L A V E ON
lant in kelderluik erkgevers moeten niet a een zorgen voor vei ige en gezonde arbeidsomstandigheden van hun moeten ook voorkomen dat anderen iets overkomt
tekst
arc
erknemers e
ek
I
n de winkel werden na de weekendverkoop op maandagochtend de lege schappen aangevuld met de producten. De winkel zou om 12.00 uur opengaan voor het publiek. Tijdens de pauze vroeg de bedrijfsleider aan zijn collega’s of geïnventariseerd was of de schappen achter in de winkel ook waren aangevuld. Zijn collega’s wisten het niet en gingen na de pauze direct kijken. Zij zagen dat de schappen niet waren aangevuld met de producten die in de kelder van de winkel stonden. Een van de collega’s opende het kelderluik om daar de producten te pakken om aansluitend de schappen aan te kunnen vullen. Inmiddels was de winkeldeur geopend en was het winkelend publiek welkom. Even na twaalven liep een van de klanten binnen. Wat volgde, was een harde klap en een kreet uit de kelder.
Oorzaak en lessen
Nadat het winkelpersoneel was gealarmeerd door de klap en de kreet uit de
kelder liepen zij naar de kelderruimte en zagen het geopende kelderluik. Een van de werknemers keek in de kelder en zag daar iemand bovenop een van de collega’s liggen. De laatste riep om hulp en om 112 te bellen. De klant die op de keldervloer lag, werd nadat het ambulancepersoneel was gearriveerd onderzocht en door de brandweer op de brancard uit de kelder getakeld. In het ziekenhuis werd geconstateerd dat de rechterknie was verbrijzeld door de val. De collega was ongedeerd. De bedrijfsleider meldde het ongeval bij Inspectie SZW nadat hij bij het hoofdkantoor had nagevraagd welke acties werden verwacht naar aanleiding van het ongeval in de winkel. De inspectie stelde ter plaatse het ongevalsonderzoek in. De bedrijfsleider verklaarde: “Ik heb gevraagd of de aanvullingen op de schappen achter in de winkel waren gedaan. Het antwoord was nee. Ik heb aansluitend mijn collega’s opdracht gegeven dit na de pauze te doen.” De
de vraag etten u ie het ke dergat a zodat niemand erin kan o en as het ant oord nee
werknemer die in kelder onder het slachtoffer lag, werd aansluitend gehoord. Op de vraag: “Hebt u het kelderluik geopend?”, werd met een volmondig ja geantwoord. Op de vervolgvraag: “En zetten jullie het keldergat af zodat er niemand in kan lopen of stappen?”, was het antwoord nee. “Wij zetten het keldergat nooit af met iets van een hekwerk of zo.” Tijdens het ongeval waren er twee getuigen. Zij verklaarden beiden: “Wij hebben gezien dat het keldergat niet was afgezet met iets van een hekwerk om te voorkomen dat je erin zou stappen.” Het slachtoffer werd na een aantal dagen ziekenhuisopname thuis gehoord en verklaarde: “Ik liep in de winkel tussen de schappen en ging achter in de winkel de hoek om naar het volgende gangpad. In dat gangpad ben ik direct in het openstaande keldergat gestapt en viel daar bovenop iemand.”
et boeterapport
De werkgever, het hoofdconcern, kreeg een boeterapport aangezegd en een boete opgelegd van 19.300 euro op basis van artikel 10 van de Arbeidsomstandighedenwet: indien bij of in rechtstreeks verband met de arbeid die de werkgever door zijn werknemers doet verrichten in een bedrijf of inrichting of in de onmiddellijke omgeving daarvan gevaar kan ontstaan voor de veiligheid of gezondheid van andere personen dan die werknemers, neemt de werkgever doeltreffende maatregelen ter voorkoming van dat gevaar.
arbo 9/10 | 2021 9
039-039_ARB0910_ONG_kelderluik.indd 39
09-11-21 08:02