
6 minute read
Is inlogtijd arbeidstijd, die betaald dient te worden?
Een werknemer is medewerker van een contact center. Hij vordert voor de kantonrechter betaling van achterstallig loon over de tien minuten, die hij voorafgaand aan zijn dienst aanwezig moet zijn. In die tien minuten moet hij in tien programma’s inloggen. Pas daarna kan hij inloggen in het belsysteem. Hij stelt dat de tijd die nodig is om in de tien programma’s in te loggen, aan te merken is als arbeidstijd. De kantonrechter oordeelt dat sprake is van tijd waarin instructies van de werkgever gelden. De tien minuten die nodig zijn om de voorbereidende werkzaamheden uit te voeren, moeten daarom worden aangemerkt als arbeidstijd en dus betaald worden.
Artikelen 7:610 en 7:660 Burgerlijk Wetboek (BW) Kantonrechter ’s-Gravenhage, 8 december 2021 ECLI:NL:RBDHA:2021:16078
Oordeel kantonrechter
Feiten
De werknemer is sinds 26 september 2016 bij de werkgever in dienst. Op 26 november 2017 is zijn arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd verlengd en per 26 augustus 2018 omgezet naar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Zijn functie is Contact Center Medewerker. Voordat de werknemer met zijn dienst kan beginnen, moet hij voorbereidende werkzaamheden verrichten. Van de werkgever moet hij hiervoor tien minuten voor aanvang van zijn dienst aanwezig zijn, en moet de werknemer dan de systemen opstarten en inloggen De werkgever verwacht van de werknemer namelijk dat zodra zijn dienst begint, hij meteen kan beginnen met bellen. Het betekent dat hij op dat moment met zijn headset op, ingelogd achter de computer klaar moet zitten om de eerste call aan te kunnen nemen.
De verplichting om tien minuten vóór het begin van zijn dienst aanwezig te zijn, is opgenomen in artikel 3 van de Planningsregels. De werknemer is van mening dat het eerder aanwezig zijn in opdracht van de werkgever, terwijl hij onder gezag van de werkgever staat en taken moet uitvoeren, werktijd is, die uitbetaald moet worden. De werknemer vordert voor de kantonrechter de werkgever te veroordelen tot betaling van een bedrag van 1587,03 euro aan achterstallig loon, te vermeerderen met het vakantiegeld, wettelijke verhoging en wettelijke rente. Op grond van artikel 6 van de arbeidsovereenkomst en artikel 21 CAO Facilitaire Contactcenters moeten meeruren immers uitbetaald worden.
De werkgever is het hier niet mee eens. Zij stelt dat zij in de tien minuten die zitten tussen het moment van inloggen en de aanvang van de dienst, van haar medewerkers niet verwacht dat er werkzaamheden worden verricht. De werkgever verwacht slechts in die tien minuten dat de werknemers dermate op tijd inloggen dat zij voorafgaand aan de aanvang van hun dienst desgewenst nog even rustig wat te drinken kunnen pakken en gebruik kunnen maken van het toilet. Op die manier kunnen zij (op het moment dat de dienst daadwerkelijk begint en de telefoontjes binnen beginnen te komen) direct ongehinderd aan de slag. De werkgever stelt verder dat zij hierbij slechts gebruik maakt van het instructierecht dat zij op grond van artikel 7:660 van het BW heeft. De tijd tussen het inloggen en de aanvang van de dienst kwalificeert dus juridisch gezien niet als ‘arbeidstijd’ die voor betaling in aanmerking komt, aldus de werkgever. Op grond van artikel 7:610 van het BW hoeft alleen loon te worden betaald ten aanzien van de zekere tijd waarin arbeid wordt verricht door de werknemer.
Tijdens de mondelinge behandeling hebben de partijen toegelicht wat van de werknemer, in zijn functie van Contact Center Medewerker, wordt verwacht voorafgaand aan de start van zijn dienst. Daaruit is naar voren gekomen dat de werknemer voorafgaand aan het opnemen of starten van zijn eerste call het volgende moet doen: de pc aanzetten en het opstarten van: 1) het urenregistratiesysteem, 2) het rooster, 3) het e-mailprogramma, (inclusief het bekijken van ingekomen e-mails), 4) het klantensysteem, 5) de agenda (o.a. voor terugbelverzoeken), 6) de community (forum), 7) de e-shop tool Nederland, 8) de e-shop tool België, 9) de remote call (teamviewer) en 10) het kladblok. Bij negen van de tien genoemde programma’s moet door de werknemer worden ingelogd met een inlognaam die steeds hetzelfde is en een wachtwoord dat in het algemeen ook hetzelfde is, maar wel moet worden ingevoerd. Het laatste programma (het kladblok) hoeft alleen aangeklikt te worden. De programma’s moeten allemaal klaar staan om de klanten die inbellen of gebeld gaan worden te woord te kunnen staan.
Verder is tussen de partijen vast komen te staan dat nadat alle tien de programma’s zijn opgestart, nog op een zogenoemde ‘groene knop’ moet worden geklikt om in te loggen in het belsysteem. Dat inloggen mag niet te vroeg gebeuren, omdat dan het scherm van de leidinggevende wordt ‘vervuild’. De leidinggevende monitort alle calls. Gebleken is dat er een verschil bestaat tussen het tijdstip waarop in alle programma’s is ingelogd en het tijdstip waarop in het belsysteem wordt ingelogd.
De kantonrechter is van oordeel dat de tienminutenregel geen vrijblijvend advies is en gezien moet worden als een verplichting van de werknemer. De tijd die nodig is om in de tien programma’s in te loggen, is aan te merken als arbeidstijd. Het gaat immers wel degelijk om tijd waarin instructies van de werkgever gelden, namelijk het opstarten van alle programma’s die voor het uitvoeren van het werk nodig zijn. Met andere woorden, het gaat om voorbereidende werkzaamheden die nodig zijn om de telefoonwerkzaamheden uit te kunnen voeren. De kantonrechter wijst de vordering tot betaling van achterstallig salaris vervolgens toe.
Aantekening
De werknemer stelde dat hij tien minuten nodig had om de tien programma’s op te starten vóór hij kon inbellen. De werkgever betwiste dat. Zij stelde ook dat uit eigen onderzoek naar voren was gekomen dat werknemers (afhankelijk van het project waarop zij werken) ergens tussen de twintig en zes minuten voorafgaand aan de start van de dienst worden geacht in te loggen. Zij had hierbij niet aangegeven hoeveel tijd de werknemer precies nodig heeft om de tien programma’s op te starten. Omdat de werkgever echter in de planningsregels stelt dat de werknemer zich tien minuten voor aanvang van zijn dienst dient te melden, nam de kantonrechter aan dat het inloggen in de programma’s gemiddeld tien minuten duurt.
Het precies op tijd klaar zijn met het opstarten van alle programma’s zal feitelijk niet (altijd) mogelijk zijn, omdat het opstarten de ene keer iets meer tijd zal kosten dan de andere keer. Vermoedelijk zal er soms enige ‘wachttijd’ zitten tussen het moment waarop alle programma’s zijn opgestart en het moment waarop de ‘groene knop’ kan worden aangeklikt. Omdat de werkgever wel eist dat haar werknemers op tijd in het belsysteem zijn ingelogd en er bij het niet naleven hiervan sancties kunnen volgen, zal een werknemer de inlogtijd voor de programma’s wat ruimer moeten nemen. Voor zover de ‘wachttijd’ al niet wordt besteed aan werkzaamheden zoals het lezen van e-mails, is die onvoldoende om als vrij te besteden tijd te beschouwen.
Op grond van artikel 7:610 van het BW hoeft alleen loon te worden betaald ten aanzien van de zekere tijd waarin arbeid wordt verricht door de werknemer. De wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag bepaalt dat ten minste het minimumloon moet worden betaald. Deze wet geeft verder geen regels ten aanzien van het (minimum) te betalen loon.
De Hoge Raad heeft bepaald dat het feit dat bepaalde tijd als arbeidstijd in de zin van de Arbeidstijdenwet kwalificeert, het nog niet meebrengt dat over die uren ook loon moet worden betaald. Als er géén afspraken tussen de partijen zijn gemaakt over het betalen van loon, is ook geen loon verschuldigd. Het betekent dat het voor de wet niet van belang is dat de werknemer aanwezig moet zijn, maar dat slechts de (collectieve) afspraken die tussen de partijen gelden bepalen of loon moet worden betaald of niet.
De geldende cao in deze zaak gaf geen uitsluitsel wat als gewerkte uren of verrichtte arbeid heeft te gelden. Op grond van de arbeidsovereenkomst is de werkgever verplicht om de daadwerkelijk gewerkte uren, danwel de uren waarop daadwerkelijk arbeid is verricht, uit te betalen.
Let op
Deze zaak doet denken aan een zaak die de Rechtbank Noord-Holland op 4 november 2020 (ECLI:NL:RBNHO: 2020:8777) behandelde. Het betrof toen werknemers van een supermarkt die verplicht werden na sluitingstijd gezamenlijk het filiaal te verlaten. De kantonrechter oordeelde in die zaak dat de tijd na sluitingstijd aangemerkt moest worden als arbeid. Immers, ook met het beschikbaar houden voor de werkgever werd invulling gegeven aan het begrip arbeid.