5 minute read

Stage-overeenkomst of arbeidsovereenkomst?

Na een stage van drie jaar stage stelt een tandartspraktijk dat de stage-overeenkomst met een stagiaire van rechtswege tot een einde komt. De stagiaire is het er echter niet mee eens. Zij stelt dat er sprake is van een arbeidsrelatie die nota bene mondeling is verlengd en mitsdien onregelmatig door de tandartspraktijk is opgezegd. De vraag die thans voorligt, betreft de kwalificatie van de werkrelatie. Stage of toch arbeid?

Artikel 7:610 Burgerlijk Wetboek (BW) Rechtbank Den Haag, 14 april 2022 ECLI:NL:RBDHA:2022:4119

Feiten

Een stagiaire in opleiding tot tandartsassistente gaat stage lopen bij een tandartspraktijk voor de duur van drie jaar. Deze periode is vrijwel gelijk aan de duur van de bijbehorende MBO-opleiding en komt overeen met de duur van de praktijkovereenkomst die de tandartspraktijk aangaat met de onderwijsinstelling. De stagiaire wordt aangesteld in de functie van tandartsassistent met een salaris van 9,68 euro per uur exclusief vakantietoeslag.

Verder worden in de stage-overeenkomst allerhande (andere) elementen benoemd die duiden op een arbeidsrelatie, zoals het recht op vakantiedagen. Het document bevat zelfs een beding waarin expliciet staat vermeld "op deze arbeidsovereenkomst is Nederlands recht van toepassing".

De overeenkomst tussen de partijen wordt mondeling verlengd. Na de oorspronkelijke einddatum van 31 juli 2021 blijft de stagiaire nog enige tijd werkzaamheden verrichten, hoewel zij zich op 31 augustus 2021 ziek meldt. Bij brief van 21 oktober 2021 informeert de tandartspraktijk dat de stage-overeenkomst van rechtswege eindigt per 1 november 2021. Diezelfde maand stopt de stagiaire met haar opleiding.

De stagiaire ageert tegen de beëindiging van haar werkzaamheden. Zij meent dat er sprake is van een arbeidsrelatie en dat de tandartspraktijk onrechtmatig de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd.

In rechte vordert zij primair vernietiging van de opzegging, wedertewerkstelling en loondoorbetaling (met wettelijke verhoging en wettelijke rente). Subsidiair worden (onder meer) de transitievergoeding, de billijke vergoeding en een gefixeerde schadevergoeding (wegens onregelmatige opzegging) gevorderd, mocht de stagiaire alsnog berusten in de opzegging, hetgeen zij uiteindelijk doet tijdens de mondeling behandeling.

Oordeel kantonrechter

Allereerst staat de kwalificatie van de werkrelatie ter discussie. Of de overeenkomst tussen de partijen heeft te gelden als arbeidsovereenkomst moet worden beoordeeld aan de hand van artikel 7:610 van het BW. Mitsdien geldt de vraag in hoeverre sprake is geweest van beloonde arbeid onder gezagsverhouding. Het is niet beslissend welke juridische kwalificatie de partijen zelf aan hun verhouding hebben gegeven. Het gaat om de concreet afgesproken rechten en verplichtingen, mede gelet op de feitelijke uitvoering daarvan. De vraag is in hoeverre daarmee wordt voldaan aan de voornoemde kenmerken van een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610 van het BW.

"Een stageovereenkomst vertoont vaak de kenmerken van een arbeidsovereenkomst, bijvoorbeeld omdat de noodzakelijke ervaring moet worden opgedaan door in het kader van de opleiding arbeid te verrichten die vergelijkbaar is met de arbeid van een gewone werknemer. Er wordt dan ook arbeid verricht onder begeleiding (gezagsverhouding) en er wordt een stagevergoeding (loon) betaald", aldus de kantonrechter. Doorslaggevende betekenis komt toe aan de vraag of de werkzaamheden in overwegende mate in het belang zijn van de opleiding of primair zijn bedoeld als actieve bijdrage aan de verwezenlijking van de zakelijke belangen van de onderneming (zie ook Hoge Raad, 9 oktober 2015 - ECLI:NL:HR:2015:3019).

