4 minute read

Ondernemingsraad en enquêterecht: onderzoeksverslag L1

Ondernemingsraad en enquêterecht: onderzoeksverslag L1

Eerder werd al de uitspraak van de Ondernemingskamer rond de perikelen bij de regionale omroep Limburg (L1) besproken (zie Rechtspraak voor Medezeggenschap editie 6-2021). Recent is het onderzoeksverslag van de door de Ondernemingskamer benoemde onderzoeker ter inzage vrijgegeven. Dit onderzoek is bijzonder relevant voor actieve ondernemingsraden en laat zien welke grenzen gelden voor alle betrokkenen in organisaties. In dit geval betreft het in deze uitgave dus geen oordeel van de rechter, maar het verslag van het onderzoek in het kader van een enquêteprocedure.

Artikel 2:344 Burgerlijk Wet boek (BW) e.v. Ondernemingskamer - Onderzoeksverslag enquêteprocedure L1 ECLI:NL:GHAMS:2022:1235 Ondernemingskamer, 26 april 2021 ECLI:NL:GHAMS:2021:1147

Feiten

Binnen Omroep Limburg (verder L1) rommelde het al een tijd lang. De relatie tussen de directeur en het personeel was uitermate slecht. De directeur wilde onder meer verborgen camera’s op de redactie installeren en mails van medewerkers en ondernemingsraadsleden inzien. De problemen bleven zich opstapelen. Uiteindelijk kwam het tot een enquêteprocedure, een relatief zwaar middel in het ondernemingsrecht. Bijzonder in deze procedure was dat ook de ondernemingsraad voorwerp van het onderzoek was, naast (zoals eigenlijk altijd) het bestuur en het toezichthoudend orgaan (RvC). Voor de voornaamste feiten en het oordeel van de Ondernemingskamer verwijs ik dan ook naar RvM 06-2021. Veel draaide om de benoeming van de bestuurder (artikel 30 van de WOR), de rol van de RvC daarbij, en het wel of niet op tijd inschakelen van de onderzoek in het benoemingsproces.

Verslag onderzoek

Het verslag van de onderzoeker (rond de honderd pagina’s) heeft geen formele juridische status. Wel is het in de regel de opmaat voor de Ondernemingskamer om te beslissen of er definitief redenen zijn of er in de organisatie sprake is van gegronde redenen om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken, en in voorkomende gevallen te beslissen of er sprake is (geweest) van wanbeleid met de mogelijkheid om vast te stellen wie daarvoor verantwoordelijk was.

Het onderzoeksverslag verwijst regelmatig naar het oordeel van de Ondernemingskamer in het bijzonder naar overweging 2.18. Het kan geen kwaad de belangrijkste onderdelen van deze verwijzing nogmaals aan te halen. In het weekend van 24/25 oktober 2020 hebben één of meerder medewerkers van L1 een zwart kruis geplakt op het raam naast de deur van de werkkamer van de bestuurder en zijn enkele uitroeptekens, afgedrukt op A3 formaat, op de ramen van zijn werkkamer geplakt. De uitroeptekens zijn geplaatst achter de tekst “Wij willen onze directie terug”, in letters op A3 formaat aangebracht op de ramen van het kantoorgebouw zodat deze tekst vanaf de straat leesbaar is. Gebleken is dat alleen de voorzitter van de ondernemingsraad) dat weekend gebruik had gemaakt van de A3-print/kopieerfaciliteiten.

Op 28 november 2020 is in dagblad De Limburger een artikel verschenen onder de kop “Directeur L1 controleert personeel”. Daarna zijn er diverse conflicten ontstaan of en in hoeverre het bestuur de activiteiten van de ondernemingsraad respectievelijk de ondernemingsraadsleden mag volgen en/of controleren. De zaak kreeg veel aandacht in de pers.

Het eindoordeel van de Ondernemingskamer spaarde de ondernemingsraad niet: “Uit de overwegingen van de Ondernemingskamer volgt dat vooralsnog niet kan worden aangenomen dat de problemen binnen L1 zijn veroorzaakt door het functioneren van de bestuurder of kunnen worden opgelost door hem te schorsen als bestuurder. De problemen hebben, naar het zich laat aanzien, een andere, dieperliggende oorzaak, die mede verband houdt met het functioneren van de ondernemingsraad, de hoofdredactie en in het bijzonder de hoofdredacteur en de interne cultuur van en de informele machtsverhoudingen binnen L1. Een onderzoek naar die dieperliggende oorzaak is noodzakelijk om de geledingen van L1, met behulp van de bevindingen van het onderzoek, in staat te stellen zelf orde op zaken te stellen en/of de Ondernemingskamer te verzoeken nadere voorzieningen te treffen”. Het onderzoek zal betrekking hebben op het functioneren van alle geledingen van L1, in het bijzonder de Raad van Commissarissen, het bestuur, de ondernemingsraad en de hoofdredactie.

Aantekening

Het enquêterecht is een zwaar middel om wantoestanden binnen organisaties aan te pakken. Cruciaal is of er gevaar is voor de continuïteit. De bevoegde rechter is de Ondernemingskamer (die ook gaat over artikel 26-WOR procedures). De Ondernemingskamer kan (ook al bij aanvang van de procedure) drastische maatregelen treffen. Er is veel te zeggen over de ondernemingsraad en het enquêterecht. Daar is in deze uitgave ook meermalen aandacht aan besteed. De ondernemingsraad heeft in beginsel

geen enquêtebevoegdheid. Aan werknemerskant zijn de vakbonden bevoegd. Wel kan via een ondernemingsovereenkomst of via de statuten de ondernemingsraad bevoegd worden gemaakt. Dit gebeurt heel soms, maar dat is dan een hoge uitzondering. Eventueel kan de ondernemingsraad als belanghebbende aanschuiven in een procedure.

Dat een ondernemingsraad zelf voorwerp is in een procedure is (heel) uitzonderlijk. De redelijk activistische ondernemingsraad bemoeide zich redelijk intensief bij de gang van zaken. Eén van de kernvragen in het onderzoeksverslag (en het oordeel van de Ondernemingskamer) was of daarbij de grenzen van het toelaatbare waren overschreden. Het oordeel van de OK was deels dat dit inderdaad het geval is geweest. Dit roept verschillende vragen op. In hoeverre mag een organisatie controle uitoefenen op de activiteiten van ondernemingsraadsleden of de ondernemingsraad? Het antwoord is duidelijk. In beginsel niet. De uitzondering begint waar er serieuze integriteitsschendingen een rol spelen, en elementaire fatsoensnormen worden overschreden.

Een ondernemingsraad en zijn leden worden beschermd tegen benadeling en ontslag (zie artikel 21 van de WOR en de ontslagbescherming in Boek 7 BW). Die bescherming is sterk, maar niet onbeperkt. Ook ondernemingsraadsleden dienen zich te gedragen als goed werknemer en elementaire fatsoensregels in acht te nemen. De ondernemingsraad kan onderdeel worden van een onderzoek naar wanbeleid in een organisatie. Dat zal niet vaak gebeuren, maar is wel een mogelijkheid.

Let op

In het kader van een enquêteprocedure dient ook de ondernemingsraad zich binnen de algemeen geldende en aanvaarde grenzen van goede governance te blijven bewegen.

This article is from: