeld als bedoeld in art. 8, eerste lid Arbowet en volgt vrijspraak van dit onderdeel van de tenlastelegging. Dat geldt ook voor het toezicht houden op naleving van de instructies (art. 8, vierde lid Arbowet). Er was een toereikende procedure om risico’s te voorkomen bij het betreden van de laadgoot. Uit het onderzoek blijkt niet dat er onvoldoende toezicht was op de nakoming. Het enkele feit dat het ongeluk is gebeurd, is daarvoor niet voldoende. Er kan niet bewezen worden dat sprake was van onvoldoende toezicht. De rechtbank heeft tijdens de schouw in mei 2020 gezien dat de laadgoot moeilijk toegankelijk is en moeilijk te verlaten. Dat zou een vergunningensysteem noodzakelijk maken (art. 3.2, eerste lid Arbobesluit). Deze risico’s waren – zoals hiervoor uiteengezet – onderkend. Ten tijde van het ongeluk was daarom een adequaat veiligheidssysteem in werking om die risico’s te beperken. Als de lassers de brug hadden gemeld dat zij in de laadgoot aan het werk gingen, zou het systeem van het afplakken van de bedieningsknoppen van de pomp het ongeluk hoogstwaarschijnlijk hebben voorkomen. Volgens de rechtbank heeft de Officier van Justitie onvoldoende onderbouwd dat er niet genoeg maatregelen waren genomen om de lassers de gelegenheid te geven zich snel in veiligheid te stellen bij direct dreigend gevaar. De Inspectie Leefomgeving en Transport heeft geconstateerd dat geen permits voor besloten ruimtes zijn verstrekt en dat daarmee de procedure voor de werkzaamheden niet is gevolgd. Maar volgens de rechtbank gaat het ILT voorbij aan de alternatieve werkinstructie voor het werken in de laadgoot. Was die gevolgd, dan had het ongeval kunnen worden voorkomen. Daarmee waren voldoende maatregelen genomen om direct gevaar van de lassers in de laadgoot te voorkomen. De verdach-
32
September 2020 nr. 3 –
ten worden hier dan ook van vrijgesproken (art. 3.2 eerste lid Arbobesluit). De rechtbank merkt nog op dat het systeem van permits ook bij strikte hantering niet waterdicht is. Als mensen zonder voorafgaande melding in de laadgoot werken, kunnen er immers ook geen permits worden afgegeven. De rechtbank acht de ten laste gelegde handelingen niet bewezen en spreekt de verdachte hiervan vrij. Daarmee volgt ook vrijspraak van dood door schuld, een aanklacht die de Officier van Justitie al voorafgaand aan de zitting had ingetrokken. De rechtbank ziet gezien de conclusie ook geen aanleiding te oordelen over de vragen wie als werkgever van de lassers moet worden beschouwd en of sprake is van medeplegen.
Aantekening Het ongeval heeft veel stof doen opwaaien. En terecht. De rechtbank oordeelt of de door het OM aangevoerde overtredingen de verdachten (kapitein, reder en werkgever) zijn aan te rekenen. De rechtbank vindt van niet – waaruit vrijspraak moet volgen. Het Team Maritieme Politie en de ILT hebben het arbeidsongeval in samenwerking met de Deense autoriteiten onderzocht. Ook de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) deed onderzoek en rapporteerde daarover in november 2018 (Ongeval in laadpijp sleephopperzuiger Scelveringhe). Dat rapport ziet er iets minder gunstig uit dan het oordeel van de rechtbank. We lezen daarin dat de bemanning, die de risico’s van het werken in de laadpijp had geïdentificeerd, vertrouwde op eigen afspraken. Die waren niet conform de arbeidshygiënische strategie en stonden ook niet in het veiligheidsmanagementsysteem. De afspraken waren niet goed doordacht op kwetsbaarheden en niet goed geborgd. Daardoor vonden er werkzaamheden plaats in de laadpijp zonder dat de brug hiervan op de hoogte was. De installatie was daarnaast niet beveiligd tegen het in werking stellen tijdens werkzaamheden in de laadpijp.
info
Het rapport van de OVV ziet er minder gunstig uit dan het oordeel van de rechtbank De OVV sluit af met drie lessen: 1. Een veiligheidsmanagementsysteem kan alleen actief bijdragen aan het verhogen of borgen van de veiligheid als het aansluit bij de praktijk aan boord van het type schip waar het voor bedoeld is. 2. De exploitant van een schip moet een veiligheidsmanagementsysteem dat is toegespitst op standaard scheepsoperaties, in overeenstemming met de minimumvereisten van de ISM-code, aanvullen met de scheepsspecifieke risico’s. Vervolgens kan de arbeidshygiënische strategie voor de aanvullingen een leidraad zijn om procedures voor scheepsspecifieke risico’s op een juiste manier aan te passen. 3. Het veiligheidsbewustzijn aan boord moet voldoende hoog zijn dat bemanning schriftelijke en afgesproken procedures als noodzakelijk ziet en daarom ook opvolgt. Zelf ben ik nog steeds verbaasd over het plakken van een sticker op de bedieningsknoppen van de pompen die waren aangesloten op de leiding waaraan, of zelfs waarin, mensen moesten werken. Die plakker zat weliswaar onder een glazen plaat, zo werd verklaard. Maar dat lijkt mij toch ver verwijderd van een LockOutTagOut (LOTO) veiligheidsprocedure. En dat anno 2017! Ik ben benieuwd of er nog een hoger beroep komt en hoe het gerechtshof dan zal oordelen. Rechtbank Amsterdam, 13 juli 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:3383 (en 3382 & 3378) Mr. ing. R.O.B. Poort, Jurist en veiligheidskundige. www.bureaupoort.nl
Prikbord Prikbord is een vr ijplaats v ideeën of oor vragen o ver dit bla discussie. Heeft Dit zijn d u opmerk d of de ve e spelreg ingen, su reniging els. Uw b ggesties, N niet com VVK? ‘Pr ijdrage is mercieel, ik ’ z e o in p h o d oudelijk, nderteke e artikel w to-the-po ze pagina. nd met n aar aam en fu int, niet k zich het r op u reageert en nctie, voo wetsend m echt voor , rzien van om bijdra aximaal 500 woor onderwe den lang gen te we rp/ . De reda igeren, te ctie beho moderer udt en of in te korten.
Top 5 van leuke dingen Na mijn vorige top 5 van jeukdingen op dit prikbord, werd ik uitgedaagd om eens na te denken over dingen die me juist blij maken bij veiligheid. Dat zijn er best veel. Maar wij mensen zijn (waarschijnlijk om evolutionaire redenen) gericht op afwijkingen en negatieve zaken. Daardoor gaat klagen ons gemakkelijker af dan iets positiefs zeggen. Daarom hierbij een spontane greep uit dingen die mij op een positieve manier de kriebels geven. Een top 5 van leuke dingen dus: 1. Uitdagingen om over na te denken 2. Kritisch denken 3. Dingen van diverse kanten zien 4. Professionals die echt iets willen bijdragen 5. Het vak op zich en de ontwikkelingen 1. Mijn dank gaat in dit geval uit naar Maarten de Wit en Marianne Njå Viste voor deze uitdaging. Als veiligheidskundigen zijn we waarschijnlijk nog meer dan ‘gewone mensen’ bezig met het negatieve. Daarom hebben we soms even een nudge nodig om stil te staan en na te denken. Maar dat geldt eigenlijk voor alles. 2. Daarom is het belangrijk dat we dingen niet klakkeloos aannemen. Ook niet van onszelf. Hoe weten we wat we weten? Weten we het echt of doen we aannames? Hoe zeker zijn we van onze zaak? Welke nadelen of neveneffecten kunnen we verwachten? Is het model dat we gebruiken wel geschikt? Allemaal vragen die onzekerheid uitdrukken en het is belangrijk om die te erkennen. 3. In het verlengde hiervan: veiligheid is erbij gebaat als we zaken van verschillende kanten bekijken. Bijvoorbeeld in onderzoeken die verder gaan dan de geijkte speurtocht naar een technische of menselijke fout, of uitkomen bij nutteloze, vage conclusies als ‘een slechte cultuur’. Heerlijk om onderzoeken te lezen die local rationalityy erkennen en bespreken. 4. Veel veiligheidsprofessionals hebben bewust voor hun vak gekozen en zijn oprecht betrokken bij het verbeteren en veiliger maken van werkplekken en omstandigheden. Heerlijk toch dat er mensen zijn die zich inzetten en hun nek durven uit te steken? Soms is daarbij misschien ook een vingertje nodig. Maar nog beter als het opbouwend wordt gedaan. 5. De wereld is in voortdurende ontwikkeling. Twijfelde je daar nog aan, dan hebben recente ontwikkelingen dat vast duidelijk gemaakt. Dat is een reden waarom ook veiligheid continu in beweging is. Bovendien hebben we nog zoveel te leren van andere vakgebieden. Veiligheid heeft immers met alles te maken. Een veiligheidsprofessional is dan ook nooit uitgeleerd. Die enorme variatie is een van de dingen die mij bijna 30 jaar geleden aantrok en ik geniet er nog steeds van! Carsten Busch
info– September 2020 nr. 3
33
Onderzoek Waterscherm bij toxische wolk niet altijd effectief
Over water en wolken Bij incidenten met toxische gaswolken zet de (bedrijfs)brandweer regelmatig waterschermen in om verspreiding van de gaswolk te beperken. Internationale onderzoeken en praktijkexperimenten tonen echter aan dat de inzet van waterschermen minder effectief is dan gedacht. Het effect blijkt sterk afhankelijk van de omgeving van het lek, de windsterkte, de afstand tot het lek en de gebruikte hoeveelheid water. Inzicht in deze factoren is voor de brandweer essentieel om een beslissing te kunnen nemen over een veilige inzet. TEKST CHRISTIAN BREDEWOUD
I
ncidenten waarbij grote hoeveelheden toxische gassen vrijkomen doen zich regelmatig voor. Zo lekte in 1995 ammoniak uit de koelinstallatie van de Jaap Eden schaatsbaan in Amsterdam. In 2013 kwam er bij een treinontsporing in het Belgische Wetteren een grote hoeveelheid acrylonitril vrij. In 2015 ontsnapte zoutzuur uit een tankwagen op de A73 bij Linne. En in 2019 ontsnapte er een grote hoeveelheid stikstofoxiden op het terrein van Chemelot in Geleen. De inzet van waterschermen door de (bedrijfs)brandweer is bij dit type incidenten een standaard strategie. Met het waterscherm probeert de brandweer de gaswolk te isoleren, te verdunnen of geforceerd te verspreiden. Het doel is om de gasconcentratie in de lucht te verlagen en daarmee de schadelijke effecten op de omgeving te verminderen.
Wetenschappelijk onderzoek Maar in hoeverre draagt de inzet van waterschermen aantoonbaar bij aan beperking van de schadelijke effecten van een toxische wolk? Een belangrijke vraag voor (bedrijfs)brandweerkorpsen die met dergelijke scenario’s kunnen worden geconfronteerd. Het is voor hen essentieel om kennis te hebben van factoren die de effectiviteit van een waterscherm beïnvloeden. Want voorkomen moet worden dat brandweermensen onder gevaarlijke omstandigheden waterschermen plaatsen die vervolgens niet of slechts
34
September 2020 nr. 3 –
info
beperkt effectief zijn. Inzicht in die effectiviteit is ook van belang in het aanwijstraject voor de bedrijfsbrandweerplicht bij industriële inrichtingen. Want als een toxische lekkage niet goed met waterschermen te bestrijden en beheersen is, dan geldt deze inzetstrategie ook niet als argument voor een bedrijfsbrandweeraanwijzing. Diverse universiteiten hebben in de afgelopen jaren het dempend effect van waterschermen op de verspreiding van toxische gaswolken internationaal onderzocht. Daarbij hebben zij drie onderzoeksmethodieken gehanteerd.
De onderzoeken leren dat het effect van waterschermen op de verspreiding van een gaswolk kleiner is dan vooraf aangenomen
Waterschermen opzetten met een mobiele monitor vraagt vaak een zware en risicovolle inzet van brandweermannen. De vraag daarbij is: weegt dit risico op tegen de effectiviteit van het waterscherm?
Ten eerste simulaties met behulp van een computermodel voor het berekenen van stromingspatronen in gassen en vloeistoffen. Dit type onderzoek staat bekend onder de naam Computational Fluid Dynamics (CFD). Ten tweede kleinschalige laboratoriumexperimenten, uitgevoerd in windtunnels. De onderzoekers kunnen daar zelf de factoren bepalen die mogelijk van invloed zijn op de effectiviteit van een waterscherm. Door te variëren in de testomstandigheden kunnen zij heel nauwkeurig vaststellen welke factoren in welke mate invloed uitoefenen op de verspreiding van de gaswolk bij de inzet van waterschermen. Het derde type onderzoek betreft een veldtest in open terrein. In een realistische testopstelling worden de waterschermen ingezet zoals dat in de praktijk gebeurt. Hier kunnen de onderzoekers de omstandigheden zoals de windsterkte niet beïnvloeden. Daardoor zijn de uitkomsten van zo’n veldtest minder nauwkeurig. Ze dienen daarom vooral om de bevindingen te staven van CFD-simulaties en windtunneltesten.
Minder effect De reeks onderzoeken leert dat het effect van waterschermen op de verspreiding van een gaswolk kleiner is dan de onderzoekers vooraf aannamen. Zowel de CFD-simulaties als de praktijktesten in windtunnels en in open veld laten dat zien. Uit de analyse van de computersimulaties blijkt dat de ‘contacttijd’ tussen de waterdruppels en de gasdeeltjes in de wolk te kort is om de gasconcentratie te
beïnvloeden. De gaswolk komt door het waterscherm heen. De simulatie laat wel zien dat het effect verandert bij invoer van andere testparameters. Denk daarbij aan de windsterkte, het aantal blusmonitoren, de gebruikte hoeveelheid water en de afstand tussen het waterscherm en de bron van de gaslekkage. In zowel de windtunnel- als de veldtesten is de invloed van die variabele parameters meer in detail onderzocht. De windsterkte blijkt een belangrijke beïnvloedende factor bij de inzet van een waterscherm. De onderzoekers stellen vast dat een waterscherm alleen bij lage windsnelheden effectief is. Bij windsnelheden van meer dan vijf meter per seconde mag nauwelijks nog effect worden verwacht. Bij dergelijke hoge windsnelheden zorgt de wind echter al voor verspreiding en daarmee voor een afname van de gasconcentratie. Inzet van een waterscherm voegt aan dit effect dan weinig toe. Ook de afstand tussen het waterscherm en de bron is van grote invloed op het resultaat. De onderzoekers concluderen dat de effectiviteit van het waterscherm bij een afstand van tien meter kan oplopen tot 90 procent. Bij een afstand van twintig meter is die effectiviteit nog maar 15 procent! Het gemeten effect betreft het geforceerd verspreiden van de gaswolk waardoor de concentraties gas in de lucht dalen. Van het oplossen van gas in water is sowieso nauwelijks sprake. De effectiviteit van dat inzetdoel is, ongeacht de omgevingsfactoren, niet hoger dan 3 procent. De onderzoekers maken de kanttekening dat zij voor de testen monitoren hebben gebruikt met een beperkte wa-
info– September 2020 nr. 3
35
De ‘contacttijd’ tussen de waterdruppels en de gasdeeltjes in de wolk is te kort. Hierdoor komt de gaswolk door het waterscherm heen.
tercapaciteit (1000 liter per minuut). Een grotere capaciteit zorgt mogelijk voor meer effect. Bij alle experimenten zijn de onderzoekers ervan uitgegaan dat de gaswolk zich in een open omgeving kan ontwikkelen. Als er geen vrije gasuitstroom is, is gebruik van een waterscherm sowieso niet effectief. Hiervan kan sprake zijn als het lek zich bijvoorbeeld in een complexe installatie met veel obstakels bevindt.
Consequenties Wat betekenen de onderzoeksresultaten voor de (bedrijfs) brandweerpraktijk? Uit de bevindingen van de onderzoekers blijkt een waterscherm alleen onder bepaalde voor-
Bij veel incidenten weegt het effect van waterschermen waarschijnlijk niet op tegen het risico voor de manschappen 36
September 2020 nr. 3 –
info
waarden effectief. Zo mag de windsnelheid niet te hoog zijn: minder dan vijf meter per seconde. Het grootste effect is te verwachten bij een maximale aftand van tien meter tussen waterscherm en bron. Verder moet het waterscherm een capaciteit hebben van minimaal 2000 liter per minuut. De beschikbaarheid van voldoende water kan met name voor de overheidsbrandweer een knelpunt zijn, omdat de opbrengst van brandkranen beperkt is. Op terreinen van chemiebedrijven vormt de watervoorziening over het algemeen geen probleem. De meeste chemische inrichtingen beschikken over een eigen bluswaternet met grote capaciteit. De vraag is wel of het waterscherm bij een gaslekkage voldoende dicht bij de bron kan worden opgesteld. Bij een lek midden in de installatie of op hoogte staan de blusmonitoren wellicht te ver weg. Naast een inzet met mobiele blusmonitoren hebben chemiebedrijven de mogelijkheid om stationaire systemen te installeren. Daarmee kunnen zij direct voor de bron van de lekkage een waterscherm creëren met relatief grote hoeveelheden water. Zo’n waterscherm zal meer en ook sneller effect hebben dan een mobiel systeem dat eerst door de brandweer moet worden opgebouwd. Een groot voordeel van een stationair systeem is ook dat het niet nodig is brandweermensen bloot te stellen aan een gevaarlijke omgeving. Dat komt de persoonlijke veiligheid van het brandweerpersoneel uiteraard ten goede. Helaas is het niet binnen alle inrichtingen mogelijk om een stationaire installatie aan te brengen. Waar geen vaste installaties aanwezig zijn, is de brandweer gebonden aan een mobiele inzet.
effectieve inzet van een waterscherm. Dat houdt in: ruimte om een waterscherm veilig dicht bij de bron te kunnen opstellen en een bluswaternet met voldoende capaciteit.
Publieke domein
Op een spoorwegemplacement staan wagons dicht op elkaar. De gaswolk kan niet vrij uitstromen en er is onvoldoende ruimte voor inzet van een effectief waterscherm.
In het publieke domein speelt een ander dilemma. Geen brandweerinzet bij incidenten met een toxische gaswolk is voor de overheidsbrandweer geen optie. Het is echter maar de vraag of effectieve bestrijding van een toxische wolk mogelijk is met basisbrandweerzorg. De beperkte capaciteit van de basistankautospuiten en de waterlevering kunnen knelpunten vormen. Ook is het denkbaar dat het effect van waterschermen bij veel incidenten niet opweegt tegen het risico voor de manschappen. Een officier van dienst of bevelvoerder zal voorafgaand aan de inzet vast moeten stellen of een inzet verantwoord is en of een waterscherm in de gegeven situatie effectief is. Hiervoor is inzicht nodig in de factoren die ter plaatse invloed uitoefenen op de effectiviteit van het waterscherm. Op basis van de omgeving en de lokale omstandigheden moet de bevelvoerder dan een afweging maken of de inzet van waterschermen opweegt tegen het risico voor het brandweerpersoneel. Q
Bronnen
Spoorwegemplacementen Tot de risico-omgevingen waar wel gevaar is voor gasontsnapping, maar geen stationaire blusinstallaties aanwezig zijn, behoren onder andere spoorwegemplacementen. De brandweer staat hier voor een forse uitdaging om het waterscherm effectief in te kunnen zetten. Op die spoorwegemplacementen staan grote aantallen wagons dicht op elkaar en is er weinig ruimte tussen de sporen. Brandweerpersoneel inzetten om tussen de wagons een waterscherm te plaatsen dicht bij een lekkende ketelwagon, is dan een risicovolle en ook tijdrovende aangelegenheid. Met het installeren van de watervoorziening en plaatsen van het waterscherm kan dan zoveel tijd gemoeid zijn dat een inzet niet meer zinvol is. Daarnaast kan de gaswolk door de vele wagons niet vrij uitstromen en is er onvoldoende ruimte voor het waterscherm. Een inzet tussen de sporen is hierdoor niet effectief. Een alternatief is blusmonitoren opstellen vanaf een naast de sporen gelegen calamiteitenweg. Maar zoals uit de onderzoeken blijkt, kan de afstand tot de lekkage dan te groot zijn om het beoogde effect te bereiken. De situatie op spoorwegemplacementen laat zien dat de locatie en omstandigheden van een gaslekkage sterk bepalend zijn voor de mogelijkheden om een waterscherm effectief in te zetten. Een incidentscenario met een toxische gaswolk zal daarom in zo’n specifieke omgeving niet altijd bestrijd- en beheersbaar zijn. Daarom is een toxisch scenario op zich niet voldoende basis voor een bedrijfsbrandweeraanwijzing. Tenzij men op de bewuste locatie maatregelen treft om te voorzien in de voorwaarden voor
Bara, A., Dussere, G. (1997). The use of water curtains to protect firemen in case of heavy gas dispersion. Journal of Loss Prevention in Process Industries. (10)3, 179-183. Brandweer Nederland (2012). Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid. Arnhem. Dandrieux A., Dussere G., Ollivier J. & Fournet H. (2001). Effectiveness of water curtains to protect firemen in case of an accidental release of ammonia: comparison of the effectiveness for two different release rates of ammonia. Journal of Loss Prevention in Process Industries. (14), 349–355. Dandrieux A., Dussere G. & Olliver J. (2002). Small scale field experiments of chlorine dispersion. Journal of Loss Prevention in Process Industries. (15)1, 5-10. Dimbour J.P. et al (2003). The use of water sprays for mitigating chlorine gaseous releases escaping from a storage shed. Journal of Loss Prevention in Process Industries. (16), 259–269. Hu, H.W. (2012). Computational Fluid Dynamics. In Kundu, P.K., Cohen, I.M. and Dowling, D.R. (Eds.). Fluid Mechanics. 5th ed., pp 421-472. Academic Press. Kern, H. (2016). Gefahrenabwehr beim Austritt toxischer Gase. Geraadpleegd op http://www.brandschutzjahrbuch.at/2016/Inserate%202016/74%20Gefahrenabwehr.pdf Min D.S. et al (2020). Numerical modelling for effect of water curtain in mitigating toxic gas release. Journal of Loss Prevention in Process Industries. (63).
Christian Bredewoud is adviseur bij Kappetijn Safety Specialists in Rotterdam, www.kappetijn.eu.
info– September 2020 nr. 3
37
Arbowetgeving Het sprookje van de arbozorg
Er was eens... Wie herkent deze drie openingswoorden niet uit zijn kinderjaren? Vrijwel alle sprookjes beginnen met deze zin. Ook de zorg voor veilige arbeidsomstandigheden kent een “Er was eens …”. Maar volgt er ook een “En ze leefden nog lang en gelukkig”? TEKST ROB VAN DE WALLE
E
r was eens een Fransman, mijnheer Napoleon Bonaparte. Mijnheer Bonaparte had grote dromen over het herinrichten van Europa. Hij dacht dat als alles onder zijn bewind zou vallen, het allemaal veel beter zou gaan in Europa. Om die gedachte te realiseren had mijnheer Bonaparte behoefte aan een goed geoutilleerd leger. Dat klinkt nu niet direct als iets wat met ‘veilige arbeidsomstandigheden’ te maken heeft. Of toch wel? Dit was namelijk de aanleiding voor de allereerste veiligheidswet. Welnu, zijn leger had behoefte aan geweren, kanonnen, sabels en andere ijzerwaren. Om dat ijzer te kunnen produceren waren veel, heel veel kolen nodig. Maar de aanvoer van kolen stagneerde. Niet omdat er te weinig kolen waren. Maar omdat er zoveel ongelukken gebeurden in de (Franse) mijnen. Mijnheer Napoleon wilde deze stagnatie opheffen en in de toekomst voorkomen. Volgens hem was het verminderen van het aantal ongevallen in de mijnen daar de beste aanpak voor. Hij vaardigde daarom een wet uit waarmee hij toezichthouders aanstelde. Ziedaar, de allereerste veiligheidswet! Wat er lange tijd van deze wet bleef hangen, is dat de zorg voor veiligheid op de werkvloer een zorgplicht was van de overheid. Dit heeft decennialang het denken over veiligheidszorg beïnvloed.
uitgangspunt dat zij de zorg voor veilige arbeidsomstandigheden wel eens zelf konden regelen. Dit mondde uiteindelijk uit in de Europese Kaderrichtlijn van 1989. Hierin werd de zorgplicht voor veilige arbeidsomstandigheden neergelegd bij de werkgever, in samenspraak met de werknemers of hun vertegenwoordiging. Een draai van 180 graden: van zorgplicht vanuit de overheid naar zorgplicht voor de individuele werkgever. Prima, dat was dan geregeld. Maar hoeveel zorg is eigenlijk genoeg? Het is werkelijk opvallend hoe vaak we in het sprookje van de Arbeidsomstandighedenwetgeving de termen “voldoende”, “in afdoende mate” en “de juiste” tegenkomen. En het gekke is: de beoordeling van de invulling van deze termen vindt pas achteraf plaats, dus na een ongeval of geconstateerde beroepsziekte. Dat is net zoiets als dat de prins op het witte paard komt aangestormd terwijl Sneeuwwitje al gestikt is in de giftige appel. 60 50 40 30 20
Maar een sprookje zou geen sprookje zijn als er niet nog een paar flinke wendingen in het verhaal zouden zitten. De allereerste kunnen we toeschrijven aan de babyboomers. Toen zij medio jaren 60 volwassen werden, begon er een andere wind te waaien in West-Europa. Vakbonden en werkgeversverenigingen voelden steeds meer voor het
38
September 2020 nr. 3 –
info
10 0 20 01 20 02 20 03 20 04 20 05 20 06 20 07 20 08 20 09 20 10 20 11 20 12 20 13 20 14 20 15 20 16
De wind draaide
Figuur 1 – Aantal dodelijke bedrijfsongevallen 2001 t/m 2016 (Bron: CBS)
Waar gaat dit sprookje heen? Zoals in bijna ieder sprookje, zijn er klamme momenten. Zo ook in dit verhaal van de veilige werkomgeving. Heeft de prins van de zorgplicht de veiligheid van de werknemers gered? Het lijkt er in eerste instantie wel op. Kijk maar eens. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) publiceert jaarlijks het aantal dodelijke bedrijfsongevallen. In figuur 1 ziet u de grafiek van de kalenderjaren 2001 tot en met 2016. Er is een dalende lijn zichtbaar, gelet op de trendlijn. Eind goed, al goed, zo lijkt de conclusie. Maar ook hier zit weer een klein addertje onder het gras. De gegevens zijn namelijk uitsluitend gebaseerd op personen die ingeschreven zijn in de Gemeentelijke Basisadministratie. Gaan we echter spitten bij de Inspectie SZW, dan ontstaat een heel ander beeld. Dan zien we in figuur 2 dat het aantal dodelijke ongevallen, na een aantal ‘stabiele’ jaren, een duidelijk stijgende lijn kent.
Zorgplicht: tegennatuurlijk fenomeen? Na deze zenuwslopende climax gaat het verhaal verder. We hadden het over een addertje en dat is in dit sprookje de mens. De mens kiest de weg van de minste weerstand en de meeste winst. Wij doen er nog een schepje bovenop, want welbeschouwd is de mens een onberekenbaar wezen. Bij de koffieautomaat op zijn werk praat hij gepassioneerd over de gevaren van werken op hoogte. Maar in zijn vakantie wil hij, al was het maar voor de kick, bungeejumpen. Hij beseft dat het leven vol risico’s is en de mogelijke schade daarvan heeft hij afgedekt met een uitgebreide set
van verzekeringen. Naar zijn mening heeft hij, met al die verzekeringen, voldaan aan zijn zorgplicht voor partner en kinderen.
De glazen bol
Heeft de prins van de zorgplicht de veiligheid van de werknemers gered? Het lijkt er in eerste instantie wel op
Een glazen bol zou in dit sprookje wel erg goed van pas komen. Maar die hebben we niet. Hoewel, het grappige aan risico’s en schades is dat ze met een glazen bol goed te voorspellen zijn. Ze vinden namelijk altijd in de toekomst plaats. Altijd morgen en nooit vandaag. Daar lijkt iedereen tenminste van overtuigd te zijn. Is dat grappig? Nee, het is eerder heel vervelend, want de realiteit is zogezegd anders. Mogelijk is dit ook de valkuil van risicomanagementinstrumenten als de RI&E. De intentie van een RI&E is ‘in een glazen bol kijken’. Om mogelijke toekomstige schades in te schatten en te zorgen voor maatregelen waarmee we
info– September 2020 nr. 3
39
die kunnen beheersen. En hopelijk gaat dat beheersen dan zover dat we de schades kunnen voorkomen. Maar kan dat wel in dit sprookje, waarin mensen de hoofdrol spelen? Het afsluiten van een verzekering voor het repareren van een schade is ook een vorm van risicomanagement. Per slot van rekening: wie sluit een brandverzekering af met de intentie om een brand te voorkomen? We sluiten toch een brandverzekering af om de schade te compenseren? Misschien moeten we wel stellen dat wij, met het afsluiten van een verzekering, op voorhand de schade accepteren. En dan ook nog het idee hebben dat we aan onze zorgplicht hebben voldaan. Of vertonen we dan struisvogelgedrag?
Dan maar overal regels voor maken? In sprookjes is er aan het eind van het spannende verhaal altijd een perfecte oplossing. Eind goed, al goed. Hoe kunnen we dat nu bij arbeidsveiligheid laten verlopen? We kunnen uiteraard, zeker met hulp van de overheid, overal regeltjes voor maken. En deze regeltjes hebben absoluut hun waarde. Al was het maar een maximumsnelheid op de snelwegen. Al was het maar de plicht tot het afsluiten van een verzekering. Of al was het maar een verbod op pesticiden. Maar de zin van een regel is dat we die naleven. En dat er toezicht is op die naleving. We hebben immers met mensen te maken, de addertjes onder het gras. Dan blijft natuurlijk de vraag over: wat zijn zinvolle regels? En welke zijn zinloos?
Prinses van regels, prins van toezicht Het sprookje eindigt dus niet met “… en toen kwamen er regels en leefden de mensen nog lang en gelukkig”. Maar hoe dan wel? Misschien met de komst van realistische, zogezegd dynamische regels? Kijk, regels zijn regels en die bewijzen hun waarde bij de gratie van toezicht. Regels zonder toezicht op naleving zijn sowieso zinloze regels. Maar als dat toezicht er is, moeten de regels ook nog recht doen aan de realiteit. En regels moeten recht doen aan de verschuivende en verdiepende inzichten die in de loop der tijd ontstaan. Want de wereld om ons heen wijzigt continu. Trouwens, is de “opgedane ervaring, gewijzigde werkmethoden of werkomstandigheden of de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening” niet een van de pijlers van de Arbowet, artikel 5 lid 4? We weten inmiddels dat regels makkelijker worden nageleefd als ze geen barrière opwerpen voor de zelfontplooi-
90 70 50 30 2011
2012
2013 CBS
2014
2015
2016
I-SZW
Figuur 2 – Aantal dodelijke bedrijfsongevallen 2001 t/m 2016 (Bron: Inspectie SZW)
40
September 2020 nr. 3 –
info
Regels zonder toezicht op naleving zijn zinloze regels. Maar die regels moeten ook nog recht doen aan de realiteit ing van het individu. En geen barrière opwerpen voor de zelfontplooiing van organisaties. Is het dan misschien een goede gedachte om de zorgplicht strakker te combineren met simpele, meetbare, acceptabele, realistische en tijdsgebonden regels? En is het dan misschien ook een goede gedachte om de opgedane ervaring uit het professionele toezicht te gebruiken om de regels met een zekere regelmaat te heroverwegen?
Er was eens… Nee, ik ben geen tovenaar uit een sprookje. Nee, ik ben niet in het bezit van de formule om lood om te toveren in goud. Ik ben wél een veiligheidskundige die ziet dat de ontwikkelingen in risicomanagement en risicobeheersing een ‘processie van Echternach’ zijn: twee stappen vooruit en één stap achteruit. En dat het soms niet nodig is om ‘oudere’ gebruiken per definitie overboord te zetten. Mijnheer Napoleon voerde toezicht op veilig werken in. In de loop der eeuwen is dit toezicht verwaterd, afgekalfd. Het is misschien tijd om deze waarde in ere te herstellen: verscherpt toezicht op realistische regels. Zou dat het perfecte einde van dit levensechte sprookje kunnen zijn? Q Rob van de Walle is gecertificeerd Hogere Veiligheidskundige bij Arundo BV.
Carrière
Marco Mathu Huidige functie en waar ben je werkzaam? Ik ben Safety Manager bij Royal Bel Leerdammer (RBL).
Belangrijkste veiligheidstrend? Eigenaarschap van het aspect veiligheid door het management, waardoor ik samen met de preventieorganisatie de organisatie kan adviseren bij het risicogericht oplossen van het plan van aanpak van de actuele RI&E.
Laatst gelezen over veiligheid? ‘From accidents to zero’ van Andrew Sharman en ‘De Orka award – De kracht van de positieve feedback’ van Ken Blanchard. Grootste succes tot nu toe? De Professionaliseringslag Preventiemedewerker, organisatie op de drie locaties met OVK-geschoolde preventiemedewerkers die op de werkvloer kunnen adviseren over veiligheidsissues. Onze preventiemedewerkers hebben een actieve rol bij het opstellen en het actueel houden van onze RI&E.
Wat zou je graag beter kunnen? Collega’s enthousiasmeren voor nieuwe ideeën zodat onze organisatie zich op veiligheidsgebied blijft ontwikkelen, ondanks alle andere prioriteiten.
Als je terugkijkt op je carrière, wat zou je achteraf dan anders doen? Niets! Ik heb mijn werk altijd met veel plezier gedaan. Naast reseach analist werd ik in 2006 ook EHS-verantwoordelijke voor alle afdelingsgerelateerde zaken rondom Environment, Health, Safety & Biosafety. Het EHS-veld interesseerde me, zodat ik mezelf na 14 jaar fundamenteel en toegepast wetenschappelijk onderzoek heb omgeschoold naar hoger veiligheidskundige. Mijn ervaring in (bio)chemie, active pharmaceutical ingredients, GGO’s en procesveiligheid gebruik ik dagelijks in mijn huidige functie.
Wat hoop je (nog) te bereiken? Veiligheidsbewustzijn en veiligheidscultuur doorontwikkelen op de werkvloer. Binnen RBL hebben we zeven veiligheidswaarden gedefinieerd vanuit de input van medewerkers in veiligheidssessies. Alle veiligheidsinitiatieven koppelen we aan deze ‘Safe Seven’. Sinds 2017 loopt er een safetyprogramma met veiligheidsbewustzijnssessies voor de hele organisatie.
https://www.linkedin.com/in/ marcomsd/
In deze rubriek komen mensen uit de veiligheidswereld aan het woord over hun carrière en ambities. Aanmelden kan bij de redactie: nvvk@veiligheidskunde.nl.
info– September 2020 nr. 3
41
Boekbespreking
Zomers leesvoer 2020 Kersverse boeken van contacten Het aardige van een uitgebreid professioneel netwerk is dat er ook diverse auteurs in zitten. Of dat vakmatige kennissen die je weleens spreekt op conferenties of met wie je af en toe een mailtje uitwisselt, ook aan het schrijven slaan. Deze zomervakantie heb ik (onder andere) twee kersverse boeken van zulke contacten mogen lezen. Ladies first. TEKST CARSTEN BUSCH
N
adat Tamara Onos de wereld verraste met een heuse arbothriller, komt ze nu met haar eerste non-fictie boek. Dat ze desondanks met haar gedachtes al bij toekomstige thrillers zit, maken diverse opmerkingen in dit boek duidelijk. Afwachten of we inderdaad in toekomstige verhalen iets terugvinden van de mogelijk gevaarlijke ingrediënten.
Hoe zit dat nou? Want daar gaat Hoe zit dat nou? over. Het is een bundel met korte stukjes, deels gebaseerd op eerder gepubliceerde blogs, over het herkennen en negeren van alledaagse gevaren. Veel hoofdstukken gaan over huiselijke en dagelijkse problemen. Dingen die we allemaal tegenkomen of tegen kunnen komen – inclusief kwesties over gevaarlijke stoffen uit de media – vormen een belangrijke bron van inspiratie om kort en bondig mogelijke risico’s te beschouwen en deze kritisch te bespreken. Want hoe ernstig zijn bijvoorbeeld die kleine rubberkogeltjes die we op veel kunstgrasvelden vinden of vonden? Er is ook een hoofdstuk over werk, waarin bijvoorbeeld asbest, nachtwerk en magnetische velden (MRI) aan de orde komen. Plus een hoofdstukje met ‘theorie’, bijvoorbeeld over opnameroutes, het lezen van gevaarsymbolen en etiketten, gezondheidseffecten ontdekken en mens-/ dierproeven.
42
September 2020 nr. 3 –
De hoofdstukken zijn kort, enkele pagina’s lang. Onos heeft een prettige stijl die het allemaal goed leesbaar en toegankelijk maakt. Vaak persoonlijk, soms humoristisch. De stukjes zijn over het algemeen erg informatief en bovendien voorzien van links en referenties waar je meer informatie over het onderwerp kunt vinden (en zelf de bronnen kunt raadplegen, wat belangrijk is om goed te kunnen adviseren). Daarnaast worden er vaak wat aardige trivia aangeboden die zijdelings met het onderwerp te maken hebben. Als ik dan toch een kritiekpuntje mag leveren … ik vind persoonlijk (dus anderen zien dat wellicht anders) dat ik als lezer wat te weinig wordt uitgedaagd. De bronnen nodigen weliswaar uit om zelf op zoek te gaan, maar de meeste lezers zullen waarschijnlijk voldoende hebben aan de tekst. Dat maakt van een groot deel van het boek eenrichtingsverkeer. Het prikkelt mij persoonlijk iets te weinig. Zo mis ik in het stuk over bronaanpak een kritische discussie over dat die aanpak vaak nieuwe risico’s introduceert die vaak pas laat worden onderkend. Maar ik leef bijvoorbeeld juist weer op bij de tunnelmetafoor en de risico’s van vooruitgang (p. 112-115). Prima discussie die dieper gaat dan wat er in de meeste andere stukken wordt aangeboden. Andere toppers zijn de dis-
info
cussie over geweten en over ethisch zakendoen/produceren/consumeren. Al met al een leuk en toegankelijk boek. Doordat het allemaal niet te diep gaat en alles duidelijk wordt uitgelegd is het ook voor leken – uw kinderen, schoonmoeder of buurvrouw – goed te volgen. En dat bedoel ik zonder meer positief. Met een referentie naar een James Bond-film ben ik sowieso gelukkig (de roman Goldfinger bevat overigens een interessant anti-rookbetoog van de ‘bad guy’). Meer lezen in een vergelijkbare stijl en met een soortgelijke thematiek? Probeer dan eens (de eerste meer gericht op statistiek, de andere meer op wetenschap en ethiek): Bauer, T., Gigerenzer, G. & Krämer, W. (2014) Warum Dick Nicht Doof Macht Und Genmais Nicht Tötet - Über Risiken Und Nebenwirkungen der Unstatistik. Frankfurt: Campus. Goldacre, B. (2014) I Think You’ll Find It’s A Bit More Complicated Than That. London: Fourth Estate.
Veiligheid van binnenuit Het tweede boek is het debuut van Rob Kreté. Dit 118 pagina’s tellende boekje is fraai vormgegeven en onderscheidt zich van de meeste andere boeken door het ‘overdwars’-formaat. Het bevat Kretés betoog over hoe veiligheid op een betere manier kan worden vormgegeven. Dit is gebaseerd op zijn eigen ervaringen over
wat werkt en wat niet. In hoofdstuk 1 vertelt hij over zijn persoonlijke ervaring met het runnen en op een gegeven ogenblik vanwege veiligheidsproblemen stilleggen van een site. Dat maakt best indruk. En het was de aanleiding voor Kreté om verder de veiligheid in te duiken. Wat de boodschap betreft zie ik een sterke relatie met Martin van Staverens werk over Risicoleiderschap en mijn eigen Veiligheidsfabels 1-2-3 (als u leestips wilt om verder te kijken, bij deze). Maar waar ik mij primair richtte op veiligheidsprofessionals, is Veiligheid van binnenuit in eerste instantie geschreven voor managers. Toch is het boek wat mij betreft evengoed een aanrader voor veiligheidsprofessionals. De tekst is lekker toegankelijk, met her en der suggesties voor verdere verdieping. Het enige minpuntje wat mij betreft zijn de bronverwijzingen. Die vinden we deels door de tekst heen, deels als voetnoten. Wellicht was het een idee geweest om ze te verzamelen in een korte literatuurlijst aan het einde, voor wie meer wil lezen. Suggestie voor een tweede druk?
Hoe zit dat nou? Zin en onzin over alledaagse gevaren, Tamara Onos (2020) ISBN 9789021576510, Utrecht: Kosmos
Rob Kreté Veiligheid van binnenuit, Rob Kreté (2020) Den Haag: KreteMarres BV
Zoals de titel al zegt, argumenteert Kreté dat veiligheid het best gedreven kan worden door intrinsieke motivatie. En een andere belangrijke les is dat veiligheid niet een nevenactiviteit moet zijn, maar integraal onderdeel moet zijn van de bedrijfsvoering. Optimaliter met grote betrokkenheid van alle groepen, onder leiderschap van de lijn en met de veiligheidsprofessional in een leidende rol (Kreté stelt: “Weg met de HSE-manager!”). Ondanks de beperkte omvang van het boekje stipt de auteur een breed scala aan onderwerpen aan. Wat is veiligheid? Leiderschap. Betrokkenheid. Indicatoren. Ongevalsonderzoek. Systeemdenken. Gedrag. Tegenstrijdige doelstellingen, waaronder het spanningsveld tussen veiligheid en productie (hulde voor het opnemen van Rasmussens model!). Risico. Persoonlijkheid en veiligheid (iets waar ik wat sceptisch over ben). Cultuur (met een prettig kritische en genuanceerde insteek). Communicatie. Training. Nieuwe visies op veiligheid. Overigens niets van dit alles als een ‘doe het zus en zo’-aanwijzing, maar als iets om over na te denken (her en der is de tekst voorzien van zogenoemde “omdenkertjes”). Om zelf een beter werkende manier van veiligheid te vinden, niet gedreven door een beheerssysteem dat ‘moet’, maar door sturing, leiderschap en voorbeeldgedrag. Prettig. Aanrader, ook om aan je manager te geven. Q
info– September 2020 nr. 3
43
Nieuwe dingen
Rook en vuur
I
n augustus 2000 ontplofte een hoogoven in het Canadese mijnbouwplaatsje Flin Flon (zo heet het écht!) tijdens onderhoudswerkzaamheden. Daarbij raakten 14 personeelsleden gewond, van wie één fataal. Brian Humphreys was veiligheidscoördinator ter plaatse. Slechts enkele minuten daarvoor was hij van de plek des onheils vertrokken. Kort daarna begon hij zijn ervaringen op te schrijven als een manier om de ramp te verwerken. Na zijn pensioen maakte Humphreys er een 215 pagina’s tellend boek van: No Smoke Without Fire: A Recipe for Distaster (2019). Hierin beperkt hij zich niet tot de ontploffing, maar put uit de vele andere ervaringen die hij opdeed in 49 jaar mijnbouw en hoogovens. In die jaren werkte hij zowel in productie als in veiligheid. Het resultaat: een prettig leesbare en thematisch gestructureerde verzameling van anekdotes en reflecties waarin veel veiligheidsprofessionals zich kunnen herkennen. Soms met een traditionele (‘ouderwetse’) insteek à la “regels zijn er om te volgen”. Soms ook met een aangenaam kritische kijk, bijvoorbeeld op zaken als papieren veiligheid en modeverschijnselen.
https://www.amazon.com/Brian-B-Humphreys/e/B085434N62
Next Generation
Cochrane review
C
ochrane is een internationaal onafhankelijk nonprofit netwerk van mensen die werken in de gezondheidszorgsector of medisch onderzoek verrichten. Het netwerk wil de enorme hoeveelheid medische onderzoeksresultaten beschikbaar stellen om zo gefundeerde beslissingen over gezondheid mogelijk te maken. Door de kritische en onafhankelijke blik is Cochrane een aanbevolen bron voor professionals op het gebied van gezondheid (en veiligheid). Recent is een meta-review gepubliceerd over Covid-19-gerelateerd thuiswerk, zie de link. https://www.cochranelibrary.com/collections/doi/SC000044/full
D
e Australische psycholoog Clive Lloyd debuteert met het compacte boekje Next Generation Safety Leadership: From Compliance to Care. De doelgroep zijn leiders en veiligheidsprofessionals die verder willen kijken dan traditionele veiligheidsprogramma’s, gericht op gedragsverandering en dergelijke. Volgens Lloyd spelen vertrouwen, relaties en psychologische veiligheid een belangrijke rol. Het boekje (het heeft minder dan 100 pagina’s) probeert hiervoor praktische hulpmiddelen aan te geven. Een vertaling van theorie naar praktijk, deels door de bespreking van praktijkvoorbeelden. Enkele hoofdstukken zijn online in te zien via onderstaande link.
https://www.taylorfrancis.com/books/9781003051978d
44
September 2020 nr. 3 –
info
Verenigingsnieuws Van de bestuurstafel
T
erugkomend van een heerlijke vakantie in eigen land, besef ik mij weer hoe mooi het land is waarin we leven. Het is toch wel opmerkelijk dat je ‘vroeger’ uren in een vliegtuig zat naar de andere kant van de wereld, nu je merkt dat er dichter bij huis ook hele mooie dingen te ontdekken zijn. Tijdens mijn vakantie viel het me op dat er, op zijn zachtst gezegd, nogal makkelijk met de coronaregels wordt omgaan. Bij het zwemparadijs kon worden gezwommen in bloktijden van twee uur. Wel vooraf reserveren op naam én een vragenformulier invullen. Bovenaan het formulier staat: houdt 1,5 m afstand. Eenmaal binnen slaat de schrik mij om het hart als ik zo’n twintig man hutjemutje in het golfslagbad zie dobberen. Gelden hierbinnen ineens andere regels? De plaatselijke viswinkel daarentegen hanteerde een duidelijk en strak coronaregime. Voordat ik mijn visje kon bestellen, werd ik al gewezen op een waslijst aan regels. Het viel mij op dat ik de enige klant in de winkel
was. Nadat ik mijn bestelling had doorgegeven moest ik direct naar buiten en plaatsnemen achter de rode lijn. De nodige minuten verstreken, terwijl ik mij afvroeg waarom het zo lang duurde om een haring schoon te maken. Al roepend en zwaaiend probeerde ik in contact te komen met de visboer. Hij riep: “Ik zie het deze keer door de vingers”. Ik stapte over de rode lijn en begaf mij richting visboer. “Je moet wel een nummertje trekken anders kan ik je niet verder helpen. Kijk maar op de borden: regel nummer 12. En je hebt geluk, want als ze komen controleren krijg je ook nog een boete.” Met een groot vraagteken boven mijn hoofd, maar inclusief haring, verliet ik als enige klant de winkel. Het betreft hier uiteraard twee uitersten. Maar laten we met elkaar gewoon goed na blijven denken en vooral blijven genieten van wat er weer mogelijk is. Zo vergaderen we als bestuur vanaf begin maart via Teams (geheel coronaproof). Zoals u wellicht zelf ook hebt ervaren, vergde het di-
gitaal vergaderen in het begin enige aanpassing. Maar als de techniek ons niet in de steek laat kunnen we op deze manier efficiënt vergaderen. Als bestuur houden we ons met vele zaken bezig. Een kleine greep uit alle projecten: certificeren en registreren, herziening statuten en huishoudelijk reglement, maar ook de opzet van een kwaliteitssysteem voor de erkenning van MVK- en HVK-opleidingen. Ook kan ik melden dat de nodige stappen zijn gemaakt bij het Platform Risicodeskundigheid. Zo wordt momenteel de laatste hand gelegd aan de basisopleiding van NIBE-SVV ‘Risicobeoordeling en preventie’. En in het kader van kennisdeling is een centrale werkgroep voor de organisatie van PE-seminars opgericht met vertegenwoordiging vanuit alle netwerken. U merkt het, ondanks corona zijn we met elkaar in staat te blijven bouwen aan onze vereniging. Martijn Kommer
Young NVVK
Veiligheidskunde in tijden van Covid-19
Y
oung NVVK organiseerde op 4 juni 2020 voor een groep van tien enthousiaste jonge veiligheidskundigen een digitaal rondetafelgesprek over ‘Veiligheidskunde in tijden van COVID-19’. Sinds de coronasituatie zijn alle problemen veiligheidskundige problemen geworden. Dit biedt kansen, maar er zijn ook veel spanningsvelden. Naast hygiënische maatregelen komen de looproutes en afstanden tussen werkplekken ter sprake. Want niet in alle gevallen is het mogelijk om 1,5 meter afstand te houden. Dan is het de uitdaging om te kijken wat er wel mogelijk is. Bijvoorbeeld door het gebruik van mondmaskers of het aanpassen van planningen, zodat werknemers niet met zijn tweeën in
een kleine ruimte hoeven te werken. Soms botsen de coronamaatregelen met de normale regels, zoals het verplicht vasthouden van de trapleuning. Veel medewerkers werken thuis. Hoe mensen hiermee omgaan is sterk afhankelijk van de persoon en de thuissituatie. Met name in het begin van deze crisis heeft thuiswerken tot veel uitval geleid en zelfs tot burn-outklachten. Maar thuiswerken zorgt ook voor sociale cohesie. De praktijk bewijst dat de doorgevoerde maatregelen goed werkbaar zijn. Mogelijk zorgt dit ervoor dat we in de toekomst ook andere infectieziekten beter onder controle kunnen houden. Een andere positieve ontwikkeling is de digitalisering. Daardoor zijn vergaderingen effectiever en meer ‘to the point’.
Maar de werkgever heeft minder zicht op de werksituatie en werkplek bij de werknemer thuis. Gezondheid gaat boven productie, daarom meten sommige bedrijven de temperatuur bij medewerkers en vragen zij hen bij koorts om naar huis te gaan. Hoe registreer je wie corona heeft gehad? En hoe past die registratie binnen de AVG-regelgeving? Onder het motto “Never waste a good crisis” is dit een goed moment voor bezinning. De deelnemers verwachten een versnelde verduurzaming van brandstoffen. Daarnaast is er ook meer oog voor biologische agentia, en dat biedt weer kansen om meer samen te werken met de arbeidshygiënisten.
info– September 2020 nr. 3
45
Verenigingsnieuws Algemene vergadering
O
nder voorbehoud van de maatregelen rondom corona zal op 12 november de Algemene Vergadering worden gehouden in het Postillion Hotel te Bunnik. Zoals gebruikelijk vinden tijdens de Algemene
Vergadering de jaarlijkse verkiezingen plaats voor het hoofdbestuur. Nadere informatie volgt nog, maar noteer 12 november alvast in uw agenda. Bovendien willen we de leden op deze dag informeren over de
activiteiten van de Werkgroep Herziening Statuten en Huishoudelijk Reglement en over hoe we de noodzakelijke veranderingen kunnen doorvoeren om de NVVK toekomstbestendig te maken.
28 oktober t/m 2 december 2020 Nyenrode Collegereeks Nieuwe Perspectieven op Veiligheid Plaats: Nyenrode Business Universiteit Breukelen 3 Hobéon SKO AH/VK Studiepunten NVVK-leden krijgen 100 euro korting! https://nieuweperspectieven.arbo-online.nl/
1,2,3 december 2020 Worksafe Plaats: Evenementenhal Gorinchem www.worksafe.nl/
Evenementen 30 september, 1 oktober 2020 Safety&Health@work Plaats: Ahoy Rotterdam www.safetyandhealthatwork.nl/ https://www.arbocongres.nl/ 27 oktober 2020 National Safety at Work Event Plaats: Van Nelle Fabriek Rotterdam Organisatie: Intersafe https://www.nswe.nl/
NVVKcongres naar najaar 2022 Het NVVKcongres dat gepland stond voor maart 2021 wordt verplaatst naar het najaar van 2022. Dan vieren we ook het 75-jarig bestaan van onze vereniging.
Onlangs verschenen TtA Het tweede nummer van 2020 bevat één full paper van Peter Schmitz (Technische Universiteit Delft, OCI Nitrogen), Paul Swuste (Technische Universiteit Delft), Genserik Reniers (Technische Universiteit Delft) en Karolien van Nunen (Technische Universiteit Delft, Universiteit Antwerpen). Zij bespreken een praktische aanpak voor het voorspellen van majeure ongevallen in de procesindustrie op basis van de barrièrestatus op scenarioniveau. Verder in dit nummer een opiniërend artikel van Sandra Roodenburg en Hélène Plaggenborg over de benadering van werkdruk door de Inspectie SZW. De balans van energiebronnen en stressoren is daarbij een belangrijke indicator. In bijdrage acht aan de rubriek ‘Arbeid in beeld’ passeren George Breitner en Isaac Israëls als vrienden en rivalen de revue. Verder is er een verslag van een bijeenkomst van de Contactgroep Gezondheid en Chemie (CGC) in samenwerking met de Nederlandse Vereniging voor Arbeidshygiëne (NVvA) en het RIVM Kennis- en Informatiepunt Risico’s van nanotechnologie (KIR-nano) over innovatie versus risico’s in relatie tot nanotechnologie. En een verslag van de CGC in samenwerking met de NVVK over de vraag of we klaar zijn voor breed gebruik van waterstof als vorm van elektriciteit en energiedrager. Een persbericht van de Onderzoeksraad voor Veiligheid gaat over de voorbereiding van de Rotterdamse haven op het risico op grootschalige olielekkage. Een samenvatting van een advies van de Gezondheidsraad gaat over gehydrogeneerd terfenyl. En een samenvatting van een proefschrift van Wietske Dohmen (Universiteit Utrecht) getiteld ‘Epidemiologie of ESBL (Extended Spectrum Bèta-Lactamase) – About pigs and humans’ gaat over de prevalentie van ESBL-producerende bacteriën in varkens en mensen op varkenshouderijen en slachthuismedewerkers in een varkensslachthuis. Suzanne Spaan, plaatsvervangend hoofdredacteur TtA
46
September 2020 nr. 3 –
info
Agenda Datum
Locatie
Onderwerp
Organisatie
24-09-2020
Nijmegen
ATEX
NVVK
01-10-2020
Dordrecht
Geaccrediteerde training HVK/VHK en arbeidshygiënisten
extern
02-10-2020
Utrecht
Maak werk van Kwaliteit
extern
08-10-2020
n.t.b.
H2 economie: Hoe beheersen we hierbij de veiligheidsrisico’s?
NVVK
15-10-2020
Woerden
Helder denken (15 en 30 oktober)
NVVK
27-10-2020
Rotterdam
NSWE (National Safety at Work Event)
extern
05-11-2020
Delft
Human Factors NL Jaarcongres 2020 - Zoom In, Zoom Out
extern
05-11-2020
n.t.b.
NH bijeenkomst
NVVK
12-11-2020
Bunnik
Algemene Vergadering
NVVK
19-11-2020
Kerkrade
Geaccrediteerde training HVK/VHK en arbeidshygiënisten
NVVK
20-11-2020
Drachten
AVG: werk eens mee!
NVVK
24-11-2020
Utrecht
ViZ en CGG bijeenkomst
NVVK
25-11-2020
n.t.b.
Bijeenkomst ANO
NVVK
27-11-2020
n.t.b.
Vakkennisdag onderwerp
NVVK
12-05-2021
Dordrecht
Process Safety Congres 2020
extern
13-06-2021
Vancouver
21st Triennial Congress of the IEA
extern
Kijk voor de meest recente versie van de agenda op www.veiligheidskunde.nl bij Agenda
info– September 2020 nr. 3
47
# ! $ & !! # ) # " # "+ * ! ! # # # " * !) ! $" !& 0 # " !% . /( !) ! -! # "$ . !/ ! (
PM OVKÂŽ MVK HVK
• Preven emedewerker
• Opera onele Veiligheidskunde
• Middelbare Veiligheidskunde
• Hogere Veiligheidskunde
) ! ( &) '%'% "! ( & '%'%
! ( '* '%'% * '%'% ! ' '+ '%'%
% 0 " ! % * * , $ 5- , 6539 , 3494-738786 , $$$* %* , 1 %*