De tandartspraktijk stelt dat er sprake is geweest van een stageovereenkomst, omdat de verrichte werkzaamheden gericht waren op het uitbreiden van eigen kennis en ervaring van de stagiaire ten behoeve van haar opleiding. De stagiaire stelt dat sprake is geweest van een arbeidsovereenkomst, omdat zij zelfstandig functioneerde en gelijk presteerde aan de andere tandartsassistenten. Zo werd bijvoorbeeld ook een beroep op haar gedaan als een andere tandartsassistente op verlof was. De tandartspraktijk betwist de gestelde zelfstandigheid in de uitvoering van werkzaamheden. Volgens de tandartspraktijk stond de stagiaire altijd onder toezicht en instructie van de tandarts. Verder stelt de tandartspraktijk dat de stagiaire geen productieve arbeid verrichtte.

Overminderd het voorgaande oordeelt de kantonrechter dat wel tussen de partijen een arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen. De oorspronkelijke overeenkomst is gesloten in het kader van de opleiding. Daarmee hangt samen dat sprake zal zijn geweest van een meer of minder intensieve begeleiding. Echter, dat de werkzaamheden in overwegende mate in het teken stonden van het opdoen van kennis en in het belang van de opleiding, komt daarmee niet vast te staan. De kantonrechter overweegt onder meer:

"Uit hetgeen partijen hebben aangevoerd komt naar voren dat de stagiaire zelfstandig aan de slag was (…). Waaruit de gestelde controle daarop door tandartspraktijk bestond, is niet nader toegelicht."

De stagiaire wordt in het gelijk gesteld en zij krijgt (onder meer) de transitievergoeding en een gefixeerde schadevergoeding (wegens onregelmatige opzegging) toegewezen. De gevorderde billijke vergoeding wordt afgewezen. De kantonrechter oordeelt dat de stagiaire met voornoemde toegekende vergoedingen reeds voldoende compensatie wordt geboden.

Aantekening

Ruim een week vóórdat de kantonrechter de onderhavige uitspraak wees, oordeelde een collega kantonrechter van de rechtbank Den Haag op 5 april 2022 over een soortgelijke kwestie (ECLI:NL:RBDHA:2022:3339). De uitkomst was anders, doch niet verrassend. Saillante verschillen tussen de uitspraken betreffen bijvoorbeeld de onderliggende documentatie, de duur van de relatie en de vergoeding voor werkzaamheden. In de uitspraak van 5 april 2022 werd de stagiaire in de gelegenheid gesteld een werkervaringsstage te lopen, tegen een onkostenvergoeding van 350 euro netto per maand (naast een tegemoetkoming in de reiskosten). De werkzaamheden waren onmiskenbaar in het kader van een universitaire opleiding. Dit bleek evident uit de stageovereenkomst, die geen kenmerken van een arbeidsrelatie bevatte. Voorts was niet gesteld of gebleken dat het primaire doel van de arbeidsprestatie een actieve bijdrage aan de verwezenlijking van de zakelijke belangen van de onderneming was geweest. Het zwaartepunt van de stage lag op het verwerven van ervaring in het belang van de opleiding.

Let op

Over de jaren heb ik diverse malen onderhavig onderwerp gesimplificeerd tot de uitspraak "if it walks, talks and acts like an employee, it's an employee." Ik geef toe dat ik daarmee te kort door de bocht ga, maar als ondernemingen stages willen aanbieden zonder het risico te lopen dat zij een arbeidsrelatie creëren, dan doen zij er goed aan de stage geen kenmerken mee te geven die een arbeidsrelatie doen vermoeden. Denk daarbij niet enkel aan de (zeer belangrijke) factor 'begeleide leeractiviteiten' versus 'productieve arbeid onder gezag'. Ook een aanspraak op vakantie, vakantietoeslag, doorbetaling bij ziekte en/of een beloning op het niveau van het minimumloon (of zelfs een beloning op een niveau gelijk aan de beloning voor een reguliere werknemer) zijn kenmerkend voor een arbeidsrelatie.

This article is from: