4 2020
info
JAARGANG 29
VAKBLAD VOOR VEILIGHEIDSPROFESSIONALS
Opgelet! Nog 1 jaar tot de
Omgevingswet NVVKINFO’S EERSTE VEILIGHEIDSALFABET
NIEMAND REIST MET ONVEILIG OV
DURVEN WE NOG FOUTEN TE DELEN?
Meer NVVK info? Bezoek onze website.
www.veiligheidskunde.nl
info
Van de redactie
W
etenschappelijk onderzoek wijst uit dat mensen die hun vrije tijd goed besteden, gezonder zijn en beter presteren op het werk. Maar wat is goed bestede vrije tijd? Een hobby uitoefenen, bijvoorbeeld. Een statische hobby (pianospelen, klaverjassen, aquarelleren) of een actieve hobby (sporten) of gewoon de benen strekken in de natuur. Zolang het maar geen werk is. Het lichaam moet herstellen en opladen, en dat gebeurt tijdens het hobbyen.Trouwens, volgens Sigmund Freud zijn veel creatieve uitingen het directe gevolg van wat hij ‘sublimatie’ noemde: de mens moet zijn oerdriften botvieren, maar op een maatschappelijk aanvaardbare manier. Door zijn oerdriftenergie te kanaliseren naar een aanvaardbare expressie: een hobby, beroep of vrijetijdsbesteding. Hoe zit het met de sublimatie van veiligheidskundigen? Wat voor hobby’s houden zij erop na? De buitenwacht denkt wellicht dat veiligheidskundigen het in hun vrije tijd rustig houden, geen onnodige risico’s nemen. Katrina Gray zocht dit voor ons uit; in deze NVVKinfo leest u het resultaat van haar studie. Ik kom er helaas niet onderuit: het C-woord. Ik zal het gebruik tot één keer beperken. Coen van Gulijk interviewde in 2020 diverse veiligheidskundigen over hun werk tijdens de Covid19-crisis (daar is-ie dan). In dit nummer komt Johan Gort aan het woord, manager veiligheid bij het GVB in Amsterdam. Rob Poort bespreekt een noodlottig ongeval waarbij het slachtoffer in een gat valt tussen twee brughelften. De gebruikelijke roosters zijn wegens onderhoud weggehaald. Tragisch detail: het slachtoffer schoot iemand op de andere brughelft te hulp. Klinkt mij bekend in de oren. De vraag is of de Staat aansprakelijk is. Het antwoord krijgt u van Rob. Dilemma’s leveren stof voor discussie, voor verdieping van lastige onderwerpen. Zoals: wegen de eventuele voordelen van boetes op tegen de mogelijke nadelen? Want straffen leidt vaak tot vermijden en verzwijgen, niet per se tot veranderen. Dit keer: I-SZW en Bewuste Bouwers over handhaving. Attentie, attentie, de nieuwe Omgevingswet komt eraan! Die treedt op 1 januari 2022 in werking. Heeft u deze ingrijpende verandering in uw agenda en op uw netvlies staan? Dirk Jan de Boer en Sarah Ros vrezen van niet ... In dit nummer willen wij een traditie starten, het veiligheidsABC. Afgekeken van onze zuidercollega’s van Prebes, die hun ‘Welzijnsalfabet’ al jaren voeren. Ook een keer proberen? Laat het de redactie van NVVKinfo gerust weten. Terugkomend op de sublimatie van zielenknijper Freud: onder brandweerlieden schijnen relatief veel brandstichters te zitten. In het Engels hebben ze er zelfs een naam voor: firefighter arson. Bij hen lijkt de sublimatie niet helemaal gelukt. Ik hoop in ieder geval dat het beroep van veiligheidskundige geen onweerstaanbare aantrekkingskracht op saboteurs heeft. Mij zijn nog geen gevallen ter ore gekomen. Het blijft vooralsnog bij bungeejumpen, wildwaterkanoën en rodeo rijden. Sublimatie lijkt hier dus wél goed te werken. De feestdagen vieren we dit jaar met afgemeten aantallen familieleden en vrienden. Voor sommigen van ons wellicht een zegen, voor anderen een sociale ramp. Nog even doorbijten, is het devies. De redactie van NVVKinfo wenst u niettemin een knusse tijd toe en alle goeds voor 2021! Q Frank Guldenmund
Colofon® NVVKinfo is het informatieblad voor leden van de Nederlandse Vereniging voor Veiligheidskunde en hét vakblad voor veiligheidskunde in Nederland. Het blad verschijnt vier keer per jaar in een oplage van 3000 exemplaren. Redactie Robert-Jan Bannink, Wilfred Blaauw, Carsten Busch, Frank Guldenmund, Dirk de Knecht, Orly Polak, Jacqueline Joosten (hoofdredacteur) en Inge Mulder (eindredacteur) Uitgever Vakmedianet, Thijs van Pinxteren NVVK algemeen NVVK Secretariaat Weegschaalstraat 3, 5632 CW Eindhoven T 040 - 209 43 55 E nvvk@veiligheidskunde.nl Vormgeving en opmaak colorscan, www.colorscan.nl Druk Wilco BV, Meppel Advertentie-exploitatie Advertentiewinkel, Janneke Reijseger Postbus 174 3760 AD Soest T 035-6936776 E info@advertentiewinkel.nl Copyright Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande toestemming van de NVVK. Disclaimer Hoewel aan de inhoud van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden uitgever, redactie en auteurs geen enkele aansprakelijkheid voor de gevolgen van eventuele fouten of onvolledigheden. Kopij Redactieadres: nvvkinfo@veiligheidskunde.nl Verschijningsdata 2021 19 februari, 21 mei, 17 september, 17 december ISSN 0928-4923
info– December 2020 nr. 4
3
NR 4 | DECEMBER 2020
10 Interview Verander je mindset
14 Het dilemma Durven we fouten nog te delen?
18 Onderzoek Playing safe
22 Veilig gedrag Frank Guldenmunds veiligheidsalfabet
34 Interview Niemand reist met onveilig OV
10
38 Wetgeving Nog 1 jaar tot de Omgevingswet
6 17 27 28 32 33 37 42 44 45
4
Nieuws De veiligheidsbril van Ed Mentale valkuilen Juridisch bekeken Column YoungNVVK Carrière Prikbord Boekbespreking Nieuwe dingen Verenigingsnieuws
December 2020 nr. 4 –
info
38
22
18
14
34 info– December 2020 nr. 4
5
Nieuws
Hoe brandbaar zijn coronaschermen? Sinds maart dit jaar hangt ons land vol met allerlei harde en flexibele kunststofschermen als bescherming tegen het Covid-19-virus. Maar hoe brandbaar zijn die schermen? En hebben ze een negatieve invloed op de brandveiligheid van een gebouw?
W
aar vinden we coronaschermen? De meeste hangen in de buurt van een vluchtroute, bij de kassa of bij de receptie in een centrale hal. Dat betekent dat ze in geval van brand een vluchtroute kunnen blokkeren. Of versnellen ze mogelij-
kerwijs zelfs de brandontwikkeling. Om te onderzoeken hoe dit zit, kocht Efectis zes verschillende typen schermen en onderwierp ze aan een kleine brandproef. Bij de geteste schermen gaat het om vier schermen die zijn gemaakt van hard kunststof, respectievelijk van lexaan, plexiglas, polyester en A-PET. Daarnaast testte men ook nog twee flexibele schermen. Uit de test komt een heel gevarieerd resultaat naar voren. Sommige van de geteste schermen branden niet, maar smelten alleen. Met name de flexibele schermen branden wel heel snel en
Hebben coronaschermen een negatieve invloed op brandveiligheid? produceren daarbij ook nog eens een grote hoeveelheid rook. Bent u benieuwd naar de testresultaten? Bekijk het filmpje: www.brandveilig.com/ nieuws/hoe-brandbaar-zijn-coronaschermen-eigenlijk-66645
Optreden tegen aanrijdgevaar in de bouw
N
og te veel ongevallen op de bouwplaats ontstaan door rijdende voertuigen en machines. Eerder stelde de Governance Code Veiligheid in de Bouw (GCVB) daarom het ‘Beleid aanrijdbeveiliging personen op voertuigen en machines’ op. Maar dit beleid tegen botsrisico in de bouw had in de praktijk niet het gewenste effect. Daarom hebben vertegenwoordigers uit de GCVB, Bouwend Nederland en Cumela hard gewerkt aan een nieuw beleid tegen aanrijdgevaar in de bouw. Het nieuwe beleid geldt voor alle voertuigen en machines die bedoeld of onbedoeld binnen een werkvak of op een bouwplaats rijden. Aanrijdgevaar verkleinen of voorkomen, bijvoorbeeld bij het achteruitrijden van voertuigen en machines, begint bij de risicobron. Iedereen moet in elke situatie denken: is het logisch dat hier een wagen langs die bouwvakker rijdt? Het is dan aan de
6
December 2020 nr. 4 –
info
arbo- of veiligheidsverantwoordelijke om de verantwoording en motivering voor toepassing van de strategie vast te leggen, en ook de beschermingsmaatregelen. Die laatste horen thuis in de risico-inventarisatie & -evaluatie (RI&E) en/of het veiligheids- en gezondheidsplan (V&G-plan). Tot de ondertekenaars van de GCVB behoren grote installatie- en bouwbedrijven, maar bijvoorbeeld ook Rijkswaterstaat en Prorail.
De ondertekenaars en hun onderaannemers/leveranciers hanteren per 1 januari 2021 het nieuwe beleid tegen aanrijdgevaar in de bouw. Daarbij geldt een implementatietermijn van maximaal één jaar waarin alle partijen het beleid handen en voeten kunnen geven. Vanaf 1 januari 2022 is het beleid tegen aanrijdgevaar in de bouw een voorschrift. www.gc-veiligheid.nl/
FOTO: HEIJMANS
De afgelopen jaren gebeurden er op bouwplaatsen nog veel ernstige incidenten met manoeuvrerende voertuigen en machines. Daarom heeft de GCVB nieuw beleid opgesteld tegen aanrijdgevaar in de bouw.
OVV: APK voor grote publieke gebouwen Elk groot openbaar gebouw in Nederland zou op vaste tijden gecontroleerd moeten worden om te bekijken of de constructie nog wel veilig is. Zo’n ‘APK’ van een gebouw zou bovendien een wettelijke verplichting moeten zijn, adviseert de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV).
D
it advies is gedaan naar aanleiding van het gedeeltelijke instorten van het dak van het AZstadion in 2019. Uit het onderzoek blijkt dat de stalen dakconstructie al bij oplevering niet voldeed aan de bouwkundige eisen. Tijdens het gebruik van het stadion heeft er vervolgens nooit een grondige bouwkundige controle van de dakspanten plaatsgevonden. Hierdoor heeft het onopgemerkt kunnen blijven dat de lasverbinding steeds verder aan het verzwakken was. Uit het onderzoek van de Onderzoeksraad blijkt bovendien dat de instorting van het AZ-stadion niet op zichzelf staat. Gebleken is dat er in de afgelopen twintig jaar bij meer dan zestig gebouwen ernstige gebreken in de constructie aan het licht zijn gekomen. Op basis van deze bevindingen tijdens het onderzoek naar het instorten van
het dak van het AZ-stadion, adviseert de Onderzoeksraad het volgende: - Stel voor publiek toegankelijke gebouwen wettelijk verplicht dat de eigenaren periodiek onderzoek laten doen naar de constructieve veiligheid van het gebouw. Maak ook verplicht dat de eigenaren indien nodig maatregelen nemen om die veiligheid te verbeteren. Laat dit periodiek onderzoek uitvoeren door een onafhanke-
lijke en gecertificeerde deskundige. - Geef vooruitlopend op die wettelijke verplichting eigenaren van gebouwen in gevolgklasse 3 een richtlijn voor de periodieke beoordeling van de constructieve veiligheid van hun gebouw. Daar moet een indicatie van diepgang en frequentie van het onderzoek deel van uitmaken. www.onderzoeksraad.nl
Kansen voor criminelen tijdens coronacrisis Een derde van de IT-beslissers geeft aan dat de investeringen in cyber security fors zijn toegenomen tijdens de coronacrisis. De investering in cyber security nam gemiddeld toe met 10 procent.
De investering in cyber security nam gemiddeld toe met 10 procent
D
it blijkt uit onderzoek van Motiv ICT Security onder 327 Nederlandse IT-beslissers. Eerdere onderzoeken toonden al aan dat de coronacrisis veelvuldig als kans werd aangegrepen door cybercriminelen. Vóór de wereldwijde Covid-19-pandemie reserveerde 17 procent van de organisaties meer dan 10 procent van het IT-budget voor cyber security. Inmiddels is dit gestegen naar bijna een kwart (24%). Bovendien verwacht een derde van de IT-beslissers ook in 2021 weer meer te zullen investeren in het verhogen van de digitale weerbaarheid.
Ondanks dat heeft maar liefst één op de vijf Nederlandse bedrijven te maken gehad met een cyberaanval. Bij 13 procent was dat één enkele yberaanval. Bij 8 procent ging het zelfs om meerdere aanvallen. Maar misschien nog wel het meest opvallende: 15 procent van de bedrijven weet helemaal niet of het slachtoffer is geworden van cybercrime. Het volledige onderzoeksresultaat bekijken? https://www.motiv.nl/nieuws-item/marktonderzoek-door-motiv-nederlands-bedrijfsleven-investeert-meer-in-cybersecurity/
info– December 2020 nr. 4
7
Nieuws
Cartoon
Nederlandse banken lopen voorop in thuiswerken Nederlandse banken lopen voorop in thuiswerken door corona, meldt de Amerikaanse nieuwssite Bloomberg. ING, ABN Amro en Rabobank zeggen dat medewerkers 50 procent van hun tijd vanuit huis zullen blijven werken.
W
oordvoerder van de Rabobank Margo van Wijgerden vertelt dat de bank verwacht dat de medewerkers gemiddeld 40 tot 50 pro-
cent van de werktijd vanuit huis zullen blijven werken, ook na de coronacrisis. Dit is uiteraard wel sterk afhankelijk van functie en takenpakket. De bank gaat experimenten uitvoeren onder pilotgroepen om te onderzoeken wat het beste werkt voor de verschillende functies. ING heeft een soortgelijke verwachting: “We voorzien dat medewerkers in de toekomst gemiddeld 50 procent van hun tijd op afstand
werken, althans in functies waarin dit tot de mogelijkheden behoort”, aldus woordvoerder Marc Smulders. Toch acht Bloomberg het onwaarschijnlijk dat banken hun kantoren helemaal zullen opgeven. Die spelen immers een belangrijke rol bij het behoud van het moraal en de bedrijfscultuur, met name voor nieuwe medewerkers. www.bloomberg.com
OVV kritisch over onderzoeken 112-storing Op 24 juni 2019 was er bij KPN een grote storing. Daardoor was alarmnummer 112 ruim drie uur nagenoeg onbereikbaar. Drie inspectiediensten deden er onderzoek naar.
a de storing deden drie inspectiediensten afzonderlijk van elkaar onderzoek naar de (technische) oorzaken van de storing bij KPN, de bereikbaarheid van de hulp-
N
diensten en de knelpunten bij de hulpverlenende instanties. In een brief gericht aan de minister van Justitie en Veiligheid zegt de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) daar het volgende over: “Er is in de onderzoeken niet stilgestaan bij de afhankelijkheid van één provider voor het 112-alarmeringssysteem. En evenmin voor de onwenselijke kwetsbaarheid die dat, naar nu is gebleken, oplevert. Ook ontbreekt een kritische analyse van de 112-keten in zijn geheel.” De Onderzoeksraad zet daarom grote vraagtekens bij het lerend vermogen van de betrokken organisaties. https://www.onderzoeksraad.nl/
8
December 2020 nr. 4 –
info
De veiligheid op het Nederlandse spoor is voor verbetering vatbaar. Dat geldt in het bijzonder bij overwegen. Dit zijn de cijfers.
I
n 2019 vinden 25 zware ongevallen plaats, waarbij 11 mensen om het leven komen. Dat staat in het jaarverslag over de spoorwegveiligheid in 2019. Overwegen blijven de zwakste schakel in het spoornetwerk. Vorig jaar gebeurden er 14 ongevallen bij overwegen, met 9 dodelijke slachtoffers, 3 zwaargewonden en 13 lichtgewonden. In 2019 zijn 42 overwegen opgeheven en werden er geen nieuwe aangelegd. Het Nederlandse hoofdspoorwegnet telt 2.427 overwegen, waarvan er 724 onbewaakt zijn. STS-passages In 2019 passeert een spoorvoertuig 142 keer zonder toestemming een stop-tonend sein, een zogenoemde STS-passage. Dat is vaker dan het jaar ervoor. In 34 gevallen (24%) passeert het spoorvoertuig niet alleen het sein, maar ook het achterliggende gevaarpunt waar de kans op een botsing aanwezig is. Er zijn in 2019 iets meer van deze gevaarzettende STS-passages dan in 2018 (137 STS-passages). Sinds 2018 wordt het treinverkeer op rangeerterreinen op afstand geleid, vanuit de verkeersleidingspost. Voorheen kwam er een procesleider aan
Spoorwegongevallen
Slachtoffers
25
33
Botsingen [ 6 ] Ontsporingen [ 0 ]
Doden [ 11 ] Zwaargewonden [ 6 ]
Overwegongevallen [ 14 ] Aanrijdingen [ 5 ]
Lichtgewonden [ 16 ]
Brandongevallen [ 0 ] te pas die dit ter plaatse deed. Sinds de gewijzigde aanpak is het aantal STS-passages op rangeerterreinen fors gestegen. De ILT signaleert dat de nieuwe werkwijze bijdraagt aan een toename van de STS-passages. Elektrisering In 2019 waren er twee aanrijdingen met baanwerkers, maar dit veroorzaakte geen letsel. Wel zijn er twee zwaargewonden en 4 lichtgewonden
BRON: ILT
Nog steeds veel ongevallen bij overwegen
gevallen door elektrisering. Daarvan is sprake als iemand onder stroom heeft gestaan maar dit geen dodelijke afloop heeft gehad. Dit komt in totaal 9 keer voor, het hoogste aantal sinds de registratie van dit soort ongevallen in 2010. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) schenkt vanuit het programma ‘Veiligheid op het spoor’ extra aandacht aan het veiligheidsbeheerssysteem én de veiligheidscultuur in de spoorsector. Bron: Jaarverslag Spoorveiligheid 2019, www.ilent.nl
(advertentie)
Q-Tech introduceert de Get-Up ladder! Q-Tech, specialist in bedrijfswagenaccessoires heeft samen met Altrex x de compleet nieuwe telescopische Q-Top Get-Up ladder ontwikkeld. “Handig: De lengte van de ladder wordt automatisch afgestemd op de afstand tussen imperiaal en ondergrond, ook als deze ongelijk is.”
√ Eenvoudiig in gebruik √ Lichtgewicht √ Multifuncctioneel inzetbaar
Surprisingly different
√ Getest conform EN131-6 norm √ Compact formaat √ Aanhaakbaar aan imperiaal
verkrijgbaar via uw Altrex- of bedrijfswagendealer
www.q-tech.eu
info– December 2020 nr. 4
9
Interview Kijken vanuit een ander perspectief
Verander je
mindset
Jos Villevoye is een denker en een dromer die inspiratie haalt uit fantastische verhalen. Want die verhalen nodigen uit tot het verkennen van andere gezichtspunten en invalshoeken. En dat is precies wat de veiligheidskunde in zijn ogen meer dan ooit nodig heeft: een nieuwe mindset om vraagstukken in een ander perspectief te zien. En weg uit die cyclus van regels, plannen en procedures. TEKST ROB JASTRZEBSKI
O
m collega’s te stimuleren hun eigen fantastische verhaal te ontdekken en te vertellen, schreef hij het boekje ‘Fantastisch Veilig! – Memoires van een veiligheidskundige’. Met zijn levenservaring als moreel kompas, dat veiligheidskundigen kan helpen om een andere kijk op ‘de werkelijkheid’ te ontwikkelen.
Jos Villevoye werkte na zijn studie chemische technologie bijna 25 jaar in uiteenlopende functies binnen de industrie. Hij was procestechnoloog bij een Brzo-bedrijf, adviseur industriële veiligheid bij een ingenieurs- en adviesbureau en manager veiligheid in de bouw. Sinds januari dit jaar doceert hij aan Hogeschool Inholland in Rotterdam bij de opleiding Integrale Veiligheidskunde (IVK). Dat is een relatief jong vakgebied dat de publieke en private wereld met elkaar verbindt. Het kenmerkt zich niet door specialisme, maar door een brede en integrale benadering. En dat past helemaal in het straatje van Villevoye, die vindt dat de veiligheidskunde een nieuwe mindset nodig heeft. Want hij ziet binnen de veiligheidskundige wereld steeds meer voorbeelden van verkokering, polarisatie en blokvorming. Daarbij zitten veiligheidsprofessionals in zijn ogen – veelal onbewust– gevangen in een cyclus van regels, plannen en procedures. Daardoor hebben zij soms moeite veiligheidsvraagstukken vanuit een ander perspectief te zien. Een goede veiligheidskundige durft in zijn ogen buiten de gebaande paden te treden en open te staan voor ‘vreemde’ ideeën en inzichten.
Innerlijke kracht “Veiligheid is een complex fenomeen”, vat Jos Villevoye samen. “Geen statische momentopname, maar een voortdurend veranderend samenspel van mensen, hun omge-
10
December 2020 nr. 4 –
info
ving en een steeds veranderende context. Als je iets wilt bereiken in veiligheidsland, moet je het ‘landschap’ van mensen, omgeving en context eerst doorgronden. En daarna voor jezelf vaststellen via welke route door dat landschap je het best je doel kunt bereiken. Veiligheid is een uiting van ‘waarde’ en die waarde is voor iedereen anders. De perceptie van de begrippen risico en onveiligheid is sterk afhankelijk van de persoon en de situatie. Kortom, veiligheid is een moeilijk grijpbaar fenomeen en lastig controleerbaar. Toch worden veel veiligheidsprofessionals nog gedreven door een idee van absolute controle. Elke vorm van ‘falen’ is in hun ogen per definitie onacceptabel. Daarom proberen zij continu de ideale veilige wereld na te streven door te focussen op een technocratisch offensief.” Veiligheidskundigen moeten volgens Villevoye los komen uit die starre papieren werkelijkheid. Want zij kunnen veel meer bereiken door te putten uit hun innerlijke schat aan overtuigingen, ontdekkingen en ervaringen. Met zijn boek deelt hij de ontdekkingen die hij heeft gedaan als mens en professional binnen het veiligheidsdomein. “In de eerste
In de ogen van veel veiligheidsprofessionals is elke vorm van falen per definitie onacceptabel
Jos Villevoye: “Een goede veiligheidskundige durft open te staan voor vreemde ideeën en inzichten.”
info– December 2020 nr. 4
11
plaats omdat ik het gewoon zelf leuk vond om te schrijven. Maar ik hoop ook dat het vakgenoten inspireert. Want iedereen heeft een eigen verhaal. Vertel dat verhaal eens aan anderen, zodat ook zij daarvan kunnen leren.” Villevoye wijst op de ontwikkeling van de veiligheidskunde, langs de lijnen van techniek en organisatie. Terwijl de laatste jaren de rol van de mens steeds meer centraal is komen te staan. De mens is een kwetsbare schakel, beaamt hij, maar zéker niet de zwakste. “Ik geloof in de
potentie van mensen, als het gaat om de wil en mogelijkheid om boven zichzelf uit te stijgen en hun eigen kracht te ontdekken. Wat hun daarbij veelal in de weg staat, zijn de eigen belemmerende overtuigingen. Daarbovenop stuiten ze vaak op weerstand vanuit de gevestigde orde die (net zo belemmerd) vasthoudt aan rigide en ingesleten denkbeelden. De repeterende boodschap om ‘reëel’ te blijven is wel de grootste killer.”
De kracht van zwakte
Die repeterende boodschap om ‘reëel te blijven’ is de grootste killer bij het ontdekken van je eigen kracht 12
December 2020 nr. 4 –
info
Veiligheidskundigen zouden in de visie van Villevoye vaker uit de werkelijkheid moeten stappen die zij als ‘gegeven’ beschouwen. “Dat vraagt om durf. Dat betekent niet dat je al je ankers moet lichten en als een soort Vliegende Hollander stuurloos rond moet blijven dolen. Zorg dat je verankerd blijft, maar laat de leeflijn eens gecontroleerd vieren. Als je de ‘feiten’ en regels in twijfel trekt, kijk dan niet gek op als vakgenoten je als deskundig ‘zwak’ betitelen. Blijkbaar neem je het dan niet zo nauw met de veiligheid. En twijfel ondermijnt het gezag. Maar zeg nu eens eerlijk, hoe zeker ben je dan eigenlijk zelf van je zaak?” Hij beschrijft in zijn boek een mooi praktijkvoorbeeld dat de kracht van ‘zwakte’ illustreert. In 2012 vond een verwoestende explosie plaats in een rioolwaterzuiveringsinstallatie in Raalte. Bij het onderzoeks- en adviestraject
Iedereen kan book smart worden door boeken te lezen. Maar street smart word je vooral door te leven haald, maar waar partijen toch krampachtig aan vasthouden. “Dat komt door de cultuur die nu is ontstaan. Een cultuur waarin mensen moeilijk toe durven te geven dat ze het weleens mis zouden kunnen hebben. Doorgaan tegen beter weten in zien zij daardoor als enige mogelijkheid. Net als bij de explosie in Raalte, geldt ook op managementgebied dat de organisatieschade bij falen groter is als we de ‘constructie’ steeds maar weer versterken en de druk van binnenuit opbouwt. Want hoe robuuster je iets bouwt, hoe meer inspanning en energie het kost om het ook robuust te houden. Dat geldt voor constructies, maar net zo goed voor visies en ideeën.”
Lerend vermogen
voor de herbouw van het verwoeste machinegebouw was Villevoye zijdelings betrokken. Het rapport bevatte een advies dat voor leken onlogisch voelde, namelijk de aanbeveling om het gebouw bewust zwakker te ontwerpen. Ook voor de opdrachtgever was dit even schakelen, want hij had eerder een advies tot versteviging verwacht. Villevoye: “De les om mee te nemen is dat het bij explosieveiligheid niet per definitie draait om robuustheid en stevigheid. Want hoe robuuster je de constructie van een gebouw of installatie met een explosierisico ontwerpt, hoe groter het effect als dat ontwerp alsnog faalt. En dat is nooit uitgesloten. Hoe hoger de weerstand tegen de explosie, hoe hoger de druk opbouwt. Als die piekdruk vrijkomt, is de schade groter. Kortom: door bepaalde delen van het gebouw bewust zwakker te ontwerpen, is er gecontroleerde afvoer van druk. Een kwestie van ‘beheerst falen’. Want soms is het aan te raden om dingen vroegtijdig en zonder te veel weerstand gecontroleerd te laten ploffen.” Villevoye beschrijft daarna dat dit principe van vermindering van weerstand ook is toe te passen in de organisatie van veiligheidsmanagement. Want in de veiligheidswereld ziet hij veel te veel plannen, initiatieven en programma’s die al lang hadden moeten ploffen. Zoals activiteiten waarvan het doel onduidelijk is, projecten en programma’s die hun tijd hebben gehad. En daarnaast visies die zijn achter-
Villevoye denkt dat het geforceerd vasthouden aan inzichten en principes deels het gevolg is van de doctrine van managementgoeroes. Die ‘leren’ hun gevolg dat succes een keuze is en falen geen optie. Die instelling komt het lerend vermogen van veiligheidsprofessionals in zijn ogen niet ten goede. “Die heeft tot gevolg dat fouten maken weer in het verdomhoekje terechtkomt. Ik moet dan zelf altijd denken aan de hersenwetenschappers. Die herleiden een groot deel van hun kennis over het functioneren van het brein uit ‘fouten’ in onze grijze massa. Natuurlijk is het aan te raden ook het goede te verbeteren en te bestendigen. Uiteindelijk zijn ‘goed’ en ‘fout’ twee zijden van dezelfde medaille. Ik maak zelf graag – als ik me voldoende bekwaam en zeker voel – bewust kleine foutjes om te zien hoe die uitpakken. Om de gevoeligheid en grenzen van het systeem te leren herkennen. Leren tussen de regels door!” Tot slot wil Jos Villevoye nog aan ons meegeven dat elke vorm van vooringenomenheid de doodsteek is voor een leerproces. ”Ik beweer altijd dat alle veiligheidsprofessionals – ikzelf incluis – diep van binnen ‘reddertjes’ zijn. De ‘redder’ is één van de rollen die de hoekpunten van de drama-driehoek van Karpman bezetten. De andere twee zijn de ‘aanklager’ en het ‘slachtoffer’. Probeer uit deze driehoek weg te blijven. Zorg dat je leven geen slechte soap opera wordt. Zolang je in deze disfunctionele omgeving gevangen zit, ben je meer bezig met de ‘pijn’ uit je verleden en minder met wat de tijd die vóór je ligt je nog te bieden heeft. Vul elkaar aan. Hoor elkaar. Zie elkaar. Vertel elkaar het verhaal achter de persoon. Welke lessen kunnen we elkaar meegeven? Iedereen kan book smart worden door boeken te lezen. Maar street smart word je vooral door te leven. Op die manier wordt leren uitdagender en leuker. En het leven trouwens ook.” Q
info– December 2020 nr. 4
13
Het dilemma Voor- en nadelen van verscherpt toezicht
Durven we fouten nog te delen? In deze rubriek reageren twee professionals op een geschetst dilemma. EĂŠn casus, twee invalshoeken. Anneke Witte van Bewuste Bouwers en Liesbeth Kroon van de Inspectie SZW nemen het eerste dilemma in de reeks voor hun rekening.
TEKST ORLY POLAK EN LYDIA LIJKENDIJK
De aanleiding
Wie is wie?
Toezichthouders nemen in toenemende mate hun toevlucht tot steeds zwaardere middelen om bedrijven en medewerkers in het gareel te houden. Wegen de voordelen van deze aanpak op tegen de eventuele nadelen? Wat doet deze werkwijze met een organisatie en de mensen die er werken? Durf je nog ergens verantwoordelijkheid voor te nemen?
Het dilemma Op het moment dat medewerkers strafrechtelijk worden vervolgd wegens nalatenschap en/of het maken van fouten, kan dit effect hebben op het durven delen van missers. Het niet durven delen van fouten vormt een obstakel om te leren en zodoende te voorkomen. De vraag is dan: wegen de voordelen van het verscherpte toezicht op tegen de nadelen? Houd hierbij bijvoorbeeld onderstaande casus in gedachten.
De casus Een fabriek stelt werknemers bloot aan kankerverwekkende stoffen. Het bedrijf wordt ervan verdacht nalatig te hebben gehandeld en medewerkers onvoldoende te hebben beschermd tegen de blootstelling aan gevaarlijke stoffen. De fabriek is op laste van het OM gesloten en wordt strafrechtelijk vervolgd. Het OM heeft de toenmalig operationeel directeur en de fabrieksmanager gearresteerd. Ook deze functionarissen wacht strafrechtelijke vervolging.
14
December 2020 nr. 4 –
info
Anneke Witte is vanuit Rijkswaterstaat gedetacheerd als directeur bij Bewuste Bouwers. Deze stichting van 36 (bouw)bedrijven en circa 65 projectdeelnemers wil incidenten op bouwplaatsen helpen verminderen. Samen met Bouwend Nederland en de overheid heeft de stichting een gedragscode ontwikkeld voor bouwplaatsen. Liesbeth Kroon werkt bij de Inspectie SZW, die toezicht houdt op arbeidsgerelateerde wet- en regelgeving. Daar is zij onder andere projectleider van de gedifferentieerde aanpak van ongevalsonderzoek. Deze aanpak is bedoeld om bedrijven te laten leren van ongevallen. De aanpak wordt eerst uitgetest en aangescherpt bij ongevallen met licht letsel.
Niet alleen de veiligheidsfunctionaris is van de veiligheid, alle medewerkers zijn van de veiligheid
Wat zijn de effecten van het verscherpt toezicht houden zoals dat nu gebeurt? “Bij Bewuste Bouwers sturen wij op houding en gedrag op de bouwplaats door te motiveren, inspireren en waarderen zonder dat er een strafsysteem aan vastzit. We willen op een enthousiaste manier zo veel mogelijk kennis delen. In de boardroom én op de werkvloer. Je kunt prachtige beleidsrapporten en governance codes schrijven, maar daarmee is veiligheid op de werkvloer nog niet geregeld. De werknemer op de bouwplaats die alleen Pools spreekt, bereik je daarmee niet. De bij ons aangesloten bedrijven krijgen auditors op bezoek, die de bedrijven toetsen op vijf pijlers: veiligheid, omgeving, milieu, vakmensen en de verzorging van de bouwplaats. Wij zijn geen inspecteurs, maar gaan het gesprek aan met de projectleider en het projectteam op de bouwplaats, op basis van wat we waarnemen. Als er iets niet in orde blijkt tijdens de audit, rapporteren we dit aan de projectleiders. Wij blijven in de adviserende sfeer en bieden hulp aan. In het ergste geval trekken we ons certificaat in, maar wij melden niks bij het OM. Het verbaast mij overigens niet dat het OM functionarissen persoonlijk vervolgt. Ik denk zelfs dat de werkvloer denkt: eindelijk! Op de werkvloer zijn mensen zich veel bewuster van risico’s waarmee ze zich geconfronteerd weten, maar waar ze machteloos tegenover staan. In de bouw bijvoorbeeld, heb je te maken met een bepaalde hiërarchie. Elkaar aanspreken gebeurt maar mondjesmaat. Zeker als mensen vrezen voor hun baan trekken ze niet zo snel aan de bel. Kijk naar het drama met de parkeergarage in Eindhoven. De problemen zijn daar wel gesignaleerd, maar niet opgepakt. Veel problemen komen voort uit menselijk handelen en zijn te voorkomen als je je verantwoordelijk voelt voor de ander. Niet alleen de veiligheidsfunctionaris is van de veiligheid, alle medewerkers zijn van de veiligheid. Ik denk dat het verscherpt toezicht een positief effect kan hebben. Want ik vind het ook werkelijk de verantwoordelijkheid van het management om te weten aan welke risico’s medewerkers worden blootgesteld. Of je medewer-
kers ook direct zou moeten vervolgen, weet ik niet. Misschien kun je het zoeken in verplichte cursussen, zoals wanneer je betrapt wordt op rijden onder invloed.” “Verscherpt toezicht heeft het effect dat verantwoordelijke personen straf krijgen. Straffen is een manier om zaken in bedrijven te verbeteren. Maar het is een manier, niet altijd dé manier. Daarom is de Inspectie per 1 oktober gestart met de gedifferentieerde aanpak van ongevalsonderzoek. Tot nu toe had de Inspectie een one size fits all-aanpak als sprake was van een meldingsplichtig ongeval. Dan deden we onderzoek in relatie tot de overtreden wet- en regelgeving. Als we de overtreding konden bewijzen, volgde er een ongevalsboeterapport, gericht op een sanctie voor de werkgever. Maar uit gedragswetenschappelijk onderzoek weten we dat straffen niet altijd de beste manier is om te leren. Welwillende werkgevers wil je bovendien niet altijd een boete opleggen, vaak zijn zij enorm geschrokken van het ongeval en willen zij omstandigheden of procedures graag verbeteren. Dat moeten we benutten om verandering op de werkplek voor elkaar te krijgen. Afhankelijk van het arbozorgsysteem van het bedrijf kunnen we als Inspectie, naast ongevalsonderzoek, ook een andere interventie inzetten met behulp van onze gedifferentieerde aanpak. We kunnen een werkgever bijvoorbeeld zelf een onderzoek laten doen: een werkgeverzelfrapportage met bijbehorend verbeterplan. Dat middel kunnen we inzetten als er gevaar voor herhaling is, of als processen beter moeten. Wat dat betreft is het gedragscodesysteem van Bewuste Bouwers heel mooi. Want dat sluit prima aan bij het arbozorgsysteem van een bedrijf. Het helpt ook het lerend vermogen van een bedrijf op te krikken, daar zijn wij voorstander van. Daarnaast kunnen we zelf een rondje door het bedrijf maken en concrete verbetermaatregelen opleggen. Ook beoordelen we altijd het arbozorgsysteem, waaronder de dynamische RI&E. Stelt een werkgever zijn werknemers willens en wetens bloot aan kankerverwekkende stoffen, dan is straf wel op zijn plaats. Als mensen wetten ontduiken en anderen in gevaar brengen, is straf nodig.”
info– December 2020 nr. 4
15
Welwillende werkgevers wil je niet altijd een boete opleggen, vaak zijn zij enorm geschrokken van het ongeval
Gedragen bedrijven en mensen zich hierdoor beter? “Als er ook daadwerkelijk sancties opgelegd worden, wel. Daarnaast kan een gedragscode zoals Bewuste Bouwers heeft van nut zijn aan de preventiekant, in risicobeheersing. En dan ook: de risico’s in de hele keten, van ontwerp via uitvoering tot sloop. Een glazen dak is prachtig. Maar als je de veiligheid van de glazenwasser niet kunt waarborgen, kun je beter een nieuw ontwerp maken. Wat wij veel zien, is dat alle aandacht uitgaat naar wat níet goed gaat op de bouwplaats. Er is weinig waardering voor wat wél goed gaat. Terwijl er heel complexe projecten worden uitgevoerd onder ingewikkelde omstandigheden. Daar hebben managers in kantoren weinig beeld bij en ook weinig begrip voor. Ik zie meer in het opleiden en coachen van mensen om gedragsverandering te bereiken. Kijk naar de petrochemische industrie, waar veiligheid een topprioriteit is. Er wordt opgeleid, getraind, mensen leren elkaar aanspreken, er wordt geobserveerd. Als je daar een kankerverwekkende coating aan laat brengen, zoals in de casus, blijft dat niet onopgemerkt.” “Tja, dit vind ik ook een gedragswetenschappelijk vraagstuk. Een gedragsverandering begint bij mensen te informeren. Daarnaast moeten ze ervan overtuigd raken dat gedragsverandering zin heeft. Bij sommige mensen krijg je gewenst gedrag niet voor elkaar, ook niet met een straf. Regelovertreding moet dan worden bestraft volgens de daarvoor vastgestelde beleidsregels. Ook ter genoegdoening van de slachtoffers. En om een (wettelijke) grens aan te geven van wat we echt niet accepteren.”
“Onder verscherpt toezicht versta ik niet alleen dat het OM op de stoep kan staan, maar ook het opleggen van heel hoge boetes. Geen strafrechtelijke, maar bestuursrechtelijke vervolging. Dan ontstaan weleens situaties dat de wet een bepaalde actie met een heel hoge sanctie bestraft, terwijl je die als inspecteur té hoog vindt in relatie tot wat er is gebeurd. Soms kan een straf hoog uitvallen, dat voelt dan niet rechtvaardig. De ervaring leert bovendien dat een bedrijf zich dan kan gaan richten op het verlagen of wegpoetsen van de boete. In plaats van op het leveren van inspanningen om de veiligheid en gezondheid in een bedrijf te vergroten.”
En verder? “Het zou goed zijn als de inspecteur je vriend was. Dat er niet alleen verscherpt toezicht is, maar ook advies om te verbeteren. De inspecteur is dan de verbinder naar verbetering.”
“Dat gaat mij te ver. De inspecteur houdt toezicht en is niet je vriend. Hij moet handhaven en veiliger en gezonder werken afdwingen.” Q
Welke nadelige gevolgen heeft deze aanpak? “Een nadeel van verscherpt toezicht is dat het mensenwerk is. Het is subjectief. Daarnaast heeft het verscherpt toezicht minder effect als het van tevoren wordt aangekondigd. Onze auditors komen soms ook langs als dat niet van tevoren is afgesproken. Dat zie je pas echt of het allemaal zo keurig gaat. Of medewerkers hun auto’s tot op het fietspad parkeren zodat er niemand meer langs kan. De verzorging rondom de bouwplaats zegt vaak ook iets over de kwaliteit van wat je maakt.”
16
December 2020 nr. 4 –
info
Anneke Witte, Bewuste Bouwers
Liesbeth Kroon, Inspectie SZW
De veiligheidsbril van Ed
De veiligheid van het 50+ brein
M
idden jaren negentig introduceerde brandweer Amsterdam de rol van Hoofdofficier van Dienst, Peter Vonk ging de psychologische keuring uitvoeren. Dat deed hij met een unieke test, namelijk één die de aangeboren competenties meet. Aangeleerde gedragingen kon hij er 100%
TEKST ED OOMES
uitfilteren. Dat heeft twee voordelen. In de eerste plaats ontdekken mensen waar ze echt blij van worden. Glimmend vertelde Peter over de hoofdagent die na zijn test banketbakker was geworden. Het tweede voordeel gaat over je ontwikkelcapaciteit in het werk. Iemand die goed bij een functie past kan een uitblinker in het vak worden. Als je echter voor sommige vaardigheden moet compenseren, zal je nooit je potentieel volledig waarmaken en niet echt gelukkig worden in je baan. En dat was toch wel het doel van werken, zei Peter: er gelukkig van worden. Als kersvers veiligheidskundige zag ik nog een aandachtspunt: iedereen die moet compenseren om zijn normale werk te verrichten, zal mogelijk tekortschieten in afwijkende situaties. Dat komt de veiligheid niet ten goede, omdat je dan sneller buiten het bereik van je capaciteiten komt en er gaten in je systeem vallen. De rek is er dan gewoon uit. In haar boek over het 50+ brein noemt Margriet Sitskoorn dit de cognitieve-reservetheorie. Dat lijkt misschien een hele grote stap vanaf het meten van competenties. Maar hij is kleiner dan het lijkt. Als eigenaar van een 50+ brein was het me namelijk opgevallen dat er af en toe wat steekjes beginnen te vallen. Nieuwe dingen twee keer lezen, in plaats van het in één keer begrijpen. Effe iets dichter op de monitor hangen om alle visuele informatie goed te kunnen verwerken. Vaker iets opschrijven om het niet te vergeten, waar ik vroeger moeiteloos alles kon onthouden. Compensatiegedrag, volgens Sitskoorn. En daar is volgens haar niks mis mee, als je maar genoeg cognitieve reserve hebt. “Hoe beter je je vaardigheden ontwikkelt, des te meer opvangcapaciteit je hebt en des te langer het zal duren voor er problemen ontstaan.” Blijf jezelf cognitief uitdagen, gaat ze opgewekt verder, dan kun je nog heel lang mee. Ik zag het beeld voor me van mijn zoontje op jonge leeftijd, die met zijn kleine kluifjes acht toetsen tegelijk kon bewegen om raceauto’s te besturen in computergames. En dan had-ie nog twee vingers achter de hand had voor onverwachte gebeurtenissen. Daar kon ik met mijn tweevingersysteem absoluut niet tegen op. Ik vroeg me daardoor af wat het 50+ brein betekent voor de veiligheid van installaties en systemen. Die worden bestuurd door mensen die geacht worden allemaal hetzelfde te kunnen. Maar als Sitskoorn zegt dat ouderen minder visuele informatie waarnemen en daardoor slechter reageren, is er misschien wel iets aan de hand. “Dit kan tot gevaarlijke situaties leiden, bijvoorbeeld tijdens het autorijden.” Gelukkig leidt ook schrijven volgens haar tot het vergroten van je cognitieve reserves. Dus ik compenseer lekker door, onder andere met deze column. Mij zullen ze niet hebben.
info– December 2020 nr. 4
17
Onderzoek
Wie is de veiligheidsprofessional?
Playing safe Ik moet iets bekennen. Wanneer mensen me op een feestje vragen wat voor werk ik doe, antwoord ik meestal dat ik voor die en die organisatie werk. Of in die bepaalde sector. Dringt men aan, dan beken ik wellicht dat ik werk met procesveiligheid. Maar slechts zeer zelden geeft ik prijs dat ik een veiligheidsprofessional ben. TEKST KATRINA GRAY
I
k ben bang dat als ik me voorstel als een veiligheidsprofessional, anderen me op een bepaalde manier zullen beoordelen. En waarschijnlijk niet positief, als ik de literatuur mag geloven. Termen als ‘regelneef’, ‘bureaucraat’ en ‘spelbederver’ zijn in Australië gangbare termen om veiligheidsprofessionals te beschrijven. En laat dat nu net niet de indruk zijn die ik wil achterlaten … Daarnaast heb ik het gevoel dat wat anderen vinden over wie veiligheidsprofessionals zijn en wat ze doen, niet klopt
18
December 2020 nr. 4 –
info
met hoe ik mezelf zie en wat ik graag doe. Toen ik veiligheidskundige werd, veranderden de verwachtingen die anderen van me hadden. Plotseling werd er van me verwacht dat ik altijd ‘veilige’ keuzes zou maken, zowel in als buiten mijn werk. Maar in tegenstelling tot het stereotype, houd ik juist van spannende belevenissen. Van activiteiten die de meeste mensen misschien niet direct in verband brengen met ‘veilig’: vliegen, duiken of een beetje rondscheuren. Tegelijkertijd vroeg ik me af hoe werkelijkheidsgetrouw het stereotype eigenlijk was. Dat veiligheidsprofessionals
in hun vrije tijd motorrijden, duiken of hanggliden leek me de gewoonste zaak van de wereld. Tegelijkertijd nam ik waar dat beoefenaars van deze activiteiten op hun werk regels handhaven (of zelfs opstellen) die velen als ‘veiligheidsgekte’ beschouwen. Onderzoek richt zich meestal op wat veiligheidsprofessionals doen in hun vakmatige rol. Er zijn nauwelijks studies die kijken naar wie veiligheidsprofessionals zijn, naar hun identiteit. De etiketten die men erop plakt, helpen niet. Want die zeggen niets over hoe veiligheidsprofessionals zichzelf zien. Daarom gebruikte ik vrijetijdsbesteding als een perspectief voor identiteit, met twee onderzoeksvragen: 1. Is er daadwerkelijk een verschil tussen het aandeel veiligheidsprofessionals dat aan risicovolle vrijetijdsactiviteiten doet, in vergelijking met de rest van de Australische bevolking die dezelfde activiteiten beoefent? 2. Is er een verschil tussen veiligheidsprofessionals en anderen in hoe ze het risico van deze activiteiten presenteren en wat dit wellicht zegt over hun identiteit?
Enquête Om de eerste vraag te beantwoorden vroeg ik aan 576 Australische volwassenen (onder wie 305 veiligheidsprofessionals) naar hun deelname aan risicovolle activiteiten. Het bepalen van gevaarlijke vrijetijdsbesteding is trouwens helemaal nog niet zo eenvoudig. De Australische statistieken over letsels en fataliteiten zijn incompleet of lenen zich niet voor vergelijking. Zelfs als er data beschikbaar zijn, dan is er nog geen maatstaf om te bepalen wanneer iets risicovol is. (Want het kan zomaar zijn dat een activiteit op basis van dezelfde statistieken in het ene onderzoek als risicovol wordt gezien en in het andere als het
tegenovergestelde.) Daarom begon mijn onderzoek met het definiëren van een aantal activiteiten die men gewoonlijk als risicovol beschouwt (zie tabel 1). Deelnemers gaven onder andere aan of ze deze activiteiten beoefenen. De resultaten van deze enquête waren opmerkelijk – en in tegenspraak met het stereotype van veiligheidsprofessionals. Degenen die de enquête beantwoordden namen bijna twee keer zo vaak als anderen deel aan een van de risicovolle activiteiten, rekening houdend met demografische factoren.
Interviews Ik wist dat er een mogelijkheid was dat veiligheidsprofessionals aan risicovolle activiteiten zouden doen, zelfs meer dan anderen. Wat me verraste was de grootte van het verschil (zie tabel 2). Verschillende checks (door een onafhankelijke persoon en mijzelf) bevestigden de resultaten. Daar zit je dan. Deze veiligheidsprofessionals waren niet zo risicomijdend als het stereotype suggereert. Maar hoe zien veiligheidsprofessionals zichzelf dan in verhouding tot het nemen van deze risico’s? En hoe lossen ze conflicten op (of laten die onopgelost) tussen hoe zij zichzelf zien en de verwachting van anderen? Hiervoor was een diepere kwalitatieve benadering nodig door middel van interviews. Laat ik benadrukken dat mijn interesse niet uitging naar hoe mensen risico’s beleven en ook niet naar hoe ze risicobesluiten nemen. Ik was vooral geïnteresseerd in hoe de geïnterviewden de risico’s van hun activiteiten achteraf presenteerden. En in hoe dit mogelijk iets over hun identiteit zegt. Afgaande op theorieën van sociale identiteit en cognitieve dissonantie en de belangrijke rol die veiligheidsprofessio-
info– December 2020 nr. 4
19
Vliegen/Zweefvliegen
Skiën/snowboarden (off-piste, moeilijk terrein, helicopter, freestyle)
Hanggliden
Snowkiten/speedflyen
Paragliden
Motorrijden
Skydiven/Parachutespringen
Racen (motor, auto, paard)
Bungeejumpen
Klimmen (rotsen, ijs, gletsjerspleten)
Big Wave-surfen
Bergbeklimmen
Kitesurfen
Grotverkenning
Kajakken/Kanoën (wildwater)
Paardrijden
Duiken
Trekking
Boksen/Vechtsporten beoefenen
Rodeo/campdrafting (paard en ruiter die met vee werken)
Tabel 1 – Risicovolle activiteiten
nals hebben binnen organisaties om de juiste risicokeuzes te maken, vermoedde ik dat veiligheidsprofessionals meer waarde zouden hechten aan rationaliteit dan anderen. In dit geval zouden de inspanningen om een positief zelfbeeld in stand te houden kunnen resulteren in verschillen tussen hoe veiligheidsprofessionals en anderen praten over het nemen van risico’s bij activiteiten in de vrije tijd. In totaal interviewde ik elf paar veiligheidsprofessionals en andere Australiërs die aan risicovolle activiteiten doen – motorrijders, paardrijders, snowboarders en duikers. Aan elk van hen stelde ik dezelfde open vragen over hun achtergrond, de gevaren en de risico’s van hun activiteiten. Sommige vragen gaven de geïnterviewden de gelegenheid om de risico’s op een bepaalde manier te presenteren. Terwijl andere vragen met opzet waren opgesteld om de geïnterviewden aan hun beroepsidentiteit te herinneren. Hiermee werd een mogelijke setting voor identiteitsconflicten gecreëerd.
Identiteiten sturen De interviews onthulden dat de veiligheidsprofessionals inderdaad erkennen dat anderen hun deelname aan risicovolle activiteiten als ‘onverenigbaar’ kunnen zien met hun beroep. Hun verhaal gaf interessante inzichten in hoe ze zichzelf zagen en hoe ze hun identiteit stuurden. Uit de interviews bleek bovendien dat veiligheidsprofessionals niet simpelweg hun identiteiten gescheiden houden (ik zeg simpelweg, maar het in stand houden van verschillende identiteiten is eigenlijk ongelooflijk moeilijk en stressvol). In plaats daarvan benadrukten veiligheidsprofessionals de vaardigheden en kwaliteiten die ze gebruikten bij het doen van hun werk. En hoe ze die meenamen naar hun hobby’s en andere aspecten van hun privéleven. Sommige geïnterviewden slaagden er zelfs in hun verschillende identiteiten zo goed te integreren dat ze er zelf moeite mee hadden om
Wald Ȥ2
ze te onderscheiden. Dachten zij over risico’s na en gedroegen zij zich zoals ze zich gedroegen omdat ze veiligheidsprofessionals zijn? Of waren zij veiligheidsprofessionals door hoe ze dachten over risico’s en hoe ze zich gedroegen? Ze waren er niet helemaal zeker van. Zelfstereotypering Velen deden aan zelfstereotypering. Ze benadrukten de kenmerken van een archetypische veiligheidsprofessional waarvan ze zelf aangaven dat ze die bezaten. Bijvoorbeeld dat men een natuurlijke risicomanager is, nauwgezet is, behoefte heeft aan structuur, systematisch is en risicomijdend. Dit zijn kenmerken die anderen vaak als negatief zien. Hier worden ze echter op een positieve manier geïnterpreteerd. En wel op zo’n manier dat ze de samenhang vergemakkelijkten tussen hun identiteit als veiligheidsprofessional en hun deelname aan risicovolle activiteiten. Neem bijvoorbeeld dat risicomijdend zijn. Wanneer anderen dit gebruiken in de context van hoe zij de veiligheidspraktijk beleven, bedoelen ze vaak een lastige risicomijdende benadering. Een ‘inherent risicomijdende motorliefhebber’ is een oxymoron: die bestaat niet. Wanneer het begrip risicomijdend werd gebruikt in de interviews, gaven veiligheidsprofessionals er een nieuwe betekenis aan. Dan beschreven zij niet of iemand wel of niet bereid was met risico om te gaan. Het werd gebruikt om de manier van risicomanagement te beschrijven – als een overwogen en beheerste benadering. Door deze herinterpretatie kunnen veiligheidsprofessionals risicovermijding als een eigenschap aannemen die het nemen van risico’s juist bevordert in plaats van afremt. Risicomijdend wordt dan een positief element van het zelfconcept van de veiligheidsprofessional. Een element dat helpt om de beroepsidentiteit en de identiteit als deelnemer in een risicovolle activiteit in samenspraak met elkaar te brengen. Op die manier bezien klinkt
p
Odds Ratio (Exp (ȕ))
95% Confidence Interval Lower
Leeftijdsgroep Geslacht Geboren in Australië Hoogst genoten opleiding Jaarlijkse persoonlijk inkomensgroep Status als ‘veiligheidsprofessional’
5.165 6.765 1.393 0.621 1.707 14.187
0.023 0.009 0.238 0.431 0.191 <0.001
0.832 0.613 0.779 0.944 1.090 1.970
Upper 0.710 0.424 0.514 0.818 0.958 1.384
Tabel 2 – Binomiale logistische regressie om deelname in een of meer risicovolle activiteiten te voorspellen
20
December 2020 nr. 4 –
info
0.975 0.886 1.180 1.089 1.239 2.804
Management van identiteit
• Presentatie van baan, functie en rol (bijv. ik ben, ik werk als, ik werk voor) • Zelf-stereotyperen • Gebruik van strategieën om identiteit te managen: o separatie van identiteiten o meer of minder waarde geven aan identiteiten o herdefiniëren van in- en uit-groepen o benadrukken van positieve aspecten van hun professionele rol of het overdragen van vaardigheden o herinterpreteren van negatieve aspecten of van hun professionele rol
Waarde gehecht aan rationaliteit
• Presentatie van keuze om deel te nemen (bijv. rationeel besluit, organisch proces) • Inspanning om te betogen dat de activiteit gevaarlijk/niet gevaarlijk is • Soorten bewijs gebruikt om argument te onderbouwen (bijv. ongevallenstatistiek)
Rationalisatie risico
• Gebruik van strategieën voor rationalisatie: o activiteit als het ‘minste kwaad’ o nadruk op voordelen o individuele vaardigheid om risico te beheersen o veilige uitrusting, zelfopgelegde regels en praktijken o soorten gebeurtenissen die niet relevant zijn • Vermijden over risico’s na te denken
Risico als dimensie van identiteit
• Presentatie van risico, zichzelf en anderen in verhalen over incidenten • Het geven van schuld in verhalen over incidenten
Tabel 3 – Samenvatting interviews
het wél logisch dat iemand zichzelf beschrijft als risicomijdend en tegelijkertijd als een gepassioneerd motorrijder. Andere kenmerken van ‘typische’ veiligheidsprofessionals werden op vergelijkbare wijze gereconstrueerd. Herdefiniëren in- en uit-groepen Veel veiligheidsprofessionals bewaarden hun identiteiten door zich uitsluitend te identificeren met bepaalde groepen veiligheidsprofessionals en bepaalde deelnemers aan risicovolle activiteiten. Of anders gezegd: door het herdefiniëren van hun in- en uit-groepen. In plaats van zich te identificeren met alle veiligheidsprofessionals of allen die aan een activiteit deelnemen, benadrukten ze liever deel te zijn van een kleinere subgroep binnen deze groepen. Deze subgroep onderscheidden ze uitdrukkelijk van andere subgroepen. Bijvoorbeeld: “Ja, ik ben een veiligheidsprofessional, maar ik ben niet een van die (regelneukende) veiligheidsprofessionals”. Of: “Ja, ik ben een motorrijder, maar niet een van die ‘zondagsrijders’.” Risico’s anders bespreken Daarnaast bespraken veiligheidsprofessionals de risico’s van hun activiteiten op een andere manier dan de andere geïnterviewden. De verschillen zijn mogelijk te verklaren doordat veiligheidsprofessionals zichzelf als natuurlijke risicomanagers zien – wat hun kwalificeert om aan risicovolle activiteiten deel te nemen binnen hun eigen persoonlijke begrenzingen. Ten eerste waren veiligheidsprofessionals eerder geneigd te focusseren op risicomanagement en beheersing van de risicovolle aspecten van hun hobby’s dan de andere geïnterviewden. In vergelijking tot anderen leidden veiligheidsprofessionals de discussie in de richting van hoe ze de risico’s beoordeelden en beheersten. Vaak gaven zij daarbij een gedetailleerde en grondige beschrijving van maatregelen. Ten tweede distantieerden veiligheidsprofessionals zich meer van ongevallen en van diegenen die ze als ongevalgevoelig beschouwden. Verder kwamen veiligheidsprofessionals met verhalen over (bijna-)ongevallen die als bevestiging dienden van de effecti-
viteit van hun risicobeheersing. Dit in tegenstelling tot de verhalen van andere geïnterviewden die juist meer tot voorzichtigheid opriepen. Deze aparte manieren waarop veiligheidsprofessionals de risico’s van hun activiteiten bespraken, waren waarschijnlijk noodzakelijk om hen te helpen hun identiteiten als bekwame en competente risicomanagers te behouden en te bevestigen. Het is natuurlijk ook mogelijk dat veiligheidsprofessionals inderdaad beter zijn in het beheersen van de risico’s van hun activiteiten dan anderen, maar dit viel buiten het kader van mijn onderzoek.
Hoe verder? Identiteit is belangrijk. Niet alleen in termen van hoe we over onszelf denken, maar ook in hoe dit ons gedrag stuurt. We kunnen denken dat we simpelweg voorkeuren hebben, maar onze identiteiten spelen een belangrijke rol in de dingen die we doen. Ben ik het type persoon dat voor een hamburger kiest of liever voor een salade? Het type dat tattoos laat zetten? De soort persoon die herbruikbare tassen meeneemt naar de supermarkt? Een persoon die fysiek aan het werk gaat? Een persoon die zich om anderen bekommert? Mensen in uiteenlopende beroepen hebben sterke professionele identiteiten die hun gedrag leiden. Waar het hun werk betreft zijn veiligheidsprofessionals niet zeker over wat ze eigenlijk doen, laat staan over wie ze zijn. Om ervoor te zorgen dat veiligheidsprofessionals respect van de maatschappij (of zelfs van elkaar) krijgen, is het noodzakelijk om gezamenlijke normen en waarden tot stand te brengen die een fundament kunnen vormen voor een professionele identiteit. Het zou een goed begin zijn om te ontdekken wie we zijn. Uiteindelijk kijk ik uit naar de dag waarop ik tegen een wildvreemde kan zeggen dat ik een veiligheidsprofessional ben. Q Katrina Gray werkt met procesveiligheid. Ze studeerde onlangs af aan de Griffith University, Brisbane, Australië.
info– December 2020 nr. 4
21
Veilig gedrag Veiligheid van A tot Z
Frank Guldenmunds Het is een vast onderdeel in Veiligheidsnieuws, het vakblad van onze Zuiderburen van Prebes: het ‘Welzijnsalfabet’. Aan de hand van de letters van het alfabet geeft een auteur zijn visie op veiligheid en alles wat daarmee samenhangt. Wordt dit misschien ook een traditie in NVVKinfo? Wij hopen in ieder geval dat dit alfabet inspireert, relativeert en amuseert. TEKST FRANK GULDENMUND
Afdwalen – Wist u dat de meeste mensen gemiddeld 47 procent van hun tijd onbedoeld in gedachten met iets anders bezig zijn dan met wat zij op dat moment doen? Dus bijna de helft van de tijd bent u niet met uw werk bezig, of met autorijden, of met vliegeren, ik noem maar wat. Wij dwalen in gedachten af naar … ja, naar wat eigenlijk? Het zijn vaak problemen, kwesties, frustraties, onopgelost zeer, kortom: gedoe. Als wij bedoeld afdwalen heet dit dagdromen. Dat is veel leuker. Wat betekent afdwalen voor veiligheid? Daar weten wij nog maar weinig vanaf.
Bloempjes van Catharina – Dit is een heel mooie en waarschijnlijk herkenbare metafoor. Het verhaal gaat dat Catharina de Grote een soldaat postte bij een bloem in haar tuin, om deze te beschermen. Waarna de ene soldaat de ander afloste, en de ander, en de ander. Tot in lengte van jaren, ook toen er geen bloem meer te vertrappen viel. Waarom? Ja, dat wist niemand, maar ‘wij doen dit al jaren, dus het zal wel ergens goed voor zijn’. Klinkt bekend?
Consequentie – Gedrag heeft consequenties, maar er gaat ook iets aan vooraf. Ziehier het ABC-model van onze BBS-profeten (BehaviorBased Safety). Mensen reageren op prikkels (van buiten). Maar koppel je daar een beloning (of straf, maar dat liever niet) aan, dan versterk je (of verzwak je, bij straf) dit gedrag. Ogenschijnlijk simpel? Het werkt. Vooral bij dieren, zoals bij deze tortelduifjes, die zowaar kunstkenners werden (kijk op https://bit.ly/2Jq7tsq).
22
December 2020 nr. 4 –
info
Dialoog – Ik kan het niet genoeg benadrukken: alleen met een respectvolle dialoog komen wij samen verder (zie ook O – OMA). Alleen met een goede dialoog kunnen wij samen tot een gedeeld begrip van ‘vage termen’ komen. De Griekse filosoof Socrates ging de dialoog aan met de mensen op straat – U zegt moedig te zijn, maar wat is dat dan? Ik zeg – Wat is ‘veiligheid’? Wat is ‘cultuur’? Wat is ‘gedrag’? (zie T – Taal).
ETTO (Efficiency-Thoroughness Trade-Off) – Doe het veilig of doe het niet – het klinkt leuk. Maar als puntje bij paaltje komt, ligt de zaak doorgaans ingewikkelder. Er zijn mensen die beweren dat als alles volgens de regels zou moeten gebeuren, de maatschappij knarsend tot stilstand komt. Zo ver wil ik niet gaan, maar soms moet er wat water bij de veiligheidswijn, ook al is het Château Lafite. We doen het niet van harte, maar we doen het toch. Om tijdwinst te boeken, omwille van de productie, of gewoonweg omdat het niet anders kan. Wij ETTO’en dagelijks wat af, let er maar eens op!
Fout – Het klinkt misschien vreemd, maar een fout is pas een fout als-ie gemaakt is. Afgezien van saboteurs maakt niemand willens en wetens fouten. Op zoek gaan naar de schuldige lijkt daarom eerder een zoektocht naar een zondebok. Zondebokken lopen overal vrij rond en het jachtseizoen is snel geopend na een ongeval.
veiligheidsalfabet
Gatenkaas – Wie kent het niet, het Gatenkaas-model van James Reason. Het is nog steeds razend populair. In de zorg, in de luchtvaart, onder ingenieurs. Eén beperking ervan is dat je met dit model voornamelijk terugkijkt, dus wanneer het ongeval al heeft plaatsgevonden. Vooruitkijkend zien wij zelden gaten, laat staan een ongeval. Vooruitkijkend hebben wij uitsluitend de beschikking over het Kaasfondue-model, ook bekend als het Koffiedik-model, en lijden wij onder de gokkersdenkfout (zie R – Roulette).
Hoog betrouwbaar organiseren of HRO – Het glas is halfvol, of halfleeg. Je komt beide types tegen in Veiligheidsland. Voor mensen die HRO bedrijven, is het glas halfvol. Want als je hoog-betrouwbaar organiseert, heb je minder ongevallen, zeggen ze. Kijk maar naar vliegdekschepen, verkeerstorens. Grote ongevallen zijn te voorkomen als je aan HRO doet.
Interessant – Als een Engelsman That’s very interesting zegt, moet je oppassen. Dan ben je waarschijnlijk boring. Engelsen weten dan dat zij naar een ander onderwerp moeten overschakelen. Of hun mond houden. Als je dat tegen een veiligheidskundige zegt (voor psychologen geldt hetzelfde, hoor!), gaat de spreker onverdroten verder. Wij moeten een dergelijke uitdrukking in het Nederlands invoeren – Dat is werkelijk mateloos interessant wat je daar vertelt.
Just culture – Sommige organisaties gaan op zoek naar een zondebok als hen een ongeval overkomt. Er is altijd wel iemand te vinden die iets wel of niet heeft gedaan, of misschien verkeerd heeft gedaan. Bingo! – zeggen zij dan. Het gevolg is dat mensen hun vermeende fouten gaan verhullen. Maar daarvan kun je niet leren. In een ‘Just culture’ mogen mensen fouten maken en er gewoon voor uitkomen. Dat is veel leerzamer dan zondebokken schieten.
Kahneman – Dit is waarachtig de eerste psycholoog die een Nobelprijs won. Mensen zijn irrationeel in hun beslissingen, maar er zit wel systeem in, zo verklaarde hij. Vooral als het op getallen aankomt, of logica, blijken mensen keer op keer irrationeel. Dat komt omdat hun
systeem II uitstaat, dat juist heel goed in dit soort zaken is. Systeem I staat wel altijd aan, maar kan niet rekenen. Dit systeem overziet het grote plaatje, maar is onderhevig aan allerlei vertekeningen. Het is systematisch irrationeel.
‘Laat 1000 bloemen bloeien’ – Dit is helaas ook een spreuk van Mao Zedong, maar ik vind ‘m toch heel mooi. Uit HRO kennen wij de uitdrukking requisite variety – broodnodige variatie. Geen onverklaarde variatie (zie V – variantie), maar de variatie in expertise die nodig is om adequaat om te gaan met onverwachte gebeurtenissen. Soms weet de vijfde werktuigkundige meer dan de hoofdwerktuigkundige. Dan moet de kennis van die vijfde werktuigkundige leidend zijn. ‘Bij HRO is dat zo’, zeggen de voorstanders. ‘Ga maar kijken op vliegdekschepen.’
Mythen – De veiligheidskunde staat er inmiddels bol van. Zo denken sommige mensen nog steeds dat wanneer je de leuning maar stevig vasthoudt, er geen rampen kunnen gebeuren. Was het maar waar. De veiligheidskunde is jong en wij moeten nog veel mythen rond veiligheid ontmaskeren. Soms de leuning vasthouden kan helemaal geen kwaad, maar doe er niet zo ver-schrik-ke-lijk krampachtig over. Richt je liever op rampen.
Nudges – Als ik het woord ‘nudge’ hoor, moet ik steevast denken aan Eric Idle in een bekende Monty Python-scène: ‘Nudge, nudge, wink, wink, say no more’. Nudges zijn ook (denkbeeldig) lichte duwtjes in de rug van mensen waardoor een bepaalde keuze waarschijnlijker wordt. Geef mensen kleinere borden en zij eten minder. Maak van traptreden een piano en meer mensen nemen vervolgens de trap. Let op, een nudge is geen douw of een gedwongen keuze, daarom kunnen ze zo effectief zijn.
OMA – Dit is een acroniem uit de communicatiehoek waar veel mensen hun voordeel mee kunnen doen. Het sleutelwoord is ‘luisteren’, want dat moet je nu eenmaal om een ander te kunnen begrijpen. Maar veel mensen ventileren graag hun eigen Opvattingen, of hebben hun Mening klaar over wat de ander zegt. Soms wordt de spreker opgezadeld met goedbedoelde, dat dan weer wel, Adviezen. Laat OMA toch een keer thuis en luister gewoon!
info– December 2020 nr. 4
23
Psychologie – Toen ik ongeveer 30 jaar geleden het werkveld van de veiligheid betrad, kon ik beter verzwijgen dat ik psycholoog was. De pek en veren stonden al gereed. Vandaag zijn psychologen niet meer weg te denken uit de veiligheidswereld en volgens mij is het er in de tussentijd niet onveiliger op geworden. Wel complexer. Want psychologen kunnen heel moeilijk doen over ogenschijnlijk makkelijke zaken.
Querulant – Het kan aan mij liggen, maar ik heb de indruk dat veel veiligheidskundigen het conflict niet schuwen. Er bestaan zelfs heuse kampen met voor- en tegenstanders en een boven- en onderliggende partij. Ik noem geen namen. Zonder wrijving geen glans, is het verweer. Of deze: onder druk wordt alles vloeibaar. Laat ik u uit de droom helpen: héél veel wrijving blijft zonder glans, en ik heb héél veel zaken toch liever in vaste vorm. Ik opteer daarom voor de 1000 bloemen (zie L – Laat 1000 bloemen).
24
December 2020 nr. 4 –
info
Roulette – Op 18 augustus 1913 viel in het casino van Monte Carlo het balletje 26 keer op zwart. Na iedere volgende keer zwart gingen mensen meer inzetten op rood. Hun Systeem II stond weer eens niet aan. 26 keer achter elkaar zwart is uiteraard heel onwaarschijnlijk. Maar de kans op zwart blijft iedere keer 50 procent, niet meer en niet minder. Wij noemen dit fenomeen tegenwoordig de Monte Carlo- of gokkersdenkfout (zie K – Kahneman).
Systeemdenken – Langzaamaan dringt het systeemdenken de veiligheidskunde binnen. Het is de omslag in het denken; bijvoorbeeld, in het denken aan een schaakbord met losse stukken naar een complexe machine met grote en kleine raderen. Handelingen hangen met elkaar samen, hoe klein het radertje ook is. Ongevallen staan niet op zichzelf (zie J – Just culture). En mensen zijn bovendien geen pionnen en voegen variantie toe (zie E – ETTO).
Variantie – Als we naar het resultaat van een bepaald proces kijken, dan is er altijd sprake van variantie, temeer als mensen onderdeel uitmaken van dit proces (zie E – ETTO). Sommige variantie is verklaarbaar en inherent aan het proces, andere niet. Zoeken naar onverklaarbare variantie is zo gek nog niet als wij het over veiligheid hebben. Ik bedoel uiteraard niet: op zoek naar één persoon die verantwoordelijk is voor de onverklaarde variantie. Ik bedoel: wat maakt dat dit proces zoveel ‘onverklaarde variantie’ oplevert?
Waarheid – ‘Iedereen heeft zijn eigen waarheid’, hoor ik mensen soms zeggen. Of: ‘De wetenschap is ook maar een mening’. Wat dit laatste aangaat: dat is helemaal waar, maar wel op ‘gepaste wijze’ onderzocht en onderbouwd en, als het goed is, door vakgenoten gewogen en deugdelijk bevonden. Wat het eerste betreft: zullen wij in het vervolg spreken over ‘Iedereen heeft zijn eigen werkelijkheid’?
Xantippe was de vrouw van Socrates – En zij werd af en toe een beetje moe van hem. Hebben sommige echtgenotes/echtgenoten dat ook met ‘hun’ veiligheidskundige thuis? Of medewerkers op de werkvloer met de afdeling veiligheid? (zie D – Dialoog en O – OMA).
‘Yesterday, all my troubles seemed so far away’ – Dit liedje is niet erg populair onder mensen werkzaam in Veiligheidsland. ‘Accidents will happen’ al helemaal niet. Zij zingen liever uit volle borst mee met ‘We are the champions’. Zo heeft ieder beroep zijn eigen lijflied. ‘The long and winding road’ is trouwens een goeie voor veiligheidskundigen. Wij hebben wat veiligheid betreft namelijk nog een behoorlijk lange weg te gaan.
Taal – Taal heeft de mensheid gebracht waar zij nu is. Zonder taal geen vooruitgang, vrees ik. Maar taal is niet eenduidig. Misschien daarom hebben wij daarnaast wiskunde ontwikkeld. De woorden ‘cultuur’, ‘gedrag’ of ‘veiligheid’ roepen bij mij vele betekenissen op. Hebben wij het wel over hetzelfde als wij over cultuur praten, of over gedrag, of over veiligheid? (Zie D – Dialoog).
Ui-model – Sommige mensen maken graag gebruik van metaforen. Een concrete metafoor helpt ons een abstract concept beter te begrijpen. De ui wordt vaak ingezet als wij het over cultuur hebben. Het is een meerlaags concept, met een zichtbare buitenkant, en een onzichtbare binnenkant. Om een cultuur te doorgronden, moet je die ui uiteindelijk pellen. Maar het is om te huilen hoe sommigen een veiligheidscultuur afpellen en daarna platslaan. Want cultuur pellen is toch écht specialistisch werk.
Zimbardo – Hij is inmiddels van zijn voetstuk gevallen, maar hij maakte wat mij betreft een interessant punt met zijn Stanford Prison experiment. Trek mensen een uniform aan en zij gaan zich ernaar misdragen. Dit is dus een valkuil waar wij ons van bewust moeten zijn. Wees daarom zelfkritisch en kijk regelmatig in de spiegel. De veiligheid, wat dat ook zijn mag, is er hoogstwaarschijnlijk bij gebaat. Q Frank Guldenmund is psycholoog en bijna 30 jaar werkzaam bij de sectie veiligheidskunde van de Technische Universiteit Delft. Hij is daarnaast actief bij de Nederlandse Vereniging voor Veiligheidskunde (NVVK) als bestuurslid, voorzitter van de congrescommissie en redacteur bij NVVKinfo.
Geïnspireerd geraakt? Wilt u ook een veiligheidsalfabet opstellen? Laat het ons weten, de redactie van NVVKinfo verwelkomt kopij van alle leden.
info– December 2020 nr. 4
25
HET
NVVK Kennisportal
BETROUWBARE VAKINFORMATIE VAN DESKUNDIGE AUTEURS!
www.veiligheidskunde.nl Inloggen kan op de website via MijnNVVK
Mentale valkuilen
Self-serving bias Self-serving bias is een term uit de sociale psychologie die deel uitmaakt van de attributietheorie. Deze theorie heeft betrekking op de manier waarop mensen het gedrag van zichzelf en anderen verklaren in termen van oorzaak en gevolg. TEKST DIRK DE KNECHT
D
e self-serving bias houdt in dat mensen hun succes vooral aan hun eigen capaciteiten of talenten toeschrijven (interne attributie). Goed examen? Tuurlijk, ik ben slim/kan goed leren. Terwijl ze hun falen meer toeschrijven aan de omstandigheden of fouten van anderen (externe attributie). Aan die fouten kunnen ze, met andere woorden, niets doen. Dan waren de vragen slecht geformuleerd of er was een hoop herrie op straat. Een schoolvoorbeeld van de self-serving bias is de corona-aanpak van president Trump. Hijzelf heeft uiteraard fantastische medicijnen laten ontwikkelen. Maar de oorzaak van alle ellende? Die ligt natuurlijk bij de Chinezen. De self-serving bias gaat ook op voor hoe hij alles in de pers per definitie wegzet als fake news. En voor hoe hij zijn herstel toeschrijft aan zijn sterke gestel. Het attributie-effect is ook te zien als we een groep mensen vragen om een inschatting van hun capaciteiten voor het verrichten van een specifieke taak (bijv. autorijden) ten opzichte van die van anderen. Een meerderheid zegt over ‘bovengemiddelde’ capaciteiten te beschikken. Statistisch gezien is dat vrijwel onhaalbaar. Sommige mensen maken – meestal onbewust – gebruik van externe attributie, door van tevoren de situatie zo
in te kleden dat die later als excuus te gebruiken is. Haalt een leerling die te weinig tijd aan zijn schoolwerk heeft besteed toch een voldoende voor een test? Dan zal hij dit (bevooroordeeld) toeschrijven aan zijn intelligentie. Haalt hij een onvoldoende? Dan wijst hij op het gebrek aan voorbereiding, zodat het niet aan zijn intelligentie kan liggen. In het veiligheidsterrein zien we de self-serving bias vaak terug na een ongeval. Het slachtoffer zelf wijt dit doorgaans aan de werkomstandigheden; het management aan het onveilige gedrag van het slachtoffer. Dat laatste om bewust of onbewust maar niet kritisch te hoeven kijken naar de middelen en de organisatie van het werk. Daarmee vormt de self-serving bias een obstakel voor het ‘leren van fouten’ en het structureel verbeteren van de veiligheid. Het staat immers een objectief en uitgebreid onderzoek naar de oorzaak in de weg.
Wat is ertegen te doen? De veiligheidskundige, manager of toezichthouder kan door een zeer grondige ongevalsanalyse proberen er iets aan te doen. Hij doet dit door te kijken naar alle aspecten die een rol kunnen spelen: techniek, organisatie, gedrag, historie en cultuur. Hier komt vooral het belang van goed (persoonlijk) leiderschap om de hoek kijken, gericht op respect, eerlijkheid
en uitstekend luistergedrag. En vooral niet gericht op eigen belang en het behalen van kortetermijndoelen. Dit betekent dat we op een andere manier tegen fouten moeten aankijken: geen gebreken of afstrafmomenten, maar ultieme gelegenheden om te leren. Als individu moeten we met een open blik naar onze bijdrage kijken en daar eerlijk en transparant over zijn. In een goede veiligheidscultuur heet dat met een mooi woord accountable; ergens rekenschap over willen en durven afleggen. Maar we moeten ook open en eerlijk zijn over de positieve bijdrage van anderen. Door successen meer te delen en niet zelf met de eer te gaan strijken. Twee mooie kanten van de medaille dus. Q
Een schoolvoorbeeld van de selfserving bias is de coronaaanpak van president Trump info– December 2020 nr. 4
27
Juridisch bekeken
Tragisch ongeval bij Na een ongeval op een brug wil een weggebruiker op de andere weghelft hulp bieden. Maar door werkzaamheden zijn er roosters tussen de brugdelen verwijderd. De hulpverlener komt in het gat terecht, valt 15 meter omlaag en overlijdt. Het Hof acht de Staat als wegbeheerder aansprakelijk vanwege het tijdelijk ontbreken van de roosters. TEKST ROB POORT
28
December 2020 nr. 4 –
delen en valt ruim 15 meter naar beneden in de rivier de Lek. Hij overlijdt en laat een vrouw en vier kinderen achter. De nabestaanden stellen in 2007 de Staat der Nederlanden (het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat) aansprakelijk. Volgens de rechtbank heeft de Staat als wegbeheerder onrechtmatig gehandeld door het laten ontstaan van een gevaarlijke situatie (ECLI:NL:RBDHA: 2018:13447). De Staat gaat in beroep.
De verzekeraar De vrachtwagencombinatie was op grond van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) verzekerd bij Achmea. De nabestaanden hebben (ook) Achmea aansprakelijk gesteld voor de door het ongeval veroorzaakte schade. Achmea heeft een bedrag van 100.000 euro als schadevergoeding uitgekeerd, alsmede 44.455 euro voor de buitengerechtelijke kosten. Daarvoor hebben Achmea en de nabestaanden op 31 januari 2013 een vaststellingsovereenkomst gesloten. Daarin staat onder meer dat de nabestaanden de Staat en Achmea en diens verzekerde rechtstreeks aansprakelijk hebben gesteld voor de geleden en te lijden schade als gevolg van het ongeval. Achmea zal op basis van zaakwaarneming de schade voor zijn rekening nemen. Daarbij geldt als voorwaarde
info
Foto: Ton Borsboom
O
p 25 november 2005 zijn aan de Hagesteinsebrug, onderdeel van Rijksweg A27, werkzaamheden aan de gang. De brug bestaat uit twee brugdelen, elk met rijbanen voor het verkeer. Zowel aan de binnen- als aan de buitenkant staan vangrails. Tussen beide brugdelen liggen normaal gesproken roosters, maar die zijn in verband met werkzaamheden op verschillende plaatsen tijdelijk verwijderd. Er wordt gewaarschuwd voor wegwerkzaamheden, maar niet dat de roosters zijn verwijderd. Achter de vangrail is een veiligheidsleuning (‘valbeveiliging’) van één meter hoog aangebracht en er zijn verschillende ‘oversteekplaatsen’ gemaakt. Om 20:15 uur raakt op het brugdeel richting Utrecht een vrachtwagencombinatie in een slip. De combinatie komt tegen de middelste vangrail tot stilstand. Het is donker en de weg is glad door sneeuw en hagel. Dat is vermoedelijk ook de oorzaak van de slippartij. De trekker hangt tussen beide brugdelen, de oplegger staat dwars op de rijbaan. Op het andere brugdeel, in de tegenovergestelde richting, stopt een busje. De twee inzittenden ervan willen hulp bieden. De bestuurder steekt de weg over. Hij klimt over de vangrail en de veiligheidsleuning om naar de andere brughelft te gaan. Daarbij komt hij terecht in het gat tussen beide brug-
brugonderhoud
infoâ&#x20AC;&#x201C; December 2020 nr. 4
29
Juridisch bekeken
Het hof is van oordeel dat Rijkswaterstaat als wegbeheerder tekort is geschoten in zijn zorgplicht jegens het slachtoffer dat het verhaalsrecht op de Staat aan Achmea wordt overgedragen. De rechtbank heeft de vordering van Achmea bijna geheel toegewezen (minus 525 euro aan buitengerechtelijke kosten).
Oordeel gerechtshof Volgens het hof gaat het kort gezegd hierom: is de Staat als wegbeheerder aansprakelijk, op grond van zijn algemene zorgplicht voor de veiligheid van weggebruikers? Dit moet worden beoordeeld aan de hand van art. 6:162 BW door te toetsen aan de Kelderluikcriteria. Wegens de onderhoudswerkzaamheden waren de roosters tussen de brugdelen tijdelijk verwijderd. Dit impliceert ook dat de wegbeheerder bekend was met het (val)gevaar dat daarvan uitging. Dan zijn voor de beoordeling van de aansprakelijkheid vier criteria van belang. Als eerste de vraag in hoeverre niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid door weggebruikers waarschijnlijk is. Als tweede hoe groot de kans is dat daaruit ongevallen ontstaan. Als derde hoe ernstig de gevolgen kunnen zijn. En als vierde in hoeverre het nemen van veiligheidsmaatregelen bezwaarlijk is. Bovendien geldt dat, als een weg zo wordt ingericht dat die zonder maatregelen gevaar oplevert, de wegbeheerder ervoor moet zorgen dat de veiligheid voldoende gewaarborgd blijft. Hij kan dit doen door deugdelijke beveiligingsmaatregelen, zoals waarschuwingen. Daarbij moet hij erop bedacht zijn dat niet alle verkeersdeelnemers steeds de nodige voorzichtigheid en oplettendheid zullen betrachten. Kan de wegbeheerder de veiligheid niet voldoende waarborgen, dan moet hij van een dergelijke inrichting van de weg afzien. (vgl. HR 20 maart 1992, ECLI:NL:HR:1992: ZC0549).
30
December 2020 nr. 4 –
Het hof acht het van belang dat roosters waren verwijderd die normaal wel aanwezig zijn. Een (oud)werknemer van Rijkswaterstaat heeft bij de rechtbank verklaard dat zulke roosters voor iedere brug verplicht zijn. Aannemelijk is dat zij met name dienen om te voorkomen dat personen in de open ruimte tussen beide brugdelen naar beneden vallen. De gevolgen van een val van meer dan 15 meter in het water zijn voor een mens zeer ernstig, zo niet fataal. Dat is in dit geval ook wel gebleken. Hiermee is evident dat Rijkswaterstaat een zeer gevaarlijke situatie in het leven heeft geroepen door de roosters te (laten) verwijderen. Temeer daar vanaf de weghelft niet zichtbaar was dat de roosters ontbraken. Volgens de Staat waren waarschuwingsborden geplaatst en gold er een maximumsnelheid van 70 km. Maar dat zorgt er nog niet voor dat een weggebruiker erop bedacht is dat de roosters zijn verwijderd. De enige in dit verband getroffen veiligheidsmaatregel was het plaatsen van een veiligheidsleuning achter de vangrails, een zogeheten valbeveiliging, plus enkele ‘overstapplaatsen’ tussen de brugdelen. Die beveiliging mag dan hebben voldaan aan de geldende regelgeving. Maar daarmee was die volgens het hof niet voldoende om aan te nemen dat Rijkswaterstaat zijn zorgplicht is nagekomen. Op grond van die zorgplicht had Rijkswaterstaat moeten beoordelen welke (aanvullende) veiligheidsmaatregelen in deze specifieke situatie verder nodig waren om te voorkomen dat het valgevaar zich zou verwezenlijken. De aangebrachte valbeveiliging heeft de val in elk geval niet kunnen voorkomen. Het hof vraagt zich dan ook af of Rijkswaterstaat deze gevaarlijke situatie langere tijd had mogen laten bestaan zonder
info
waarschuwingsborden. Eerder terugzetten van de roosters zou bij de conservering veel extra werk betekenen. Maar de noodzaak ontbrak om ze allemaal tegelijk voor langere tijd weg te halen. Het hof merkt op dat uit later gemaakte foto’s blijkt dat voor de afscherming van het wegverkeer (inmiddels) hoge hekken zijn geplaatst. Die hekken zijn veel moeilijker om overheen te klimmen en zo te zien ook aanmerkelijk veiliger dan de oude valbescherming. Over de voorzienbaarheid merkt het hof op dat het (gelukkig) niet ondenkbaar is dat iemand hulp wil bieden als op de andere weghelft een ongeval is gebeurd. De stelling van de Staat dat de kans dat iemand over de valbeveiliging klimt nihil is, snijdt daarom geen hout. Dat zo’n ongeval zich niet eerder heeft voorgedaan en daarna ook niet, evenmin. Want daaruit valt niet af te leiden dat weggebruikers (ook in noodsituaties) nooit over een middenvangrail naar de andere weghelft gaan. Dat dit ongeval zeer uitzonderlijk is, heeft een andere oorzaak. Het risico om tussen weghelften te vallen speelt alleen op bruggen die uit twee delen bestaan. Precies voor die bruggen geldt nu juist de verplichting om roosters aan te brengen tussen de brugdelen. Die zijn niet alleen voor werklieden, maar dienen ook als vluchtroute, dus ook voor gebruik door en bescherming van weggebruikers/voetgangers. Hieruit volgt dat de regelgever (ook) al rekening hield met de (reële) mogelijkheid dat voetgangers over de brug lopen en ook van het ene naar het andere brugdeel oversteken. Het hof verwerpt daarom het verweer dat sprake zou zijn van vergaande onzorgvuldigheid en/of roekeloosheid van het slachtoffer door over de veiligheidsleuning te klimmen. Uit zijn handelwijze blijkt namelijk dat hij daadwerkelijk niet heeft gezien dat de brugdelen niet op elkaar aansloten. Een aantal argumenten die de Staat voor het beroep op eigen schuld heeft aangevoerd, acht het hof in de gegeven omstandigheden misplaatst en de Staat onwaardig. Uit dit alles volgt dat de genomen veiligheidsmaatregel – een leuning van één meter hoog – in de gegeven omstandigheden onvoldoende was.
Daarmee is het hof, net als de rechtbank, van oordeel dat Rijkswaterstaat als wegbeheerder in zijn zorgplicht tekort is geschoten jegens het slachtoffer en daarmee onrechtmatig heeft gehandeld.
Aantekening Een merkwaardig en noodlottig ongeval dat ook nog eens een zeer langdurige juridische nasleep heeft. In deze rubriek gaat het vaak over de zorgplicht van artikel 7:658 BW. Met zaken die zich doorgaans afspelen tussen werkgever en werknemer. In deze zaak gaat het tussen de nabestaanden van een bestuurder die iemand te hulp schiet en daarbij het leven laat door een omstandigheid die de wegbeheerder valt toe te rekenen. Geen werkgever/werknemer-relatie dus. Daarom moet de aansprakelijkheid worden beoordeeld op grond van
het â&#x20AC;&#x2DC;normaleâ&#x20AC;&#x2122; artikel over de onrechtmatige daad: art. 6:162 BW. Daarbij geldt â&#x20AC;&#x201C; anders dan bij de zorgplicht van 7:658 BW â&#x20AC;&#x201C; dat de bewijslast dat de ander onrechtmatig heeft gehandeld rust bij degene die schadevergoeding eist. Maar ook dan zal worden gekeken naar de zorgverplichting van degene die wordt aangesproken. En ook dan zal de rechter, net als in de hier besproken zaak, de Kelderluikcriteria hanteren (HR, 5 november 1965, ECLI:NL:HR:1965:AB7079). De Hoge Raad formuleert in dit arrest algemene regels om vast te stellen wanneer er bij gevaarzetting sprake is van een onrechtmatige daad en de ontstane schade moet worden vergoed. De Hoge Raad doet dit aan de hand van vier criteria voor het treffen van veiligheidsmaatregelen: 1. Hoe waarschijnlijk is het dat mensen niet goed opletten?
2. Hoe waarschijnlijk is het dat dit tot ongelukken leidt? 3. Hoe ernstig kunnen zulke ongelukken zijn? 4. Hoe moeilijk of makkelijk is het om veiligheidsmaatregelen te nemen? Het arrest uit 1965 (!) biedt nog steeds houvast bij de beoordeling of de genomen veiligheidsmaatregelen voldoende zijn geweest om een ongeval of schade te voorkomen. Maar de vragen kunnen ook nuttig zijn in de dagelijkse veiligheidskundige praktijk, om vooraf te toetsen of de genomen maatregelen afdoende zijn. Bron: Gerechtshof Den Haag, 13 oktober 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1887
Mr. ing. R.O.B. Poort, Jurist en veiligheidskundige. www.bureaupoort.nl
(advertentie)
$ ! # ! !
# " " ! !
#
! # $ # $ ! # " $$$ !" ! ! !" ! # !
infoâ&#x20AC;&#x201C; December 2020 nr. 4
31
Column
42.195 meter, een prachtig cadeau
H
et leven zit vol risico’s. Voor de viering van mijn vaders 65ste en mijn 30ste verjaardag heb ik een cadeau gekregen: een marathon, en niet zo maar eentje. Op 8 november 2020 ‘mag’ ik die van Athene lopen. De loop is door zijn hoogtemeters en de soms pittige temperaturen een overlevingstocht. Gelukkig is het cadeau een jaar van tevoren aangekondigd, zodat ik genoeg voorbereidingstijd heb. Om ervoor te zorgen dat deze marathon slaagt – naast gezond binnenkomen wil ik namelijk finishen met een mooie voorsprong op de cadeaugever – moeten alle risico’s worden geminimaliseerd. De lijst met geïnventariseerde risico’s in mijn RI&E is lang: te veel of te weinig trainen, blessures, oververmoeidheid, te veel afvallen, aangereden worden in het verkeer, aangevallen worden door honden, valpartijen, enzovoort. En zeker niet te vergeten: het risico op te weinig thuis zijn. Voor alle geïnventariseerde risico’s heb ik beheersmaatregelen doorgevoerd. Ik ben lid geworden van een atletiekvereniging en volg een schema waar ik me aan probeer te houden. Op de atletiekpiste loop ik trouw rondjes, altijd in het licht en onder begeleiding van een supercoach. Op de zondag loop ik overdag mijn lange duurloop. Dankzij de begeleiding van mijn vriendin zijn foerage en aanmoedigingen onderweg geregeld. Vanzelfsprekend heb ik goede schoenen aangeschaft. Wanneer nodig draag ik mijn reflecterend vestje en lampjes. Ik let erop dat ik precies voldoende eet en drink. Alle risico’s voldoende beheerst? Het risico op vallen tijdens de training had ik als verwaarloosbaar ingeschat. Te laag, zo bleek, het effect was schaafwonden. Voor mijn collega’s bevestigde ik en passant dat hardlopers doodlopers zijn. Het gevaar van grommende honden had ik goed becijferd. Ze zorgden voor voldoende aanmoediging. Het risico van een Covid-19-pandemie die ervoor zou zorgen dat de marathon niet door kon gaan, was een Black Swan. De loop in Athene is inmiddels – terecht – afgelast. Dat een RI&E dynamisch moet zijn, blijkt een understatement. Toch gaan we een marathon lopen, in klein gezelschap, over een parcours bij het vermaarde Rundumhause. Dit verandert mijn RI&E: veel hoogtemeters ben ik kwijt, de kans op hoge temperaturen is praktisch nul. Maar welke andere risico’s komen daarvoor in de plaats? Tijdens de zelfgeorganiseerde tocht staan er geen EHBO’ers langs de kant, ontbreken verzorgingsposten en is de weg niet vrij van verkeer en evenmin van viervoeters. Er zijn op 8 november vast nog andere, niet ingecalculeerde risico’s. Maar gelukkig ben ik fitter dan ooit. Dus moet mijn doel haalbaar zijn, al blijft er het risico op een onvolledige risico-inventarisatie en -evaluatie en kunnen er Black Swans opduiken. Moet ik blijven zeggen dat ik blij ben met dit prachtige cadeau?
Bart Gruppelaar | hoger veiligheidskundige bij Hessing Supervers BV De marathon is inmiddels gelopen, mijn doel behaald. Tijd voor een nieuwe RI&E: wat zijn de risico’s van een Athene Marathon 2021 als verjaardagsgeschenk?
32
December 2020 nr. 4 –
info
YOUNG NVVK’ER AAN HET WOORD De YoungNVVK is een werkgroep voor en door jonge veiligheidskundigen. In iedere editie van NVVKinfo deelt een YoungNVVK’er zijn kennis, geleerde lessen en ervaringen binnen ons prachtige vakgebied. Door te delen komen we vooruit met veiligheid! youngnvvk@veiligheidskunde.nl
Carrière
Peter Wijnbeek Huidige functie en waar ben je werkzaam? Sinds 2018 ben ik manager Safety bij Cosun Beet Company (voorheen Suikerunie), centrale productiestaf Brood. Belangrijkste veiligheidstrend? Meer aandacht voor het veilig werken met gevaarlijke stoffen.
Laatst gelezen over veiligheid? 1. Effectonderzoek blootstelling aan CMR-stoffen van de Inspectie SZW: voor het gros van de bedrijven is er nog veel te doen. 2. Oproep van een waakhond door Pieter van Vollenhoven: leringen trekken uit het verleden blijft een moeizaam proces. 3. Bosatlas van de Veiligheid: vol met kaarten en info, smullen dus! 4. Ons feilbare denken op het werk door Chantal van der Leest: zo herkenbaar en we trappen er allemaal iedere keer weer in. Grootste succes tot nu toe? Successen komen gezamenlijk tot stand en vier je ook samen. Hoogtepunten in mijn carrière waren het behalen van de eerste TPM Award door de Specialiteitenfabriek in Puttershoek in 2012 en de reis naar Japan in 2013.
Wat zou je graag beter kunnen? Goed naar mensen luisteren. Vaak ben je in een gesprek al een antwoord of tegenargument aan het formuleren terwijl de ander nog aan het praten is.
Als je terugkijkt op je carrière, wat zou je achteraf dan anders doen? Vrij snel en jong ben ik al in leidinggevende posities gerold. Gestart bij de researchafdeling als procestechnoloog en daarna in snel tempo assistent-chef proeffabriek, fabriekstechnoloog, tien jaar manager productie Specialiteiten Roosendaal en negen jaar in Puttershoek. Achteraf had ik veel eerder de opleiding MVK moeten volgen. Het helpt je als manager enorm als je ook echt wat van veiligheid weet. Minimaal een OVK-diploma is een must!
Wat hoop je (nog) te bereiken? Samen met de collega’s van de diverse fabrieken hoop ik het veiligheidsbewustzijn zo tussen de oren te krijgen dat het vanzelfsprekend wordt om 365 dagen zonder ongevallen te realiseren.
https://www.linkedin.com/in/ peter-wijnbeek-0a5b70164
In deze rubriek komen mensen uit de veiligheidswereld aan het woord over hun carrière en ambities. Aanmelden kan bij de redactie: nvvk@veiligheidskunde.nl.
info– December 2020 nr. 4
33
Interview Arbodeskundigheid in de Covid-19-crisis
Niemand reist met onveilig OV Met een nieuw pak maatregelen is Nederland de tweede coronagolf ingegaan. Daarbij moeten arbodeskundigen de ingewikkelde richtlijnen van de overheid vertalen naar een praktisch en veilig Nederland. Johan Gort, veiligheidskundige bij GVB in Amsterdam, is een van die deskundigen. “Veiligheid is een conditio sine qua non voor het openbaar vervoer”. TEKST COEN VAN GULIJK
B
bij die nieuwe maatregelen blijft niemand of niets gespaard: bedrijven, scholen, familieaangelegenheden en – jaja – zelfs de koning moest eraan geloven. Wat Nederland nodig heeft is een goed getraind veiligheidscorps. Veiligheidshelden die zich elke dag weer inzetten om de precaire balans tussen veiligheid en productie zo goed mogelijk te bewaren. Experts die getraind zijn in het inrichten en uitvoeren van processen, waarbij de dynamiek van de veiligheid tijdens de coronacrisis zo goed mogelijk verloopt. Kortom, mensen die zich op een professionele manier inzetten voor Nederland in de Covid-19-crisis. Johan Gort, coryfee in de veiligheidskunde, heeft zijn plek gevonden bij GVB in Amsterdam. “Wij vervoerden in 2019 per gemiddelde werkdag ruim 900.000 mensen in en rond Amsterdam met het OV”, zegt Johan met enige trots. Daarbij gaat het om vervoer met metro’s, trams, bussen en veren. Maar bij het begin van de crisis in maart was er nog maar 5 procent van die reizigers over. “Dat heeft natuurlijk financiële consequenties voor de bedrijfsvoering”, licht hij toe. “Maar we moesten blijven rijden en varen, ook al hadden we nauwelijks klanten.”
Spagaat De gevolgen worden deels opgevangen door de overheid, maar zeker niet voor 100 procent. Het aantal reizigers herstelde in een betere periode tot 50-60 procent – dat is nog steeds historisch laag. En bij strengere maatregelen daalt dat aantal opnieuw. Hieraan ziet Johan dat het vervoersbedrijf kenmerken heeft van een nutsvoorziening:
34
December 2020 nr. 4 –
info
het serviceniveau is vastgelegd, maar de financiële afwikkeling is in de markt geborgd. Tegelijkertijd zijn er strenge veiligheidseisen en dat zorgt ervoor dat GVB in een spagaat belandt. “Dat is echt wel een evaluatie waard na de pandemie”, vindt hij. Johan werkt nu bijna vier jaar bij GVB, na een tijd werkzaam te zijn geweest bij TATA. Daarvóór was hij bij TNO manager van de afdeling arbeidsveiligheid. Die achtergrond maakt hem tot een ervaren veiligheidsdeskundige. “Wat me bij GVB aantrok was de maatschappelijke opgave”, zegt hij. “En omdat ik Amsterdammer ben, vind ik het bovendien leuk om iets bij te dragen aan de stad.” Toen hij begon, wilde GVB de NEN-cultuurladder gebruiken om zich op te trekken tot een proactieve veiligheidscultuur. Daar heeft hij vervolgens hard aan gewerkt. “Veiligheid is een conditio sine qua non voor het openbaar vervoer”, licht Johan toe. “Oftewel: als het openbaar vervoer niet veilig is, wil niemand er mee reizen. En dat is
Door thuiswerken wordt aansluiting vinden met mensen moeilijker
binnen GVB heel duidelijk merkbaar.” Voor Johan levert de steun van de directie en collega’s een prettige werkomgeving op: “Het voelt aan als zeilen met de wind in de rug.” Voor zijn rol als veiligheidskundige werd vooral een beroep gedaan op communicatie. “Je hebt een belangrijke boodschap die je met passie moet uitdragen”, zegt hij. “Ik noem dat activistisch adviseren.”
Coronaproof OV Vanaf de eerste signalen van de coronauitbraak is het GVB-crisisteam bij elkaar gekomen om acute acties in gang te zetten en scenario’s voor te bereiden. De belangrijkste vraag daarbij was: hoe kan GVB verantwoord blijven rijden en varen? In het begin waren er veel vragen en niet altijd antwoorden. En soms veranderden de antwoorden ook. Zo werd eerst gedacht dat Covid-19-besmettingen
niet via de lucht plaatsvonden, en later weer wel. Dat maakte het soms moeilijk om meteen goede, effectieve maatregelen te treffen. “We hebben er alles aan gedaan om het zo veilig mogelijk te laten zijn voor onze werknemers en reizigers. Dus instructie over basisregels zoals afstand houden en handen wassen, beschermend plastic, afzetlinten en kuchschermen tussen medewerkers en reizigers. En verder schoonmaakacties, reizigers tijdelijk niet bij de bestuurders laten instappen, ventilatie van de voertuigen en nog veel meer. En natuurlijk moesten we ook de gebouwen coronaproof inrichten. Dat betekent looproutes, ontsmettingspunten voor de handen, ventilatiesystemen, luchtverversing, enzovoort. We moesten dit voor heel GVB afstemmen en uitvoeren; daar ben ik als veiligheidsmanager zeer intensief mee bezig geweest.”
info– December 2020 nr. 4
35
Wat zijn nutsvoorzieningen als het OV ons waard als maatschappij? Ironisch genoeg leverde de nasleep van een eerder dossier, de vondst van Chroom-6 in de verf van de voertuigen, een voordeel op. Er waren namelijk al processen ingericht voor het sneller en veilig aanpassen van voertuigen. Dat moet elke keer worden ingepland, getest en aangepast voordat een tram weer de straat op kan. “Tijdens corona hebben we alle trams wel twee tot drie keer moeten aanpassen”, vertelt Johan. “Nieuwe wetenschappelijke inzichten vertalen we direct naar praktische toepassingen. Het gaat dan met name om zaken als het plaatsen van linten, het centraal openen van deuren zodat mensen de knop niet meer hoeven aan te raken, of kuchschermen.” Bij bussen komt daar nog een ontheffing van de RDW bij, die nodig is om te mogen rijden met een kuchscherm. Het zicht van chauffeurs mag bijvoorbeeld geen hinder ondervinden van die maatregel. “TNO heeft bovendien in opdracht van OV.nl de microbiologische effectiviteit van die schermen getest”, licht hij toe. “Want we moesten natuurlijk wel weten of de kuchschermen zouden helpen tegen Covid-19!”
Omgekeerde Rasmussen Hier had Johan wel een voordeeltje: hij is oorspronkelijk opgeleid tot medisch bioloog. Samen met zijn opleiding tot veiligheidskundige geeft hem dat wellicht een ideale achtergrond om de Covid-19-crisis het hoofd te bieden. “Mijn achtergrond maakt het wel gemakkelijker om over virussen te praten en wat je er zoal tegen kunt doen.” Virussen hebben een biologische functie in de evolutie. Maar is het virus levensbedreigend, dan blijkt de hele samenleving ineens te kunnen veranderen. Er is nu een fixatie op het virus, waardoor een soort kantelpunt is bereikt. Dat brengt allerlei grote veranderingen teweeg. “Die veranderingen bewegen ons in een omgekeerde Rasmussen-trend (Risk Management in a Dynamic Society, Rasmussen, 1997)”, stelt Johan. “Want we driften
36
December 2020 nr. 4 –
info
nu niet naar de grenzen van gevaar, maar naar financiële grenzen.” Wat zijn nutsvoorzieningen zoals het OV ons als maatschappij (financieel) waard? Johan zou graag zien dat we die veranderenergie ook zouden kunnen gebruiken voor iets positiefs. Bijvoorbeeld door de samenleving veerkrachtiger te maken in dit soort crises, en meer gericht op duurzame oplossingen. Daar is het OV een onderdeel van.
Leerpunten Interne processen van staande veiligheidsorganisaties vormen een goede basis voor maatregelen volgens de richtlijnen van het RIVM. Maar ook Johan heeft gemerkt dat Covid-19 anders is dan anders: “Door thuiswerken wordt alles lastiger. Ook aansluiting vinden met mensen is moeilijker.” Voor hem betekent dit dat hij bepaalde dingen anders gaat doen: “Ik zie bijvoorbeeld hoe belangrijk de veiligheidsrondes met de directie zijn. Juist omdat die nu tijdelijk zijn stilgelegd om het besmettingsrisico zo klein mogelijk te houden.” Een ander leerpunt is dat GVB in de Covid-19-crisis nog meer last heeft van agressie in het OV. Hij verzucht: “Kuchschermen helpen wel tegen spugers, maar niet tegen verbaal en fysiek geweld.” Toch wil GVB geen strenge securitymaatregelen introduceren. Want GVB wil mensen graag welkom heten in zijn voertuigen. Johan: “Dat is nou typisch een probleem om aan te pakken met activistisch adviseren!” Ik wens hem daarmee veel succes. En ik hoop dat hij zijn ervaring met dat activistisch adviseren in de toekomst wil delen. Q Coen van Gulijk is senior scientist digitale veiligheidsinnovatie bij TNO, hoogleraar op datzelfde onderwerp bij de Universiteit van Huddersfield in Engeland en gastonderzoeker bij de sectie Safety and Security Science van de TU Delft.
Prikbord Prikbord is een vr ijplaats v ideeën of oor vragen o ver dit bla discussie. Heeft Dit zijn d u opmerk d of de ve e spelreg ingen, su reniging els. Uw b gges N niet com VVK? ‘Pr ijdrage is mercieel, ik ’ ze op de ties, inhoudeli ondertek artikel w ze pag jk, to-the end met aar -point, nie ina. naam en zich het r op u reageert en t kwetse functie, v m echt voor nd, oorzien v om bijdra aximaal 500 woor an onder den lang gen te we w e rp/ . De reda igeren, te ctie beho moderer u dt en of in te korten.
Certificeren en registreren Geachte redactie, Graag wil ik reageren op het artikel ‘Certificeren en registreren vullen elkaar aan’ van de hand van Lydia Lijkendijk in NVVKinfo 3-2020. Ik vond het een zeer leesbaar artikel en ondersteun ook de meerwaarde van het NVVK-register boven het certificaat. Ik krijg bij de door de overheid voorgeschreven certificeringen vaak de indruk dat die ter indekking dienen van haar verantwoordelijkheid om adequaat toezicht te houden op de door haar gestelde regels. De certificeringsindustrie vaart er ondertussen wel bij; maar deze frustratie terzijde. Ik miste in het artikel echter de nuancering die de Arbowet in artikel 14 lid 12 noemt: “Toetsing van de RI&E door een (gecertificeerd) deskundig persoon [...] is niet van toepassing ten aanzien van de werkgever met ten hoogste 25 werknemers” én (in mijn woorden) die gebruikmaakt van de Arbocatalogus, te vinden op het Arboportaal van het ministerie van SZW. Denkend aan onze MVK’ers, de doeners, die waarschijnlijk vooral in of voor het kleine mbk werken: die krijgen bij het lezen van dit artikel mogelijk de zenuwen, maar hebben geen tijd om uit te zoeken of ze verplicht gecertificeerd moeten worden. De kleine mkb-bedrijven lopen op hun beurt het risico dat hun wordt wijsgemaakt dat ze een (dure) gecertificeerde veiligheidskundige moeten inhuren. Ikzelf ben een uur bezig geweest om de wettekst te raadplegen om te kunnen vaststellen dat ik mijn kleine mkb-klant goed heb bediend met het advies om de RI&E uit de Arbocatalogus Rubber- en Kunststofindustrie te gebruiken. Ik hoop dat de schrijfster, die in tegenstelling tot mij over een Sdu- of soortgelijk abonnement beschikt, in de toekomst denkt aan de MKV’ers en het mkb. De regeldruk is immers al erg hoog en nog steeds stijgende. Met vriendelijke groet, Vincent van Vliet (lid NVVK)
info– December 2020 nr. 4
37
Veiligheidskundigen opgelet!
Nog 1 jaar tot de
Omgevingswet
Wetgeving Op 1 januari 2022 treedt de nieuwe Omgevingswet in werking. Veel gemeenten, waterschappen, GGD’s, veiligheidsregio’s en provincies verkennen nu alvast de consequenties en mogelijkheden. Bedrijven en veiligheidsdeskundigen lijken nog vrij onbekend met de nieuwe wet. De auteurs delen hun ervaringen in dit artikel en moedigen iedereen aan om zich meer te verdiepen in de Omgevingswet. TEKST TEKST DIRK JAN DE BOER EN SARAH ROS
D
e vernieuwing van het omgevingsrecht heeft onder meer als doel om beter in te kunnen inspelen op de maatschappelijke opgaven van nu. Denk aan zaken als de duurzame energietransitie en de woningbouwopgave. Dit nieuwe stelsel moet transparantere en snellere besluitvorming mogelijk maken, waarin verschillende aspecten van de leefomgeving in samenhang worden benaderd. Zo kunnen initiatiefnemers en overheden hun ambities beter waar maken. Om deze vernieuwing te realiseren is en wordt gewerkt aan de Omgevingswet, het Digitaal Stelsel Omgevingswet en de bijbehorende cultuurverandering. Het is de nieuwe manier waarop overheid, bedrijven en burgers gaan samenwerken. We krijgen regelmatig de vraag: is die nieuwe Omgevingswet niet oude wijn in nieuwe zakken? Die vraag is lastig te beantwoorden. Want de komende jaren krijgen we de exacte impact van de vernieuwing pas echt te zien. Intussen kunnen we hier wel een aantal voorziene (juridische) wijzigingen beschrijven die impact hebben op bedrijven en veiligheidsdeskundigen.
Wetten en principes Ten eerste vervangt de Omgevingswet tientallen wetten en meer dan honderd ministeriële regelingen en voor de fysieke leefomgeving relevante Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) over ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, veiligheid, natuur en water. De nieuwe Omgevingswet wordt wel de grootste wetgevingsoperatie genoemd sinds de invoering van de Grondwet in 1848. De impact ervan zal in elk geval groot zijn. Ten tweede wordt in de Omgevingswet een aantal principes extra aangehaald. Denk bijvoorbeeld aan de decentralisatie-opgave, waarin gemeenten meer ruimte krijgen om maatwerk toe te passen. En bijvoorbeeld ook aan het verlaten van het begrip ‘inrichting’ voor milieubelastende activiteiten. En dan is er nog een nieuw vergunningenstelsel met een korte beslistermijn, waarin de nadruk ligt op participatie met de omgeving.
Omgevingswet en veiligheid In artikel 1.3 van de Omgevingswet staan de maatschappelijke doelen van het nieuwe stelsel omschreven.
Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: - het tot stand brengen en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en - het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving om er maatschappelijke behoeften mee te vervullen. Bedrijven, overheden en burgers hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid en zorgplicht om veiligheid en gezondheid in onze leefomgeving te waarborgen. Zo zijn de thema’s veiligheid en gezondheid ook de core business van veiligheids- of milieukundigen die binnen bedrijven als manager of adviseur Health Safety and Environment (HSE) werken. Wat is de betekenis van het thema veiligheid in de Omgevingswet voor bedrijven? We zoomen daarbij vooral in op bedrijven met opslag en processen met gevaarlijke stoffen. De volgende vragen zijn daarbij relevant: 1. Wat is een veilige leefomgeving volgens de Omgevingswet? 2. Wat wijzigt er bijvoorbeeld met de Omgevingswet op het thema ‘veiligheid’? 3. Welke aandacht vraagt de Omgevingswet van de veiligheidsdeskundige?
De Omgevingswet introduceert ‘aandachtsgebieden externe veiligheid’ voor bedrijven met een extern veiligheidsrisico info– December 2020 nr. 4
39
1. Een veilige leefomgeving volgens de Omgevingswet Eén van de doelen van de Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en fysieke leefomgeving. In de Nota van Toelichting van de Omgevingswet staat het volgende over de definitie van een veilige fysieke leefomgeving: “De Omgevingswet is in ieder geval gericht op veiligheid en gezondheid van de mens. Het omgevingsrecht heeft een belangrijke functie bij het voorkomen van ongewone voorvallen en rampen en van de gevolgen daarvan. Het gaat om aspecten van fysieke veiligheid zoals externe veiligheid, veiligheid tegen overstromingen, brandveiligheid en constructieve veiligheid.” De Rijksoverheid blijft onder de Omgevingswet – net als in het huidige omgevingsrecht – algemene en instructieregels stellen aan een aantal fysieke veiligheidsthema’s: - de risico’s van opslag, processen en transport van gevaarlijke stoffen, munitie, vuurwerk en vliegverkeer (externe veiligheid of omgevingsveiligheid); - de risico’s van hoogwater (hoogwaterveiligheid); - en de risico’s van instorting of brand in een gebouw (brand- en constructieve veiligheid). Inhoudelijk blijven de huidige Rijksregels onder de nieuwe Omgevingswet voor een groot deel gelijk. Alleen voor het thema externe veiligheid zet de Rijksoverheid in op vernieuwing van het beleid. Dat bespreken we bij punt 2. De Omgevingswet biedt meer ruimte aan decentrale overheden (provincies, waterschappen en gemeenten) om ambities voor de fysieke leefomgeving waar te maken. Dus ook voor het thema veiligheid. Gemeenten zullen straks in het gemeentelijk Omgevingsplan de gemeentelijke regels voor de fysieke leefomgeving opnemen. Daarin zijn zij ook verplicht om rekening te houden met alle rampen, crises en branden (artikel 5.2 Besluit Kwaliteit Leefomgeving). Deze definitie is niet afgebakend op fysieke veiligheid en
Brzo in de Omgevingswet Met de komst van de Omgevingswet zal het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo 2015) als AmvB verdwijnen. De regels uit het Brzo komen verspreid in verschillende AmvB’s onder de Omgevingswet terug. Zo kun je de procedures, coördinatie, toezicht en handhaving vinden in het Omgevingsbesluit (Ob). De inhoudelijke regels staan voor het grootste deel in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De voorschriften over domino-effecten staan in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Een interessante wijziging is dat Brzo-bedrijven onder de Omgevingswet Seveso-inrichtingen heten. Dat is een expliciete verwijzing naar de Europese Sevesorichtlijn voor bedrijven met grote risico’s voor de omgeving.
40
December 2020 nr. 4 –
info
biedt daarmee ruimte om ook nieuwe veiligheidsthema’s als ordenend principe in het omgevingsrecht te regelen. Samengevat kunnen we stellen dat de Rijksoverheid onder de Omgevingswet regels blijft stellen voor een aantal fysieke veiligheidsthema’s. Daarnaast moeten gemeenten breder kijken naar veiligheid en gezondheid. Daarbij hebben ze de mogelijkheid om de rijksregels aan te vullen en aan te scherpen. 2. Wat is voor veiligheid nieuw in de Omgevingswet? Voor veel thema’s binnen het omgevingsrecht leidt de Omgevingswet niet tot inhoudelijke wijzigingen van de regels. Voor de meeste veiligheidsthema’s geldt dat ook. Uitzondering is het thema externe veiligheid. De omgang met de risico’s van opslag en transport van gevaarlijke stoffen voor de omgeving is in Nederland geborgd in het omgevingsrecht. En straks dus ook in de Omgevingswet. Bij nieuwe aanvragen voor risicovolle activiteiten en nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van die activiteiten is het nodig de externe veiligheidsrisico’s te beoordelen. De beoordeling vindt plaats voor twee risiconormen: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor de risiconorm ‘plaatsgebonden risico’ verandert de wetgeving in de basis niet. Voor de risiconorm ‘groepsrisico’ introduceert De Omgevingswet de ‘aandachtsgebieden externe veiligheid’. Daarbij is meer aandacht voor de effecten van incidenten met gevaarlijke stoffen en een goede belangenafweging. In deze nieuwe aandachtsgebieden rondom risicovolle activiteiten moeten overheid en bedrijven zoeken naar een manier om de aanwezige mensen voldoende te beschermen. Vooral voor bedrijven die nu onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) vallen heeft deze wijziging impact. Bijvoorbeeld bij een aanvraag voor uitbreiding van de milieuruimte. Wanneer de externe veiligheidsrisico’s nu al een beperking vormen voor een bedrijf, adviseren we om te verkennen welke consequenties de beleidsvernieuwing op termijn kan betekenen. In de Omgevingswet worden bovendien nieuwe sturingsinstrumenten geïntroduceerd die een relatie hebben met het thema veiligheid. We noemen er twee: - De Omgevingswet bevat een algemene zorgplicht en een algemeen verbod. De algemene zorgplicht houdt in dat zowel overheden, bedrijven als burgers verantwoordelijk zijn voor een veilige fysieke leefomgeving. En in lijn met de Woningwet nu ligt de verantwoordelijkheid nadrukkelijk niet alleen bij de overheid. Naast de algemene zorgplicht bevat de Omgevingswet ook een algemeen verbod: het is verboden om een activiteit te verrichten of na te laten als daardoor aanzienlijke nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving (dreigen te) ontstaan. - In de Omgevingswet komt het instrument financiële zekerheid weer terug. Het bevoegd gezag kan in een omgevingsvergunning voorschriften opnemen die de ver-
dert, de manier van werken verandert ook. Daardoor komt er meer verantwoordelijkheid te liggen bij initiatiefnemers en bedrijven dan nu het geval is. Hoe kunnen bedrijven en veiligheidskundigen zich hier nu gericht op voorbereiden? Door aandacht te besteden aan de volgende zaken:
Aandachtsgebieden externe veiligheid De risiconorm ‘groepsrisico’ wordt in het huidige omgevingsrecht berekend en weergegeven in een grafiek (fN-curve). Voor veel bestuurders, burgers en professionals is de betekenis van deze grafiek niet te doorgronden. Dat maakt dat het thema externe veiligheid buiten de plaatsgebonden risicocontour te weinig meeweegt bij het inrichten van de ruimte. Om dat te veranderen heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de aanpak gewijzigd. Geen grafiek meer; in plaats daarvan is het groepsrisico weergegeven in de vorm van ‘aandachtsgebieden externe veiligheid’ op een plankaart. Daarbij onderscheidt men de aandachtsgebieden brand, explosie en gifwolk. Voor alle bedrijven die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen wordt de omvang van de nieuwe aandachtsgebieden in de komende periode bepaald.
Check het aandachtsgebied externe veiligheid De Omgevingswet introduceert zogenoemde ‘aandachtsgebieden externe veiligheid’ voor bedrijven met een extern veiligheidsrisico. De (rijks)overheid berekent of bepaalt deze aandachtsgebieden op basis van de huidige vergunde rechten. De aandachtsgebieden gaan vanaf 1 januari 2022 een belangrijke rol spelen bij de beoordeling van een vergunningsaanvraag. De regionale uitvoeringsdienst of milieudienst is (binnenkort) op de hoogte van de omvang van de aandachtsgebieden per bedrijf. Verken het nieuwe of tijdelijke omgevingsplan De Omgevingswet verplicht provincies om een omgevingsverordening, en gemeenten om een omgevingsplan vast te stellen. Beide plannen bepalen of er straks als bedrijf nog mogelijkheden zijn om nieuwe activiteiten uit te voeren. Provincies hebben in 2022 hun omgevingsverordening vastgesteld. Gemeenten hebben in 2029 hun tijdelijke omgevingsplan omgezet in een omgevingsplan. Dus er is nog tijd en ruimte om daarbij betrokken te raken.
gunninghouder verplichten tot financiële zekerheidstelling voor het afdekken van eventuele aansprakelijkheid. Zeker bij de Seveso-inrichtingen is het denkbaar dat overheden hiervan gebruik gaan maken.
Check je huidige omgevingsvergunning milieu De Omgevingswet brengt voor de omgevingsvergunning milieu een aantal vernieuwingen. De regels waaraan een vergunning nu moet voldoen volgens het huidige Bouwbesluit en Activiteitenbesluit, vervallen straks. Regels uit de niewe Omgevingswet worden van toepassing op milieuactiviteiten. De vergunde rechten in de huidige vergunning blijven ook onder de Omgevingswet van kracht. Via het overgangsrecht krijgen voorschriften een nieuwe plek.
Samengevat kunnen we stellen dat de Omgevingswet voor het thema externe veiligheid leidt tot een forse inhoudelijke verschuiving. Andere wijzigingen, zoals de algemene zorgplicht en de financiële zekerheid, hebben een relatie met veiligheid en zullen voor bijvoorbeeld Seveso-inrichtingen impact kunnen hebben.
Timing nieuwe vergunning De Omgevingswet streeft naar een nieuwe, flexibele en snelle aanvraag voor en afhandeling van de omgevingsvergunning. De aanvrager heeft daarin een belangrijke rol. Nieuw is dat de aanvrager zelf moet nadenken over het vroegtijdig betrekken van de samenleving. De overheid kan (weer) leges voor de omgevingsvergunning milieu vragen. Denk daarom voor gewenste uitbreidingen in 2021 na over het geschikte moment (voor of na inwerkingtreding van de Omgevingswet) om een nieuwe aanvraag in te dienen. Q
De Omgevingswet streeft naar een nieuwe, flexibele en snelle aanvraag voor en afhandeling van omgevingsvergunningen
Foto Roelof Pot
3. Aandachtspunten voor de veiligheidskundige De komst van de Omgevingswet is uitdagend. Want niet alleen de juridische kant van de nieuwe wetgeving veran-
Sarah Ros is zelfstandig bestuursadviseur fysieke leefomgeving en Omgevingswet. Dirk Jan de Boer is mede-eigenaar van Oostkracht10, adviesbureau voor Milieu en Veiligheid.
info– December 2020 nr. 4
41
Boekbespreking
Een en vijftig 2020 was een op zijn zachtst gezegd matig jaar voor de meesten van ons. Wij hopen natuurlijk op verbetering in het jaar dat gaat komen. Wel passend dus om twee boeken te bespreken die beide verbetering nastreven. TEKST CARSTEN BUSCH
H
et boek One Percent Safer is een initiatief van Andrew Sharman, auteur van onder andere From Accidents to Zero (zie ook NVVKinfo 2-2015). Sharman was tot half oktober voorzitter van het Institution of Occupational Safety & Health (IOSH), de grootste organisatie van arbeidsveiligheidprofessionals (met meer dan 48.000 leden) ter wereld. Ieder jaar overlijden er wereldwijd 2,78 miljoen mensen als gevolg van werk. Dat zijn er 317 per uur. We kunnen dit niet allemaal tegelijk aanpakken en oplossen. Maar zoals Sharman zegt: als we slechts één procent kunnen verbeteren, maakt dat al een enorm verschil.
140 losse stukjes die alle kanten opgaan. Dat heeft voor- en nadelen. Enerzijds is een gevarieerde aanpak noodzakelijk om verbeteringen te bereiken. Een one-size-fits-all-aanpak bestaat immers niet. Aan de andere kant betekent die aanpak ook dat je soms stukjes tegenkomt waar je het hartgrondig mee oneens kunt zijn,
afhankelijk van je professionele kennis en overtuiging. Of zelfs stukjes die kinderlijk naïef zijn of tenenkrommende onzin. Zo zie ik bijvoorbeeld op pagina 186 staan: “Als gedrag negatieve gevolgen krijgt dan stopt het waarschijnlijk. Dat noemt men straffen. Dus, zorg ervoor om veilig gedrag in je organisatie te handhaven,
Eén procent veiliger Met kleine stapjes vooruit en continue verbetering als achterliggende gedachten, nodigde Sharman meer dan 100 bekende auteurs en veiligheidsprofessionals uit een beknopte bijdrage te leveren. Die moest bestaan uit een idee voor verbetering en verandering. De respons was positief en daardoor treft de lezer bijdragen aan van bekende auteurs als Sidney Dekker, Andrew Hopkins, Scott E. Geller, Edgar Schein, Erik Hollnagel en Paul Slovic. Naast die van onze eigen Frank Guldenmund, Andrew Hale, Jop Groeneweg, Gerard Zwetsloot, Patrick Hudson en Gert-Jan Hofstede. En nog veel meer, van andere bekende en onbekende namen.
Kinderlijk naïef De afzonderlijke bijdrages zijn nauwelijks geredigeerd zodat de ‘unieke stem’ van de schrijver bewaard blijft. Het boek bestaat daardoor uit zo’n
42
December 2020 nr. 4 –
One Percent Safer. The Secrets to Achieving Safety Excellence from the World’s Finest Thinkers, Sharman, A. (2020) Maverick Eagle Press, www.onepercentsafer.com
info
dan neemt veilig gedrag toe. Als veilig gedrag toeneemt, wordt de veiligheidscultuur sterker en je ongevalsfrequentie neemt af. Dat is een eenvoudige rekensom. Probeer het uit: het is wetenschap.” Dat was in 1911 wellicht opzienbarend (vanwege de term cultuur, verder niet) maar doet niet bepaald recht aan de afgelopen 100 jaar veiligheidskunde.
Koffietafelboek Van de positieve kant bekeken: het boek biedt de mogelijkheid om op een hele snelle manier 142 auteurs te benchmarken en te kijken wat ze te bieden hebben. De opmaak is prachtig, in hoge kwaliteit kleurendruk en met fraaie foto’s en illustraties naast de paginavullende bijdrages. Omdat het dus geen boek is dat je van voor naar achter gaat lezen, maar eerder een dat je doorbladert en waaruit je een stukje leest dat je
aandacht trekt, wil ik het omschrijven als een ‘koffietafelboek’. Een boek dat je hebt liggen omdat het mooi is, om in te bladeren en om af en toe eens uit te lezen. Pluspunt: u steunt een goed doel, want de opbrengst gaat naar een stichting die veiligheid bevordert.
