Wijngaard in Cappadocië, Turkije
was men bekend met het corrigeren van wijn, bijvoorbeeld het klaren van troebele wijn door middel van het toevoegen van gips of het breken van harde tannine door het toevoegen van gemalen marmer. Een methode om wijn te verbeteren of te zuiveren was ook het toevoegen van zout, meestal in de vorm van zeewater. Bij de Grieken en Romeinen waren ‘zoute’ wijnen vanwege hun smaak heel gewild. Zowel de Grieken als de Romeinen bewaarden en vervoerden hun wijn in langgerekte kruiken van gebakken klei, zogenaamde amforen. Met het selecteren van rassen en de steeds grotere bekwaamheid van wijnbouwers is door de eeuwen heen wijnbouw ook mogelijk geworden op plaatsen die aanvankelijk niet geschikt waren voor druivenstokken. Men kan hierbij denken aan relatief koude delen van Europa als Duitsland, Nederland of Engeland. Al in de Romeinse tijd is het afharden van druivenrassen begonnen, blijkt uit oude geschriften. Biologische en biodynamische wijnbouw avant la lettre De geschriften uit de klassieke oudheid zijn actueel voor de biologische en biodynamische wijnbouw van tegenwoordig. De biologische landbouw kan men zien als een terugkeer naar de voorschriften van de Grieken en Romeinen, met als groot verschil de mogelijkheid om – als het écht moet – in te grijpen met moderne verworvenheden. Overeenkomsten tussen de antieke wijnbouw en de tegenwoordige biologische of biodynamische wijnbouw zijn bijvoorbeeld het gebruik van
Hoofdstuk 1 - Geschiedenis van de wijnbouw (2022-2023)
TERUG NAAR INHOUD
25