50 Arbeidsongevallen Zoals de titel 50 arbeidsgevallen, oorzaken en lessen al aangeeft, beschrijft het tweede boek de lessen die we kunnen leren uit de onderzoeksresultaten van 50 arbeidsongevallen die inspecteurs van de Inspectie SZW hebben onderzocht. Het boek bestaat uit vier delen: 1. een bespreking van de 50 ongevallen (125 pagina’s), 2. wet- en regelgeving (72 pagina’s), 3. ongevalsonderzoek (40 pagina’s) en 4. nazorg (8 pagina’s). Persoonlijk vind ik het resultaat als geheel wat onevenwichtig. Dat zien we ook terug in de verdeling van het aantal pagina’s per hoofdstuk. Het is
50 Arbeidsongevallen. Oorzaken en Lessen. Kermani, E. (2020) ISBN 9789462156920, Alphen aan den Rijn: Vakmedianet
loffelijk dat de schrijvers aan nazorg denken, dat is een belangrijk onderwerp. Maar in dat geval verdient het meer aandacht dan twee bewerkte krantenartikelen. En dan had het óf een uitgebreider hoofdstuk moeten krijgen, of verwijzingen naar andere literatuur moeten bevatten. Ook hoofdstuk 2 valt wat mij betreft een beetje uit de toon. Het geeft een prima overzicht over verplichtingen van werkgevers. Met een bespreking van Arbowet, -besluit, -catalogi en de werkwijze van de Inspectie SZW. Maar zijn dit lessen uit ongevallen? Of zijn het oorzaken? Mogelijk lessen, zeker vanuit het perspectief van de inspectie. Vanuit dat oogpunt is dit een prima beknopt overzicht. Maar ik denk dat hier andere, uitgebreidere bronnen voor bestaan.
Leren De kern van het boek en waar het om gaat, namelijk leren van ongevallen, vinden we in de delen 1 en 3. Deel 1 bevat aansprekende, korte beschrijvingen van de ongevallen, met aandacht voor achtergronden, gevolgen en oorzaken. Twee opmerkingen daarover. Ten eerste dat het bespreken van de boeterapporten een beetje haaks staat op het oogpunt van leren. Onlangs zag ik op LinkedIn iemand beweren: “You can punish, or you can learn, you can’t do both.” Wellicht ligt het niet zo zwart-wit. Maar het zoeken naar een overtreding zorgt voor zo veel vooroordelen in een onderzoek dat het vermoedelijk een dieper leerproces in de weg staat. Ten tweede heeft een deel van die lessen een wat matige diepgang (bijvoorbeeld: beveiligingen moet je niet verwijderen). Waar men wel diepere oorzaken aanstipt (werkdruk vanuit klanten) illustreert dit meteen de beperkte reikwijdte van een Inspectie om oorzaken aan te pakken. Deze twee punten zijn de reden waarom de auteurs deel 3 hebben opgenomen, over hoe organisaties zelf op een goede manier met ongevalsonderzoek aan de slag kunnen. Persoonlijk vind ik dit deel van het boek het sterkst, met een rechttoe rechtaan bespreking van het onderzoeksproces, met aandacht voor praktische zaken en valkuilen. Al met al toch een toegankelijk boek. Misschien ook niet een om van kaft tot kaft te lezen, maar meer een boek om naar behoefte relevante lessen en praktische tips uit te halen. Q
info– December 2020 nr. 4
43
Nieuwe dingen Jos Villevoye
Memoires van een veiligheidskundige
Fantastisch Veilig!
Fantastisch veilig
J
os Villevoye, bij sommigen bekend als de man achter Veiliggeit, debuteerde onlangs met zijn eerste boek, Fantastisch Veilig. Het boek bestaat uit vijf hoofdstukken (Over dingen die zijn, Meespelen, Waar je niet snel bij stilstaat, Anders kunnen en Om over na te denken) en een corona-actuele epiloog. Fraai vormgegeven in een handzaam formaat, met illustraties van Jos zelf. De schrijver neemt de lezer op bijna 150 paginaâ&#x20AC;&#x2122;s mee op een ďŹ losoďŹ sche en tegelijk praktisch toepasbare reis. Let wel, praktisch staat hier niet gelijk aan tritsen to do-lijstjes. En toepassen betekent hier: anders tegen dingen aankijken. Door ze te overdenken en door nieuwe kanten aan bekende concepten te ontdekken. Prikkelend en inspirerend leesvoer dat kan helpen bij reďŹ&#x201A;ectie over het verleden en plannen maken voor de toekomst.
M Carste et een voor and H n Busch woord do (S or ist (Senio orian) en afety Myt ho Mar tij r Advis n Fl logist eur manag emen Integraal interman Ve t bij Ri jkswat iligheidserstaa t)
http://www.veiliggeit.nl/ https://www.publicatiewinkel.nl/arbo/fantastisch-veilig-detail
PBMwijzer
Beroepsziekten in cijfers
E
https://www.vakmedianetshop.nl/boeken/pbmwijzer/
44
December 2020 nr. 4 â&#x20AC;&#x201C;
info
Beroepsziekten in cijfers 2020 f
erder dit jaar verschenen: de PBMwijzer, onder eindredactie van Wulf van den Eshof en Jos Putman. Dit bijna 300 paginaâ&#x20AC;&#x2122;s tellende boek is bedoeld als praktisch hulpmiddel bij het creĂŤren van veilige arbeidsomstandigheden en de selectie, aanschaf en onderhoud van PBM (persoonlijke be schermingsmidde
len). Hierbij geldt de werksituatie als uitgangspunt. Eerst neemt de lezer preventieve maatregelen door. Vervolgens weegt hij af welke PBM bij welke situatie horen. Verder beschrijft de wijzer de belangrijkste kenmerken en het onderhoud en gebruik van PBM. De laatste twee hoofdstukken behandelen de wet- en regelgeving en het uitvoeren van een risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E). Daarmee is dit boek een belangrijk hulpmiddel bij het opstellen en uitvoeren van de RI&E in relatie tot PBM.
Nederlands Centrum voor Beroepsziekten Coronel Instituut voor Arbeid en Gezondheid Public and Occupational Health Amsterdam UMC
H
et rapport Beroepsziekten in Cijfers 2020 van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB) geeft een overzicht van het aantal en de aard van geregistreerde beroepsziekten en de verdeling binnen sectoren en beroepen in Nederland in het afgelopen jaar. Daarnaast beschrijft het wetenschappelijke en maatschappelijke ontwikkelingen met betrekking tot beroepsziekten. Gratis te downloaden. https://www.beroepsziekten.nl/content/beroepsziektencijfers-2020
Verenigingsnieuws Van de bestuurstafel
W
e naderen alweer het einde van het jaar en wat was het een bijzonder jaar. Het spreekt voor zich dat wij als hoofdbestuur (HB) besluiten hebben moeten nemen die we liever niet hadden genomen of waar we liever niet eens over hadden willen nadenken. We kunnen natuurlijk stilstaan bij wat we – tijdelijk – niet meer kunnen doen. Maar liever kijk ik naar de dingen die we wel nog kunnen doen, wat we bereikt hebben en wat de pandemie ons heeft gebracht. Als we daar eens over nadenken; de pandemie heeft ons veel geleerd en gebracht. We kunnen in ieder geval stellen dat mensen veerkrachtiger zijn dan dat we soms doen voorkomen. We zijn in staat gebleken om ons leven om te gooien en in korte tijd aan te passen aan de gegeven omstandigheden. We zien onze vrienden en geliefden gelukkig nog steeds, maar wel op een andere manier. En wat te denken van thuiswerken, online vergaderen en van de mensen die niet thuis kunnen werken? Iedereen heeft op de een of andere manier zijn weg gevonden om met deze situatie om te gaan. Ongeacht wat we van de maatregelen vinden. En in de wetenschap dat er helaas ook voorbeelden zijn te noemen van schrijnende situaties. Ook de NVVK heeft zich aangepast. Bijeenkomsten zijn gecanceld, om later alsnog online doorgang te vinden. We zien nu dat de online bijeenkomsten beter worden bezocht dan de fysieke bijeenkomsten. Geen reisafstanden hoeven te overbruggen en de tijd die u hiermee bespaart, noemt u daarvoor als belangrijkste redenen. Dat is een feit waar we niet aan voorbij kunnen. We zullen dus moeten nadenken over hoe we in de toekomst bijeenkomsten en evenementen gaan organiseren. We zijn een vereniging en daar horen per definitie bijeenkomsten bij, bij voorkeur in fysieke vorm. Maar wellicht ligt de oplossing in een hybride vorm.
Verenigingen zoeken elkaar op om van elkaar te leren en ervaringen uit te wisselen. Ook werken verenigingen als één blok samen met de overheid, om zo een bijdrage te leveren aan het onder controle krijgen van de pandemie. Ze werken samen om belanghebbenden in de ruimste zin van het woord te voorzien van de meest recente informatie, kennis en wetenschap over de pandemie. Bij veel van deze initiatieven is de NVVK betrokken en dat vraagt veel tijd en energie van alle betrokkenen. En dat al bijna een jaar lang. Onze ambitie om samen met onze leden hét expertisecentrum te vormen voor veiligheidsvraagstukken, hebben we door de pandemie sneller gestalte kunnen geven dan verwacht. De NVVK is dit jaar veelvuldig in diverse media verschenen om te praten over het thema mondkapjes. Een bijzonder woord van dank aan Jos Putman is hier op zijn plaats. Zijn inzet en alle publicaties hebben geholpen bij het verhogen van de relevantie van onze mooie vereniging in de maatschappij. Als gevolg van deze relevantie hebben we dit jaar veel nieuwe leden mogen verwelkomen. De eerste online Algemene Vergadering in de geschiedenis van de NVVK is inmiddels achter de rug. Die hebben we in zeer korte tijd moeten organiseren. Dat ging gepaard met de nodige tegenslagen, uitdagingen en aanpassingen op het laatste moment. Maar inmiddels kunnen we terugkijken op een goede vergadering. Een vergadering met interactie en stemrondes waarin belangrijke besluiten zijn genomen. Ook hier zijn we als vereniging weer een ervaring rijker. Dit jaar heeft ons ook de tijd gegeven om over diverse zaken na te denken. De professionalisering en het toekomstbestendig maken van onze vereniging, om er maar eens twee te noemen. Al twee jaar delen we onze ambities en resultaten met de leden en wordt er achter de schermen hard gewerkt om gestalte te geven aan de
nieuwe missie. Veel ingrediënten zijn al gereed en wachten er nu op om samengebracht te worden. Het HB heeft echter moeten concluderen dat we dit niet alleen kunnen. Want de fase waarin we ons nu bevinden is te belangrijk en vraagt om focus en continuïteit in aandacht en sturing. Dat is iets wat niet door vrijwilligers kan worden gerealiseerd. We moeten nu doorpakken! Wij zijn dan ook zeer verheugd dat u tijdens de Algemene Vergadering heeft ingestemd met de begroting, waardoor we in staat zijn om ons als hoofdbestuur te laten ondersteunen door een professional. Dit met maar één doel: het bereiken van die stip op de horizon die we met zijn allen hebben bepaald. Inmiddels kan het HB, na een intensieve selectieprocedure, mededelen dat we een projectmanager hebben aangesteld. Dat is Rob Bongenaar, een verenigingsprofessional die zijn sporen ruimschoots heeft verdiend in de wereld van de branche- en beroepsverenigingen. Rob heeft 20 jaar ervaring als verenigingsmanager en was de afgelopen tien jaar onder andere directeur van OSB (de schoonmaakbranche) en Koninklijke Horeca Nederland. De komende periode zal hij ons intensief ondersteunen bij onder meer het optimaliseren van de verenigingsprocessen, de realisatie van de nieuwe verenigingsstructuur en het handen en voeten geven aan een krachtige externe profilering van de NVVK. Rob zal zich in een komende NVVK-update nader aan u voorstellen. Wij wensen Rob veel succes en zijn ervan overtuigd dat hij de juiste persoon is om alle ingrediënten samen te brengen. Want, ik benadruk het nog maar eens, een veilige toekomst kan niet zonder de NVVK!
Vincent Grijfrath, secretaris
info– December 2020 nr. 4
45
Verenigingsnieuws Evenementen 2 mei t/m 16 juni 2021 Nyenrode Collegereeks Nieuwe Perspectieven op Veiligheid Nyenrode Business universiteit Breukelen, maar ook online te volgen 3 Hobéon SKO AH/VK studiepunten, NVVK-leden 100 euro korting! https://bit.ly/33R7DAN
10 juni 2021 Studiedag Sociale veiligheid Jaarbeurs Utrecht, maar ook online te volgen https://arbo-academy.nl/events/10jun-2021-studiedag-sociale-veiligheid Vanaf 18 juni 2021 Atex & Process safety 2021 Dit is een online event https://heliview.nl/atex-process-safety/ congresdag
Vanaf 21 mei 2021 Jaarcongres Industriële veiligheid Congrescentrum 1931, Den Bosch https://bit.ly/2VYmXH7
12, 13 & 14 april 2022 Worksafe Evenementenhal Gorinchem www.worksafe.nl Najaar 2022 NVVKcongres Het NVVKcongres dat gepland stond voor maart 2021 is verplaatst naar het najaar van 2022. Dan vieren we ook het 75-jarig bestaan van onze vereniging.
Onlangs verschenen TtA Het derde nummer van 2020 start met een editorial van Lex Burdorf (Erasmus MC) over werken in tijden van corona. Verder bevat dit nummer één full paper van de hand van Marlies Sas (Universiteit Antwerpen), Genserik Reniers (Universiteit Antwerpen en Technische Universiteit Delft), Karolien van Nunen (Technische Universiteit Delft, Universiteit Antwerpen), Wim Hardyns (universiteit Antwerpen, Universiteit Gent) en Koen Ponnet (Universiteit Gent). Zij bespreken hoe fysieke beveiliging in relatie staat tot veiligheid en welke modellen en metaforen uit het safetydomein kunnen worden aangewend om fysieke beveiligingsrisico’s binnen bedrijven te beheersen. Het nummer vervolgt met een opiniërend artikel van Henri Heussen, Koen Verbist en Albert Hollander (Consanta) over Stoffenmanager ® en de rol die deze tool kan spelen in de verdere digitalisering van de Arbobeleidscylus in het algemeen en de doorontwikkeling naar een persoonlijk blootstellingsdossier gevaarlijke stoffen in het bijzonder. Hierna passeert in de negende bijdrage van de rubriek ‘Arbeid in beeld’ Roy Lichtenstein de revue. Daarnaast bevat het nummer twee persberichten van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, over een dodelijk ongeval nadat een matroos van een vrachtschip in een ruim is gevallen en over hoe afwijkende procedures op Schiphol voor ongewenste risico’s zorgen. En tot slot in dit nummer een samenvatting van het proefschrift van Bette Loef (Vrije Universiteit Amsterdam) getiteld ‘Health, lifestyle and immunological effects’ waarin zij de relatie beschrijft tussen nachtwerk en toename van het lichaamsgewicht en infectiegevoeligheid, inclusief de mechanistische rol hierbij van slaap, beweging, voeding en immunologische factoren. Suzanne Spaan, plaatsvervangend hoofdredacteur TtA
46
December 2020 nr. 4 –
info
Agenda Datum
Locatie
Onderwerp
Organisatie
19-01-2021
online
Veiligheidsdag Veiligheid voorop
extern
21-01-2021
online
Robotica en Arbeidsveiligheid
extern
21-01-2021
Den Bosch
Chemische clusters en domino’s, is er een probleem?
NVVK en CGC
21-01-2021
online
Veiligheidsdag Veiligheid voorop
extern
29-01-2021
online
Vakkennisdag‘ Resilience in de huidige coronasamenleving’
NVVK
03-02-2021
De Meern
Opleiding BHV Management
extern
12-05-2021
Dordrecht
Process Safety Congres 2020
extern
13-06-2021
Vancouver
21st Triennial Congress of the International Ergonomics Association (IEA)
extern
Kijk voor de meest recente versie van de agenda op www.veiligheidskunde.nl bij Agenda
info– December 2020 nr. 4
47
HVK
Hogere Veiligheidskunde Misschien de beste HVK-opleiding van Nederland? In ieder geval de sprankelendste! Na jaren ontwikkelwerk, voortbordurend op de ervaring van vele docenten en auteurs en het geven van onze OVK en MVK opleidingen, lanceert Gelling Veiligheid de start van de eerste vervolgeditie HVK opleiding op 4 maart 2021. Met meer dan 35 lesdagen, een kritische examencommissie i.s.m. TU Delft, een dijk van een scriptiebegeleiding o.l.v. dr. Ingeborg van der Geest, een keur aan trainers (12 personen) op HVK- en universitair niveau, en een opleiding gemodelleerd naar aanleiding van de meest recente overlegrondes tussen SVK en NVVK, durven wij deze leuze van misschien wel de beste HVK opleiding van Nederland wel aan….
De HVK opleiding omvat de volgende modules: Module 1 – Risicobeheersing/Risicomanagement/risicoleiderschap 5 lesdagen Module 2 – Ongevalsanalyse 4 lesdagen – module 1 + 2 gezamenlijke toetsafsluiting Module 3 – Pre-HVK: bouwstenen voor onderzoeksrapportage en interviewtechnieken; leren schrijven voor lezers met weinig tijd 8 lesdagen – afsluiting met een HVK-waardige scriptie ter verdediging Module 4 – Verandermanagement en human factors 5 lesdagen – toetsafsluiting Module 5 – Arbeidshygiëne/fysische, chemische en biologische factoren - Ergonomie 5 lesdagen – toetsafsluiting Module 6 – Brand- en explosiegevaar 4 lesdagen – toetsafsluiting Module 7 – Wetgeving & Aansprakelijkheid, CE-markering, medezeggenschap, bouwregelgeving 5 lesdagen – toetsafsluiting Ter afsluiting van de opleiding: de HVK scriptieverdediging.
Wat kunt u verwachten? iedere module een leerboek en papers, ontwikkeld door docenten en auteurs • bijafsluiting van iedere module door een toets • digitaal lesmateriaal beschikbaar • podcasts, een introductiefi lm bij verschillende lessen • lessen zowel fysiek als digitaal volgen • persoonlijke ondersteuning doortedocenten en opleider voor iedere HVK student • SKO-auspiciën van de opleiding •
4 maart 2021 De start van onze HVK opleiding Locatie: Gellings Trainingslocatie, Essebaan 73, Capelle aan den IJssel of locatie te Woerden Voor alle informatie: www.gellingveiligheid.nl en www.mvkhvk.nl – tel.: 0180 - 319298